Bijna achttien jaar na de dood van de oude koning maken de ministers die de macht hebben overgenomen nog steeds geen aanstalten om op te hoepelen. Als Stach vraagt wat je moet doen om koning te worden, besluiten de ministers hem zeven onmogelijke opdrachten te geven. Jammer voor hen, maar voor Stach blijken die opdrachten niet zo onmogelijk als zij dachten.
Ik heb dit boek al ontelbare keren herlezen. Nog steeds leuk, hoewel ik dit keer wel op een aantal punten meer moest gniffelen om de herinnering aan hoe grappig ik dat als kind had gevonden, dan om de situatie zelf.
Met een stralende glimlach kijkt Stach de kring stroefkijkende ministers rond.
'Je lacht,' huivert minister de Seer. 'Er valt niets te lachten, mijn jongen.'
'Ik vind het zo komisch, schuifelende kerken. Volgens oom Gervaas zit ik in de kerk altijd met mijn schoenen te schuifelen, maar dat zult u wel niet bedoelen.'
'En wàt voor schoenen,' rilt minister Zuiver.
'Ik poets ze iedere week,' zegt Stach verontwaardigd.
Minister Regtoe bedekt van afschuw zijn gezicht met de handen. Hij fluistert: 'Zeg nooit meer zulke onwaarheden in mijn bijzijn.'
'Nou ja, niet iedere week, want dan wordt het een sleur.'
'Genade,' kermt minister Walsen.
'Nou, afmars,' zegt minister Pardoes, 'We hebben meer te doen.'
'Ik ga al,' zegt Stach. 'Dag Excellenties. Zo gauw de kerken het schuifelen hebben afgeleerd zal ik het u laten weten.'
Hij maakt een buiging die iets te diep is om beleefd te zijn en verlaat het vertrek. De ministerraad blijft bezorgd achter.