Weet je, Sonitschka, hoe langer het duurt en hoe meer het lage en het monsterachtige dat iedere dag voorvalt alle grenzen te buiten gaat, des te rustiger en standvastiger word ik, zoals men ten opzichte van een overstroming of een zonsverduistering geen zedelijke maatstaven kan hanteren, maar ze slechts als een gegeven, als voorwerp van onderzoek en kennis moet beschouwen (...) Ik heb het gevoel dat al deze morele modder waar wij doorheen waden, dit grote gekkenhuis waarin wij leven, op slag, van vandaag op morgen als door een toverstaf in het tegendeel kan omslaan, in iets groots en heldhaftigs omslaan moet; Men moet alles in het maatschappelijke bestel nemen zoals in het privé-leven: rustig, grootmoedig en met een milde glimlach. Ik geloof vast dat alles zich na de oorlog ten goede zal keren ...