BOUWMEESTER KOOS VAN DER SLOOT GING AAN DE TIJD VOORBIJ
Hij leefde met de tijd, in de tijd en door de tijd. Zoals ieder ander. Maar kunstenaar Koos van der Sloot zag de tijd en door zijn werk laat hij mij de tijd zien, letterlijk. Helaas is de laatbloeier in de kunst, hij mocht maar een tien jaar in de kunst actief zijn, drie jaar geleden overleden aan een niet te genezen bloedziekte. De achterblijvers plaatsen de bijzondere composities die hij de wereld naliet nu op een voetstuk. Er is een grote overzichtstentoonstelling in Tresoar. En er is een oeuvreboek met tekstbijdragen van personen die hem na aan het hart lagen.
Van der Sloot was niet voorbestemd als kunstenaar, althans in eerste instantie. Hij liet zich scholen als architect en stedenbouwkundige. Maar door een herseninfarct veranderde zijn bestaan rigoureus en koos Koos op die breuklijn voor een andere weg in zijn leven. Zijn voorgeschiedenis als ontwerper van gebouwen kwam hem goed van pas in wat zijn werkstijl in de kunst zou gaan worden. De planmatige aanpak en rechtlijnigheid laat zich vooral zien in zijn laatste werk. Na techniek- en stijlonderzoek, experimenten met materiaal en vorm, belandt hij in de uiting die het meest tot de verbeelding spreekt. Voorbij het ei en aan de kloktijd voorbij.
Het ei als symbool van vruchtbaarheid, begin en nieuw leven, kwetsbaarheid om een abstract gevoel weer te geven. Een nauwelijks in woorden uit te drukken nostalgie toch, een beeld uit zijn jeugd. Want als jongen legde hij een eierverzameling aan en zocht eieren in de weilanden rondom zijn ouderlijk huis. Het ei blijft een bijzondere plek houden in zijn leven. Eerst heeft het werk nog een grote mate van dat herinneren in zich, een tijd van weleer voor nu. Van der Sloot gebruikt de uitgeblazen eieren van uiteenlopende soort samen gevoegd met sloophout, karton en elektrodraad om een landschappelijke eenheid te componeren. Later richt hij zich verhalend op de tijd. Wijzerplaten, wijzers, gewichten, slingers en radertjes worden onderdeel van de composities. Om aldus daadwerkelijk en zichtbaar de tijd te temmen. Maar de tijd laat zich niet braaf opsluiten, deze tikt door en gaat voort. Zo groeit Van der Sloot door in zijn manier van uiten.
Hij heeft haast en de tijd dreigt hem in te halen. Niet zo verwonderlijk als de dood je bij wijze van spreken op de hielen zit. Ook gebruikt hij andere en diverse aan de schone kunsten wezensvreemde materialen. Normale en actuele dagelijkse dingen, die na bedoelt gebruik een tweede leven krijgen. In combinatie met de eieren kun je deze manier van uiten recyclekunst noemen. Maar Koos' kunst is verre van dat. Is het in eerste instantie speels, en humoristisch door eierdozen als levende wezens aan te laten sluiten, later krijgt het een formeel karakter zoals in de Nul-kunst. Een grid van eieren bevolkt de compositie. Niet altijd even netjes in het gelid, maar met een natuurlijke wanorde.
En langzaamaan, gaandeweg de tijd vordert, verdwijnt ook de tastbare eivorm uit het werk. De composities worden tot triplex dozen gesneden. Architectonische constructies, want Van der Sloot blijft bouwmeester. Streng onderverdeelt in kamers met ronde openingen langs de wanden, waardoor het licht vrij spel heeft en schaduwen ook buiten het kader laat vallen. De eieren zijn verdwenen, maar de eivormen blijven. Deze ontstaan in de gaten die in de schaduw vallen wanneer de tijd verstrijkt in het natuurlijk licht. Met kunstlicht is dit effect ook te bereiken, maar dan heeft de tijd geen vat meer op het werk. Want ik zie door het zonlicht de tijd verstrijken in en langs het werk van Koos van der Sloot. Letterlijk, schreef ik al in de eerste regels. Dat is ook zo, want het licht veranderd de schaduw en daardoor het voorkomen van het werk in de tijd. Zo zie ik dus ook letterlijk de tijd verstrijken.
In het boek, dat geen titel draagt niet anders dan de naam van de kunstenaar: Koos van der Sloot, belichten een zestal personen de man en zijn werk. Op een persoonlijke manier, op vriendschappelijke basis. Hoe de man was, de manier waarop hij in het leven stond en op welke manier hij de kunst beleefde. Ook wordt bezien hoe de kunst van Van der Sloot in het geheel van de kunstgeschiedenis staat. Zo sluit het eenvoudig aan bij de Nul-beweging, de ZERO-kunst. Vooral de grids en open dozen hebben de kenmerken licht, beweging en zijn monochroom. De stilte valt uiteindelijk in het werk. Eerst nog is er die herinnering aan het weidse noordelijke landschap. En de drang om de tijd met behulp van klokonderdelen uitdrukking te geven. Maar naar mate de tijd verstrijkt, de jaren van experiment voorbij gaan, verdwijnt die figuratie en krijgt de abstracte tijd – de stilte - vorm in zijn werk. De kleur, de emotie en de individuele expressie is uit het werk verdwenen. Het heeft geen verhaal meer, het spreekt voor zich.
Koos van der Sloot, 1953-2018. Met tekst bijdragen van Albert Oost, Annet Huisman, Bert Looper, Herman Nijholt, Fred Wagemans, Nynke-Rixt Jukema en Anne Feddema. Uitgeverij Noordboek, 2021.
De uitgave over de kunstenaar en zijn werk is ruim geïllustreerd met foto’s van de composities van Koos van der Sloot. Van het eerste werk tot de laatste uitingen. Van ieder afgedrukt object uit de Virtual Eggs-serie is een tweetal platen opgenomen met verschillende lichtval, zo zodat het effect van licht en schaduw ook in het platte vlak van het boek duidelijk wordt. Naast beeldend is Van der Sloot ook in woorden een kunstenaar. Hij schrijft songs en gedichten. Het boek geeft daarvan een enkel voorbeeld.
“In mijn werk ben ik niet a priori op zoek naar humor, maar als het erin sluipt en het is bruikbaar dan verjaag ik het niet.” Die geestigheid trekt wel steeds door het werk. De ene keer is het opvallend aanwezig, de andere keer stil op de achtergrond. Niet dat het werk naar mijn mening daardoor een stempel van alledaags en simpel heeft, maar het geeft uitdrukking aan ’s mans manier van leven. Het boek is vooral interessant, omdat het veel werk van Koos van der Sloot in zich heeft. Daarnaast zijn ook de teksten verhelderend. De achtergrond van leven verheldert de manier van werken. Zijn werk in licht, duisternis verstopt tijd. Koos is uit de tijd, eraan voorbij.














