2 minute 'trailer' for upcoming dissertation documentary. References: Born to learn. (2011). Retrieved July 24, 2011, from http://www.born-to-learn.org/about...
★
No title available
Cosmic Funnies
YOU ARE THE REASON
occasionally subtle

Kiana Khansmith

Product Placement
let's talk about Bridgerton tea, my ask is open
Not today Justin
macklin celebrini has autism
NASA

❣ Chile in a Photography ❣
RMH
noise dept.
taylor price

#extradirty

Origami Around
Cosimo Galluzzi
$LAYYYTER

PR's Tumblrdome
seen from France

seen from United States

seen from United States

seen from Germany

seen from Algeria

seen from Türkiye

seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from Türkiye

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Kyrgyzstan
@emmacultuurgangmaker-blog
2 minute 'trailer' for upcoming dissertation documentary. References: Born to learn. (2011). Retrieved July 24, 2011, from http://www.born-to-learn.org/about...
FARO update praktisch | FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw
Van kleine ik naar grote kunst
De nadruk op het ‘ik’ is vandaag groter dan ooit, ook bij aankomende of pas afgestudeerde kunstenaars. Maar wat als iederéén zich profileert als de kunstenaar van zijn kleine, unieke zelf? Wat als Facebook hooguit een symptoom is van een wereld die op ‘image’, ‘lifestyle’ en ‘selfies’ kapitaliseert? Geeft dat kunstopleidingen geen andere opdracht? Rekto:verso zette vier betrokken beschouwers rond één tafel, voor een gesprek over het ego van jonge artiesten in opleiding.
Wat is Bildung voor een jonge kunstenaar? Is dat jezelf ontwikkelen tot individu, of je rugzak vullen met kennis en kunde? Allebei, natuurlijk. Maar nu ‘ambacht’ en vakkennis in de meeste kunstscholen niet langer de maatstaf zijn, versmalt zelfontplooiing bij de jongste generaties algauw tot ‘jezelf uitdrukken’, onopgewassen als ze zijn tegen de wereldwijde veelheid die hen omgeeft.
Bart Vanvoorden
Bart Vanvoorden, artistiek leider van kunstencentrum NONA, merkt dat aan twee dingen. ‘Veel jong theaterwerk reikt niet verder dan de eigen navel, blijft steken bij het eigen kleine ik. Het argument “dat is nu eenmaal mijn eigen taal”, wordt al te vaak ingeroepen als excuus. Het wordt snel gevonden, dat “eigen taaltje”, maar na een paar jaar is het uitverteld.’ Bewust stelt Vanvoorden het scherp. ‘Met diezelfde zelfoverschatting komen sommige jonge makers aankloppen bij professionele huizen. Ze hebben een vlot dossiertje onder de arm – want dat hebben ze op school wel meegekregen – maar als dat niet meer blijkt dan een promoplaatje, doorprik je dat snel. Dan ga je naar hun werk kijken: “Oei, is het maar zo dun?” Ik krijg dan het gevoel dat in kunstopleidingen toch vooral het kleinste ik gevierd wordt. Of gaat het om een breder, maatschappelijk probleem?’
In het kunstonderwijs en in de kunstwereld is egocentrisme eigenlijk een verplichte zaak
De opslag is gegeven. Aan de andere kant van de tafel tasten drie expertises af wie als eerste zal reageren. Johan Pas is kunsthistoricus en docent aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Barbara Van Lindt leidt sinds vijf jaar DasArts, de tweejarige ‘Master of Theatre’ binnen de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. En Jan Masschelein is hoofd van de onderzoeksgroep ‘Educatie, Cultuur & Samenleving’ aan de KULeuven. Het is Johan Pas die de handschoen opneemt. ‘Ik draai al lang mee in het kunstonderwijs en in de kunstwereld, en egocentrisme is daar eigenlijk een verplichte zaak. Dat is niet iets van vandaag, maar ook al van gisteren en eergisteren. Ook Leonardo Da Vinci moest zich benchmarken. De kunstenaar die zichzelf verkoopt aan een wereld die daar eigenlijk niet op zit te wachten, is inherent aan de moderne kunstpraktijk.’
Is er de jongste jaren dan niets veranderd?
Pas: ‘Wat je vooral hebt zien gebeuren, is een exponentiële groei van het aantal afstuderende beeldende kunstenaars en theatermakers: een groter aanbod dan de markt kan slikken. En dus moeten zij zich sterker, scherper en vooral sneller gaan profileren. De tijd om te groeien in een oeuvre, een visie of een discours, is korter geworden. Maar dat ligt dus niet aan een groter individualisme, wel aan een sterk toegenomen concurrentie. Terwijl individualisme vroeger vooral een artistieke noodzaak was, is het nu ook een nood vanuit de markt. Vergeet niet dat de kunstmarkt nog steeds vooral individuele namen verheerlijkt, en nooit collectieven. Zelfs kunstenaarsduo’s liggen moeilijk in het galeriesysteem. De markt kickt nog steeds op het beeld van de kunstenaar als geniaal individu, al sinds de Renaissance.’
En dus moet het kunstonderwijs de markt daarin volgen?
Johan Pas
Pas: ‘Ons onderwijs is helemaal niet hyper-individualistisch. De kunstschool is per definitie een collectief gegeven, een kleine samenleving met allerlei uitwisselingen. Je zit samen in een aula en in de studio, maakt samen tentoonstellingen. Niet toevallig zie je net op school vaak collectieven ontstaan. Zij gaan tegen dat marktmodel in, door het collectieve boven het individuele te plaatsen.’
Masschelein: ‘Je zou kunnen denken dat dit groepsgegeven op school een puur economische oplossing is, omdat er te weinig geld is om elke gezel zijn meester te geven. Maar zo is het niet. Het collectieve is essentieel. De school is de plek waar de wereld, waar weten en kennen publiek gemaakt wordt, omdat je in een klassikale context tot iedereen moet spreken. Alleen beschouwt men dat in het gewone onderwijs steeds meer als een archaïsch idee, onaangepast aan ieders individuele behoeften. Men verkiest een leerlinggericht onderwijs. Maar de school gaat niet over jezelf. Eigenlijk zijn we zelfs niet in jou geïnteresseerd. We zijn geïnteresseerd in “dit hier”, het materiaal dat we delen, en net daarom kan ook jij erin geïnteresseerd raken. Dat collectieve is net de kracht van het onderwijs. Kunstopleidingen leken me dat altijd al meer te koesteren dan het gewone onderwijs, maar misschien verandert dat nu?’
Van Lindt: ‘Dat is inderdaad het gevaar van de individualisering van opleidingstrajecten, maar daarom blijf ik juist erg gehecht aan een verplicht aanbod, waarmee je als educatieve instelling een agenda zet rond wat je zelf belangrijk vindt in deze wereld – wars van de persoonlijke behoeften van studenten. Wij hanteren daarvoor twee termen als educatieve strategie: 1) significant collision: met je aanbod frictie provoceren en studenten uit hun comfort zone halen, en 2) professional intimacy: intensieve situaties creëren waarin studenten elkaar heel goed leren kennen, omdat ze elkaar ervaren in moeilijke omstandigheden. Je verplichte aanbod is de katalysator die ervoor zorgt dat studenten het meeste van elkaar leren.’
Masschelein: ‘Ja, je moet iets hebben wat je deelt. Niet in de zin van akkoord gaan, maar van zich samen buigen over dingen buiten jezelf. In het gewone onderwijs is de tendens evenwel: onderwijs op maat. Het kan niet gedifferentieerd genoeg. Ieder individu heeft zijn “talent”, en dat moet blijkbaar ontwikkeld worden. Maar het onderwijs is geen dienstverlening.’
Bieden kunstscholen werkelijk weerstand tegen die idee van individuele dienstverlening?
Vanvoorden: ‘Als buitenstaander ervaar ik in de Vlaamse theaterscholen toch een bepaalde verschuiving in de relatie tussen student en docent: de student evolueert naar een klant met afdwingbare rechten, de docent wordt in de rol van supplier gedwongen.’
De student evolueert naar een klant met afdwingbare rechten, de docent wordt in de rol van supplier gedwongen
Pas: ‘Is dat zo fout? Vroeger slikte je als student wat je gevraagd werd. Vandaag zijn studenten mondiger geworden in het ventileren van hun verwachtingen. Gedragen ze zich daarom als “klant”? Die term vind ik te pejoratief. Ze eisen gewoon het recht op kwaliteitsvol onderwijs op, en gelijk hebben ze. Die correctie was nodig.’
Vanvoorden: ‘Mondigheid kan je enkel toejuichen, maar niet als ze ontaardt in kretologie en cliëntelisme: roepen omdat je je zin niet krijgt, of omdat studeren moeite kost. Mondigheid moet gefundeerd blijven.’
Pas: ‘Een reactieve student is beter voor het onderwijs dan een passieve ontvanger. Want dan leer je als docent ook van je studenten.’
Masschelein: ‘Het probleem is dat die mondigheid vaak samengaat met het eenzijdig beklemtonen van het eigen perspectief. Op den duur kan iedereen alles zeggen, want alles is maar een kwestie van perspectief. Dat geeft een complete relativering. Steeds vaker zeg ik mijn studenten: “Eigenlijk ben ik niet in je mening geïnteresseerd. Niet dat je niet mag spreken, maar doe het over ‘dit hier’, het onderwerp dat op tafel ligt. Je perspectief of je opinie is niet het interessante.”’
Maar een kunstenaar onderscheidt zich juist als interessant door zijn perspectief, toch?
Barbara Van Lindt
Van Lindt: ‘Juist, maar dat is een eindpunt, geen beginpunt. Ik lees vaak in aanmeldingen: “Ik kom mijn eigen signatuur ontwikkelen.” Maar dat is voor mij niet precies genoeg geformuleerd. Ik dacht terug aan het moment dat ik mijn handtekening heb gemaakt, toen ik dertien was. Je eerste handtekening is erg bedacht, en heel nadrukkelijk. Maar met de jaren wordt het een pennenstreek die je met veel vertrouwen op papier zet, zonder grote zorgen over wat die nu eigenlijk zegt over wie je bent. Je kan je signatuur dus niet krijgen van de school, je zal ze al doende zelf moeten ontwikkelen. Chris Dercon zei ooit: “Kunstenaars zijn keien in het nemen van beslissingen van heel verschillende aard: intuïtieve, doordachte, last minute beslissingen, …” Een signatuur is een optelsom van beslissingen, niet een amalgaam van personal issues.’
Pas: ‘Het klinkt arrogant, een student die uniek meent te zijn en een signatuur komt halen, maar in feite bedoelt hij of zij dan: “Ik heb iets te bieden, geef me de skills, de kennis en de taal om ermee naar buiten te komen.” Want veel kunstenaars zijn zowel egocentrisch als genereus. Ze delen hun kwetsbaarheid met de buitenwereld. Als je het debat enkel voert vanuit egocentrisme, voer je het dus te simpel. Personal issues worden politiek zodra je ze op tafel gooit. En de personal issues van een student zijn ook altijd de onze: twijfel, angst, begeerte, honger, onzekerheid, liefde, vreugde. Dat zijn ze zo ongeveer. Een kunstopleiding moet hen de tools aanreiken om van die personal issues kunst te maken.’
Het persoonlijke is dus tijdloos?
Vanvoorden: ‘In elk geval verandert de maatschappij wel. Ik ben zelf vrij jong, maar als ik docenten hoor en de generatie na mij zie, dan schrik ik toch van het verschil. De huidige twintigers zijn het product van een verschuivende geschiedenis. I don’t blame them. Maar we moeten ons wel bewust blijven van wat we zelf in de hand hebben gewerkt. En wat we daar als kunstensector ook zelf aan kunnen veranderen.’
Pas: ‘Ik vrees dat onze impact daarop kinderachtig minimaal is in vergelijking met de impact van media en digitalisering. De informatie-overkill van de laatste jaren, de internetverslaving van veel mensen, het constant online zijn: dat typeert jonge mensen vandaag.’
Masschelein: ‘Net daarom is het onderwijssysteem belangrijk. In de universiteit leeft steeds meer het idee dat de student zelf moet kunnen kiezen welke vakken hij of zij opneemt. In Leuven kan je binnen je “diplomaruimte” zelfs tien studiepunten inzetten als joker voor een aantal opleidingsonderdelen waar je niet door bent. Je installeert dus een systeem dat studenten naar hun onderwijs doet kijken als een traject “à la carte”. En dat doen ze dan ook, maar wij vrágen het hen.’
De hamvraag is of het sterke individuen oplevert.
Pas: ‘Het probleem is dat je net sterke individuen nodig hebt om met zo’n onderwijs om te kunnen gaan. Het is gericht op het individuele, superintelligente, creatieve, verantwoordelijke en ook nog eens gedisciplineerde genie. En dat is natuurlijk een idealistische fictie.’
Jan Masschelein
Masschelein: ‘Bovendien onttrekken wij ons aan onze verantwoordelijkheid. Als studenten tussen alles mogen kiezen, zeg je eigenlijk: “Wij vinden niets echt belangrijk, jij mag zelf uitmaken wat belangrijk is.”’
Pas: ‘Klopt, maar vroeger werd de kunstopleiding soms te veel in één mal geduwd en kregen studenten veel ballast binnen, terwijl je ziet dat sommige studenten meer theorie nodig hebben, en andere meer manuele skills. Dan is op je achttiende je eigen programma kunnen samenstellen, toch alleen maar goed? Je moet natuurlijk een stam bewaren van gedeelde kennis, maar zijtakken moeten toch kunnen?Wat mij betreft leveren we immers niet in de eerste plaats kunstenaars af, maar kritische creatieve mensen die zich ook kunnen manifesteren als criticus, galerist, curator of assistent in een museum. Misschien moeten we onze master zelfs nog wat meer gaan differentiëren.’
Van Lindt: ‘Ook bij DasArts ervaren we dat zij die vandaag overleven, vooral goed zijn in multitasken tussen verschillende rollen: performer, dramaturg, lesgever.’
Pas: ‘In elk geval merk ik bij kunststudenten juist een kritische houding tegenover de flow van informatie die ons constant wordt ingelepeld, en een koppig verzet tegen de formattering en de nivellering van reclame, politiek en internet. Vaak zelfs op basis van persoonlijke kwesties.’
Masschelein: ‘Aan de universiteit zie ik mensen juist steeds meer méégaan. Daarom vind ik de kunstschool interessant. Neem het model van individuele jury’s. In onze opleiding kenden we dat niet, maar we hebben dat nu ingevoerd als element in het engagement van een student. Als je je kwetsbaar moet opstellen, zal je wel met iets voor de dag moeten komen.’
Pas: ‘Ja, op zich kunnen universiteiten nog veel leren van kunstscholen: out of the box denken, creativiteit, dingen tot op het bot in vraag stellen.’
Leve de kunstschool, maar intussen reikt ‘de’ wereld voor nogal wat jonge studenten en kunstenaars niet verder dan hun kleine ik, hun navel.
Pas: ‘Ach, Van Gogh die oude schoenen natekende, beperkte die zich tot zijn kleine ik? Heel veel interessante kunst ontstaat net daar: bij het egocentrische en compromisloze ik dat zegt: “Ik doe wat ik doe, fuck the world.” In veel kunst apprecieer ik juist dat iemand dat durft zeggen. Het “kleine ik” is net universeel.’
Net zoals wij egotripperij moeten doorprikken als slechte kunst, moeten wij ook vals engagement doorprikken
Vanvoorden: ‘Helemaal mee eens. Neem de performance I am not alone van Kim Noble. Daarin passeren voortdurend persoonlijke Facebook-berichten, maar toch krijg je een hele wereld van eenzaamheid te zien. Alleen heb ik niets aan een conventioneel ego dat dagboekgewijs, zonder veel ambacht, staat te zeggen hoe eenzaam het is.’
Pas: ‘Dat is geen “klein ik”, dat is slechte kunst. Een “klein ik” klinkt alsof iedereen banale en interessante dingen in zich heeft. Dat geloof ik niet. Het ik is geen statisch gegeven. Het is vloeibaar, in wording. Geen product, maar een proces. Constant kneedbaar en beïnvloedbaar. De vraag is daarom: wat doe je ermee? Fred Bervoets tekent en schildert niets anders dan zelfportretten, en noemt zijn werk zelfs gewoon “Ik”, maar het is wel fantastisch werk. Het gaat erom welke vertaalslag dat krijgt, en daar komt de kunstopleiding op de proppen. Om van dat kleine ik grote kunst te maken.’
Masschelein: ‘Is het niet zo dat het kleine ik pas interessant wordt op het moment dat liefde niet alleen “mijn liefde” wordt? Dat het meer wordt dan “dit is van belang, want ik voel mij verliefd”, en transformeert in: “zo voelt verliefdheid”? Maar hoe geef je je “ik” een taal en een vorm die voor anderen herkenbaar is? Dat het iets wordt dat je deelt?’
Van Lindt: ‘Daar bestaat geen recept voor. Dat is precies het wonder van een esthetische ervaring. Hoe komt het dat dit werk me raakt, en een ander me koud laat? Je kan in het kunstonderwijs heel veel aanbieden, maar niet die sleutel.’
Pas: ‘Je kan studenten enkel vertellen wat er al is, dat is het probleem. Het kunstonderwijs biedt enkel aan wat al bekend is, terwijl goede kunst dingen genereert die er nog niet zijn. Goede kunst is ons altijd een stap voor, en daar kan het kunstonderwijs enkel achteraan hollen. In het beste geval blijf je in de buurt.’
Van Lindt: ‘Dat neemt niet weg dat er ook modes en poses van tegendraadsheid zijn die je als opleiding moet doorprikken. Soms zou je net willen pleiten voor wat méér contact met het kleine ik. Omdat er een enorme druk is ontstaan om subsidies te krijgen of ergens binnen te raken, hebben kunstenaars al ontdekt dat een “geëngageerd” project deuren opent. Net zoals wij egotripperij moeten doorprikken als slechte kunst, moeten wij ook vals engagement doorprikken. Zegt iemand, geprikkeld door de Arabische Lente: “Ik ga iets maken over revolutie”, dan vraag ik: “Sorry? Waar is je kleine ik hier?” Ook tegendraads zijn kan conformistisch zijn, en is voor mij geen betrouwbare indicatie voor goeie kunst. Dikwijls zie je jonge mensen het ene dogma vervangen door het andere. “Ik ben niet meer geïnteresseerd in verhalen vertellen in een black box, mijn werk moet participatief zijn.” Hoezo? Misschien bereik je met een voorstelling in een black box wel de hoogste graad van participatie: die met de verbeelding van de toeschouwer?’
Fred Bervoets
Wat als vertrekken van het eigen ik net het dogma is?
Van Lindt: ‘Dat wordt vanzelf in vraag gesteld, zeker nu de markt al die artistieke ikken niet meer kan cateren, en er zelfs niet op zit te wachten. Om te overleven als professionele ik, na je studies, moeten kunstenaars creatief zijn om condities te scheppen voor zichzelf. Als er geen structuren meer zijn die geld ter beschikking hebben, waar ga je je dan manifesteren? Ga je een tijdschrift oprichten, ga je in een garage een collectief starten? Wat ga jij doen?’
Pas: ‘Dat is precies de kern van de avant-garde geweest: je eigen condities bepalen in plaats van af te hangen van het establishment, dat vervreemd is van de kunstpraktijk.’
De historische avant-garde was bij uitstek een collectief fenomeen.
Pas: ‘Juist, maar het collectieve is nooit een doel op zich geweest, wel een middel. Als kunstenaars voelen dat ze belemmerd worden in hun vrijheid, dan kan het collectieve een strategie zijn om bepaalde grenzen te verschuiven, om een eigen platform te creëren. Maar zodra de noodzaak daartoe weer afneemt, valt dat collectieve zo weg. Dan gaan individuen weer zichzelf manifesteren, en spat het uit elkaar. Dat is bijna een wet in de geschiedenis. Kijk naar hoe muziekbands splitten. Het collectieve dient enkel om het individuele beter te ontplooien.’
Van Lindt: ‘Voor mij gaat het niet enkel om het collectief, maar ook om allianties aangaan met partners buiten het artistieke veld. Hoe kan je termen die we zo verguizen, omdat ze tot het repressieve neoliberalisme horen, toch toe-eigenen en positief laden? “Netwerken”: hoeveel kunstenaars zeggen niet dat ze daar heel slecht in zijn? En dan denken ze dat ze moreel hoger staan dan netwerkers. Grow up! Herdefinieer netwerken volgens jouw normen en waarden. Do it! Vind de speelsheid, de lust, de vrijheid om die begrippen en praktijken weer naar jezelf te trekken, in plaats van erdoor geïntimideerd te raken.’
Als het smeden van allianties weer urgenter wordt, moet de kunstopleiding studenten dan meer voorbereiden op coöperatie?
Pas: ‘Nee, dat vind ik gevaarlijk. Dan geef je studenten de kans om zich te gaan verstoppen in de groep. Interessant aan kunstonderwijs is net dat je iemand confronteert met zijn of haar verantwoordelijkheid. Daar mangelt het nu soms aan: dat jonge mensen die niet durven opnemen, of dat nooit geleerd hebben. Ze vrezen dat ze er meteen op aangesproken zullen worden. En dus mag je niet toelaten dat iedereen zich bij collectieve evaluaties kan gaan verstoppen achter iemand anders. Iemand toetsen op de verantwoordelijkheid van zijn of haar uitspraken, kan enkel face to face, in een frontaal gesprek, waarbij je inzoomt op iemands persoonlijke kwaliteiten: zij het via discours, zelfrepresentatie of het maken van een portfolio.’
Het collectieve dient enkel om het individuele beter te ontplooien
Van Lindt: ‘Wij dagen studenten altijd uit om voor het programma in de lente zelf met een voorstel te komen, en dat aan te bieden aan hun medestudenten. Over verantwoordelijkheid gesproken. Dit jaar was er een gezamenlijk proposal van vier mensen, maar dat bleek helemaal geen identiteit meer te hebben. Omdat die vier mensen, die elkaar zo goed kennen, uiteindelijk niemand het mandaat gaven voor wat deze of gene zelf belangrijk vond. Dat soort programmaonderdelen brengt dat meteen aan de oppervlakte.’
Pas: ‘In die zin vind ik dat ik-gegeven heel cruciaal. Ik hou van mensen die uitkomen voor hun mening. Zoals van een politicus die zegt: “Ik vind dat, daarom en daarom”, in plaats van “De burger wil dit of dat”. Zo lees ik ook niet graag teksten van mensen die continu verwijzen naar Derrida en Baudrillard. Ik wil hun boekenkast niet lezen, maar weten wat hun eigen visie is. Zoals je zelf als docent veel overtuigender overkomt als je vanuit je eigen passie spreekt, zo wil ik een student zien die zegt: “Ik doe dit, daarom, en daar sta ik voor!”, in plaats van zich te verstoppen achter een discours, een pseudotheorie, een collectiviteit of een pseudo-engagement. Want er is geen overdaad aan individualiteit, maar een overdaad aan conformisme en groepsdruk. Dat maakt kunstonderwijs zo interessant: je daagt mensen uit om zich bloot te stellen en iets te poneren, om zonder window dressing achter hun actie of hun werk te blijven staan. Niet uit egocentrisme, maar uit verantwoordelijkheid.’
Bron: http://www.rektoverso.be/artikel/van-kleine-ik-naar-grote-kunst
De ene stelt in vraag, de andere gaat op zoek naar zijn eigen oplossingen. In mei werd De Culturele Ladekast voorgesteld. Een Nederlands antwoord op onze zoektocht naar een doorlopende leerlijn ?
Aan cultuureducatie zijn de volgende 4 competenties gerelateerd:
Receptief vermogen: de leerling kan zich openstellen voor culturele uitingen.
Creërend vermogen: de leerlingen denkt, creëert en produceert op creatieve wijze.
Reflectief vermogen: de leerling kan cultuuruitingen van zichzelf en anderen analyseren,
interpreteren en waarderen.
Analyserend vermogen: de leerling kan informatie over cultuuruitingen opzoeken, in zich
opnemen en toepassen in eigen werk, eventueel met betrekking van andere kerndoelen, bijvoorbeeld uit taal of de zaakvakken.
Een school verdeelt de verschillende activiteiten die zij haar leerlingen wil aanbieden over de 4 culturele vermogens. Uiteindelijk bevat een lade alle activiteiten vanuit de leerlijnen van de verschillende kunstvak- ken. De school vult die zelf in of zoekt daarvoor de samenwerking met een culturele instelling. Een instel- ling kan gevraagd worden om gericht aanbod te ontwikkelen voor één cultureel vermogen, bijvoorbeeld omdat het op school aan kennis en expertise daartoe ontbreekt. Of om een aanvulling op de lessen te ontwikkelen.
Mooss - eigen methodiek rond kunsteducatief werken met kinderen
Mooss ontwikkelde een eigen methodiek rond het kunsteducatief werken met kinderen, jongeren en hun begeleiders.
Mooss is ervan overtuigd dat het belangrijk is om inzicht te hebben in de processen die zich voordoen wanneer kinderen, jongeren en hun begeleiders werken rond kunst en erfgoed. Als je niet weet wat er echt speelt, dan zal je als begeleider van deze processen enkel kunnen terugvallen op praktijkervaring.
Als je niet op de hoogte bent van de wezenlijke componenten en onderliggende methodiek, dan kan je wel systemen gebruiken die hun deugdelijkheid hebben bewezen, maar je kan ze niet vernieuwen en moeilijk aan complexe situaties aanpassen. Als je enkel weet wat werkt, maar niet begrijpt waarom, dan ben je veroordeeld tot herhaling. In het steeds complexer wordende landschap van jeugd en kunst is dat geen goede uitgangspositie. Daarom heeft Mooss altijd veel energie gestoken in de theoretische en methodische onderbouw van haar werking.
Ook de eisen die Mooss zichzelf stelt op het vlak van inclusie vragen om een aangepaste methodiek. Als je probeert om niemand uit te sluiten, op basis van welke kenmerken ook, dan heb je een methodiek nodig die je in staat stelt om iedereen te begeleiden. Als je de methodiek beheerst om te kunnen differentiëren, dan kan je veel verschillende zinvolle kunstervaringen tegelijk mogelijk maken.
De kunst- en erfgoedbemiddelaar is een druk bezet vrouw/man, met weinig tijd om zich in de uitgebreide literatuur over theorie, methodiek en best cases te verdiepen. Hopelijk kan dit nieuwe methodiekboek hier in alle sectoren waarin wordt bemiddeld tussen publiek en kunst of erfgoed een helpende hand reiken.
U kunt ons boek “Kunst- en erfgoededucatie – theorie en praktijk” bestellen via Acco België
Kunst in Zicht ontwikkelt actieve kunsteducatieve projecten. In een labowerking voor kinderen en jongeren én tijdens vorming en coaching van hun begeleiders staan twee doelen voorop: leren door de kunsten én interesse ontwikkelen voor de kunsten. In een inspirerende en sterke kunsteducatieve leeromgeving beleven kinderen, jongeren en hun begeleiders creatieve processen die heel wat raakvlakken, gelijkenissen en eigenschappen vertonen met de artistieke creatieprocessen van kunstenaars.
Kunst in Zicht is een vrijhaven voor actieve kunsteducatie. Deelnemers experimenteren met kunstvormen en –disciplines om daarin vaardigheden, kennis en attitudes te ontwikkelen.
ICQ Verbindt cultuur en onderwijs
CQ is een methodiek die cultuur en onderwijs verbindt. Tijdens een ICQ-vormingstraject van 5 dagen werken leerkrachten basisonderwijs en cultuurpartners uit één regio of stad aan een netwerk waardoor ze na het traject beter op elkaar kunnen inspelen. Leerkrachten ontdekken hoe ze creativiteit een vaste plek kunnen geven in de klas. Ze maken een aanzet voor een doelbewust beleidsplan rond cultuureducatie op school. De deelnemende cultuurpartners krijgen door het traject een direct contact met enkele geïnspireerde leerkrachten en krijgen inzicht in de noden van het onderwijs in hun regio.De ICQ-methodiek werd uitgeschreven in een uitgebreide cursusmap.
Vanaf seizoen 2014-2015 voorziet Kunst in Zicht een train de trainer-opleiding ICQ. Dit is een drie dagen durende opleiding voor professionals cultuureducatie. Bijvoorbeeld voor kunstdocenten, jeugdprogrammatoren, educatief medewerkers van kunstorganisaties en cultuur- en gemeenschapscentra, lectoren van lerarenopleidingen en vanuit opleidingen zoals sociaal cultureel werk, leerkrachten Deeltijds Kunstonderwijs, leerkrachten basisonderwijs die al een ambassadeursrol opnemen voor hun eigen en andere scholen rond kunst en cultuur, pedagogisch begeleiders, medewerkers navorming enz. Kunst in Zicht organiseert selectiegesprekken om samen het juiste profiel van toekomstige begeleiders te vinden.
In de opleiding krijgen deelnemers een intro in de ICQ-methodiek en worden opgeleid tot ICQ-docent. Na de opleiding kunnen ze als professioneel ICQ-lesgever. ICQ-vormingstrajecten voor onderwijs- en cultuurpartners in de regio organiseren en begeleiden. De lokale ICQ-docenten kunnen het lokale netwerk uitbouwen, blijven ondersteunen om samen de schouders te zetten onder regionaal verankerde cultuureducatie voor kinderen en jongeren.
Bron: http://www.kunstinzicht.be/leerkrachten-en-begeleiders/icq
Voorbeeld van een culturele kaart...
Cultuureducatie, een manifest
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, waarom en hoe cultuureducatie belang heeft; kunstintrinsieke en basale pedagogische waarden uit het domein van kunst en cultuur.
Brug naar kunst- en cultuureducatie (Project van School of Education)
Penvoerende instelling : LUCA School of Arts
Partners : CVO LimLo, KHLim, KHLeuven
Doelgroep : Opleidingen Secundair Onderwijs (BASO, CVO en universiteit)
Looptijd : sep 2010 - aug 2012
Promotor : [email protected]
SoE-stafmedewerker : [email protected]
Korte omschrijving :
Probleemstelling: Ondanks diverse inspanningen en initiatieven van verschillende partners in het onderwijsveld is een kwaliteitsvolle en breed gedragen inbedding van cultuur en kunst in het Vlaamse onderwijs nog niet gerealiseerd. Cultuur- en kunsteducatie in het secundair onderwijs en de lerarenopleiding BaSO blijft daarom te vaak beperkt tot specifieke (soms geïsoleerde) vakken of initiatieven. Vanuit deze optiek is het problematisch om op een vakoverschrijdende en geïntegreerde wijze aan cultuur- en kunsteducatie te werken.
Uitgangspunt: Cultuur is een sociaal gedeeld betekenisfonds waaruit mensen putten wanneer ze denken, handelen of communiceren. Cultuur maakt de interactie tussen mensen onderling en tussen mensen en dingen mogelijk. Vanuit deze interactieve betekenis kan het begrip cultuur ook in een onderwijskundige context worden geplaatst. Het resulteert in de koppeling van het begrip cultuur aan het pedagogische denken en handelen van de leerkracht. Dit gebeurt door het begrip cultuur te verbinden aan de grondhouding en de basiscompetenties van elke leerkracht.
Situering: Het uitgangspunt van dit project sluit aan bij belangrijke onderwijsinnoverende initiatieven als de nieuwe vakoverschrijdende eindtermen (2009) en het voorstel van de commisie Monard (2009) waaruit blijkt dat het aandeel van cultuur- en kunsteducatie in een hervormd secundair onderwijs zal toenemen.
Operationele doelstellingen :
De ontwikkeling van een theoretisch kader waarin het begrip cultuur- en kunsteducatie en de meerwaarde voor de BaSO-opleiding vanuit een vakoverschrijdende en geïntegreerde aanpak wordt beschreven.
De ontwikkeling van tools om deze visie didactisch te implementeren in de BaSO-opleiding in de vorm van (I) een inhoudelijke vertaling, (II) een organisatorische vertaling, (III) een methodologische vertaling en (IV) een toetswijzer.
Het verkennen, ontwikkelen en toetsen van good practices (= concrete voorstellen en mogelijkheden om de instrumenten vermeld onder doel 2 te operationaliseren) op basis van (I) een behoefteanalyse bij partners in het werkveld (= 6 lerarenopleidingen en 4 scholengemeenschappen secundair onderwijs), (II) het verkennen en beschrijven van interessante initiatieven zowel binnen als buiten het onderwijs en (III) de terugkoppeling door een resonantiegroep (= uitproberen en toetsen van nieuw ontwikkeld materiaal).
De samenstelling van een uitgebreide inventaris van referenties (publicaties, organisaties, projecten, …) voor verantwoordelijken cultuur- en kunsteducatie uit secundair onderwijs en lerarenopleidingen.
De ontwikkeling van een elektronisch platform voor verantwoordelijken cultuur- en kunsteducatie uit secundair onderwijs en lerarenopleidingen.
Een praktijkgericht onderzoek over cultuureducatie in het reguliere onderwijs.
Hoe ervaren leraren kunst- en cultuureducatie? Wat verstaan ze onder creativiteit? Vinden ze het moeilijk om in de praktijk te brengen? Hoe zien ze cultuureducatie? Hoe brengen ze kunst in de klas?
Dit en vele andere onderwerpen komen systematisch aan bod in de interviews op deze site, met leraren uit basis- en secundair onderwijs. Dezelfde vragen werden ook aan hun directies gesteld.
Interview met Steve Tyncke (leerkracht praktijk aan het KTA MOBI)
Wat is uw functie binnen de school? Ik ben leerkracht in de afdeling tweewielers en de lichte verbrandingsmotoren, motorfietstechnieken eigenlijk. In het vijfde en zesde middelbaar wordt er gestart met bromfietsen, grasmaaiers, … alle kleine gereedschappen die met een benzinemotor worden aangedreven. Ook tweewielers aangedreven door benzinemotors. In 7 de specialisatiejaar zijn het echte motors waar we mee werken. Kunt u de school omschrijven? Waar staat de school volgens u voor? Onze school is wel vernieuwend. We hebben een nieuwe start gehad. Vroeger zaten we in oudere gebouwen. Door naar hier te verhuizen (4 à 5 jaar geleden) is er nieuw leven ingekomen, veel jonge en nieuwe leerkrachten. Samen met de verhuis zijn er veel oude leerkrachten met pensioen gegaan. Ik heb hier vroeger zelf op school gezeten dus ik zie het verschil. Vooral het naar buiten komen, de leerlingen meer betrekken in het lesgebeuren. Niet enkel dit, dit, dit, maar zoveel mogelijk aan de hand van projecten de te kennen leerstof over te brengen. Toch op een andere manier dan vroeger. Aan welke leerlingen geeft u les? Er is een serieuze diversiteit aanwezig. Zelf heb ik het voordeel dat er niet veel scholen zijn die deze richting aanbieden. De leerlingen kiezen dus echt bewust van deze richtingen. Je hebt leerlingen die van Sint-Niklaas of Terneuzen komen. Het zijn leerlingen die echt iets willen bijleren, echt wel werkers. Dat is wel leuk om mee samen te werken. In de afdeling automechanica of elektriciteit zijn het meer jongens uit de buurt die ergens iets moeten kiezen. Dit is groot verschil in motivatie met de leerlingen die voor mijn vak kiezen. Wat is volgens u typisch en kenmerkend voor deze leeftijdsgroep? Waar dien je zeker rekening mee te houden als iemand nieuw les zou geven aan deze leeftijdsgroep? Hiervoor heb ik in een garage gewerkt. Toen ik hier toekwam als leerkracht is het vooral hoe dat die jongens ons proberen te leren kennen en uitdagen; om daar niet op in te gaan, om dit allemaal te relativeren en om dit te plaatsen. Dat is het belangrijkste als leerkracht: jezelf blijven en sterk genoeg zijn om met die jongens te kunnen blijven omgaan.Na een tijdje komt er een evenwicht en is het fijn samenwerken. In het begin is dit echter niet evident.
U staat dagelijks in het onderwijs. Wat is volgens u het doel van onderwijs? Wat vindt u belangrijk dat de leerlingen wordt bijgebracht? Als leerkracht heb je twee taken. Allereerst dien je ze een vak aan te leren. Ten tweede dien je ze ook een beetje klaar te maken voor de maatschappij. In de ene les ben je wat meer bezig met je vak, in de andere les ben je dan wat meer bezig met de leerlingen klaar te maken voor de maatschappij. Dit zijn kleine dingen, bv een evenwicht zoeken tussen hun wensen en mijn wensen. In het begin moet je dit echt leren en dit verbetert dan. Als ze bijvoorbeeld een taak krijgen, dan moeten ze zich ook echt aan de afspraak houden. Als u uzelf mag voorstellen. Wat zou u omschrijven als kwaliteiten van uzelf? Hoeft op zich niets met uw onderwijspraktijk te maken te hebben. Wat zijn bv. uw hobby’s? Ik denk dat ik altijd mijn best zal doen om mensen te helpen. Dat is mijn goede eigenschap. Wat zegt u het begrip ‘kunst – en cultuureducatie’? Ik heb altijd in een garage gewerkt. Kunst- en cultuureducatie is iets dat altijd ver van me verwijderd was. Meer en meer geraak ik hier mee vertrouwd. Bv. Door Johanna haar projecten. Het is vrij ongekend voor mij. Bv. toneel of zo had ik nog nooit meegemaakt. Nu tracht ik dit af en toe mee te pikken. Om iets aan andere mensen bij te brengen. In de eerste plaats bekijk ik nu eens wat er allemaal te zien en te beleven valt in Gent op vlak van kunst en cultuur. Kunst, iedereen kan wel iets maken dat een kunde of kunst is. Hetgeen dat de leerlingen kunnen maken is ook kunst, is ook uniek. Integreert u kunst- en cultuureducatie in de lessen? Onrechtstreeks wel. In het begin van het schooljaar krijgen de leerlingen de keuze om mee te bepalen wat ze willen doen. Ze worden zo geprikkeld om te gaan nadenken over wat ze gaan doen. Vroeger toen ik op school zat, stond het vast wat we moesten maken. Op dit vlak ben ik hier ‘onbewust’ mee bezig. Leerlingen die zelf mee bepalen zijn meer geïnteresseerd dan dat ze verplicht iets moeten maken. Kunt u enkele voorbeelden geven van onderwerpen die worden behandeld m.b.t. kunst- en cultuureducatie in de lessen? Zo wordt er van een kleine Quad wordt er een auto op afstandsbediening gemaakt. Iemand maakt een motor die op perslucht draait. Een derde project is de ‘feest/ fietsbus’ een klasproject aangebracht door de leerlingen. Hier werken we met alle leerlingen aan. Dit project loopt over het volledige jaar. Aan het Sint-Pietersstation gaan we dan fietsen gaan herstellen. Leerlingen moeten twee eindwerken doen: een didactisch paneel en de vrije keuze. Wat verstaat u onder het deelbegrip ‘kunsteducatie’? Dat je mensen het inzicht leert kennen in kunst en wat zojuist kunst is. Niet zo zeer de verschillende kunstenaars. Het gevoel hebben en leren durven iets te doen. Het hoeft niet altijd lukken, je hoeft je er niet voor te schamen, gewoon doen.
Wat verstaat u onder het deelbegrip ‘cultuureducatie’? Op deze school voornamelijk ‘iemand anders zijn cultuur’. Je hebt ook de cultuur van je eigen stad maar hier is het vooral bezig zijn met de cultuur van je eigen klas- en schoolgenoten. Dit levert heel wat bronnen van conflicten op, omdat we elkaar niet zo goed begrijpen. Uiteindelijk moeten we hier 10 tot 12 uur in de week het zelfde delen. Het is dan ook van belang dat we dan een beetje overeen komen. We moeten niet de beste vrienden worden maar we moeten wel kunnen samen werken. Wordt er binnen de school vaak gepraat over kunst – en cultuureducatie? Zijn er collega’s die hier aandacht aan besteden? Er zijn wel wat collega’s mee bezig maar eerder individueel. Johanna is met heel wat projecten bezig. Voor de rest ieder op zijn eigen. Het is niet dat er hier veel over gebabbeld wordt. Vindt u kunst- en cultuureducatie belangrijk voor de leerlingen? Waarom? Ja het is super belangrijk. Vooral om zichzelf te ontwikkelen. Dat ze durven aan iets te beginnen. In de mechaniek heb je nooit voor alle problemen een pasklare oplossing. Als je dan opgesloten bent in de vaste structuur, zonder dat je iets durft te op te starten, dan is de kans klein dat je ergens zal geraken. En de cultuur om elkaar te begrijpen. Als we elkaar niet begrijpen, dan kunnen we niet samen functioneren. Vindt u kunst – en cultuureducatie belangrijk voor uzelf als leerkracht? Waarom? Alsmaar meer en meer. Aanvankelijk , toen ik hier begon te werken, dacht ik aan te leren hoe een auto ineen zit. Maar je hebt al snel door dat dit niet de hoofdtaak is. Als je gewoon vooraan in de klas staat en je houdt geen rekening met je publiek dan is er geen beginnen aan. Door de lerarenopleiding heb ik geleerd dat je moet bezig zijn met de leerlingen. Hoe langer dat ik hier sta, hoe meer het me duidelijk wordt, dat als ik ze iets wil bijleren dat je ze bij u moet hebben, dat we samen zijn. Wat zou u graag anders aanpakken in uw lessen m.b.t. kunst – en cultuureducatie? Wat kan u daarbij helpen? H.et probleem op school is bij cultuureducatie is dat ik zelf nog niet alles weet van de andere culturen. Hier zal ik zeker nog wat tijd moeten insteken. Terwijl ik me vroeger altijd technisch wou bijscholen, heb ik nu het gevoel dat het hoogtijd is om de andere volkeren en hun principes moet leren kennen. Het is altijd moeilijk om rond te komen met de werkingsmiddelen. Nu slechts 70 euro uitgegeven aan materialen voor het project. We moeten dan op zoek gaan in de kelder en in de container naar oud ijzer, … Het zou wel leuk zijn mochten er iets meer middelen zijn om dergelijke projecten te financieren en iets meer te kunnen doorwerken. Wat zou u kunnen helpen om kunst – en cultuureducatie meer mogelijk te maken in de lessen? (coaching, informatie, middelen, werkgroep,…)? Het zou wel leuk zijn om andere mensen te kunnen observeren hoe ze bezig zijn met dergelijke educatie. Stel dat mijn leerlingen bv samen werken met de afdeling schilderen. En dat daar dan een groepje bezig is met het proces. Op die manier van elkaar leren, moet wel leuk zijn. En werkingsmiddelen, … Maakt u vaak gebruik van muzische domeinen in de lessen (drama, bewegingsexpressie, muzisch taalgebruik (bv poëzie), muzikale opvoeding, beeldopvoeding, media)? Ik ben daar niet echt mee bezig. Ik zou wel willen maar ik zou niet weten hoe dit te integreren in de lessen. Wat verstaat u onder creativiteit? Beginnen met iets, opbouwen, … Mijn leerlingen zijn meestal doeners. Het zijn niet echt leerlingen die eerst een plan gaan tekenen. We kunnen ook geen plan tekenen omdat we niet weten welke materialen we kunnen gebruiken. Het gaan zoeken van materialen in de kelder en in de containers zet ook aan tot creativiteit. Als we een profiel nodig hebben van 3 meter en we vinden er maar een van 2 meter… Niet vastzitten aan een idee. Flexibel zijn. Als iets niet lukt dan zoeken naar alternatieve oplossingen. We hadden een aandrijfsysteem gemaakt dat volledig mislukt. 3- tal leerlingen zaten hier enorm mee in. Na het weekend waren er een aantal ideeën en dan is het uiteindelijk alsnog gelukt. Dat is dan leuk om te zien die voldoening bij de leerlingen. Het mislukken kun je dan uit leren. Ze moeten leren dat het fout kan lopen en dat je soms moet doorzetten. Kunt u tot slot aanvullen: een goede leerling is… Dat die de juiste leerkracht heeft. Er zijn altijd jongens bij die we niet kunnen rechtzetten. Als de jongen iets of wat normaal functioneert, dan maak je daar wel een goede leerling van. Dit bekom je dan door duidelijke afspraken te maken. Vooral het evenwicht tussen wat de leerling wil en wat de leerkracht wil. Er moet een betrokkenheid zijn van de leerlingen. De meeste leerlingen die stoppen, is wegens gebrek aan motivatie. Ze moeten zich noodzakelijk voelen in de groep om dit te voorkomen. Zo is er een lasser, iemand die opmeet, … ze zijn dus een team van leerlingen die elkaar nodig hebben en niet dat ze zomaar één van de zovelen zijn. Een goede leerkracht is… Moeilijk om te zeggen. Het is niet omdat je de agenda niet elke dag invult dat je daarom een slechte leerkracht bent. Als je rondloopt op school dan merk je dit wel. Hoe de leerlingen omgaan met de leerkrachten vormt hiervoor de beste feedback. Ik denk als je redelijk bent met de leerlingen, dan krijg je dit ook terug van de leerlingen: respect kan je niet afdwingen. Als je dit als leerkracht krijgt zonder dit te moeten afdwingen, dan ben je wel een goede leerkracht.
Bron: http://www.artatouille.be/leraren-over-cultuur-op-school/secundair-onderwijs/mobi
Zie link voor meer interviews.
Creativiteit stimuleren...
Cultuurwerkplaatsen
Dit is een verzamelbegrip voor allianties, ateliers of platforms die er in elke wijk weer anders uitzien. Kern is dat een Cultuurwerkplaats ruimte biedt voor ontmoeting, culturele productie en presentatie. Te vinden is hier wat er vanuit de wijk komt en wat van buitenaf interessant is voor de wijk.
De Cultuurwerkplaats is het middelpunt van wijkprofilering en de drager van een beter imago voor de wijk. Cultuurwerkplaatsen stimuleren nieuwe vormen van burgerschap en cultureel ondernemerschap en worden voorbeelden van een nieuw perspectief voor de wijk.
Voorbeeld Cultuurwerkplaats -> Carnisse
Vergis je niet in Carnisse! Deze wat vergeten wijk van Zuid blijkt in sociaal opzicht een leukere en betere plek dan zo op het eerste gezicht lijkt. Er bestaan bijvoorbeeld informele kleine zorgnetwerken onder bewoners, die ondersteuning verdienen.
Onder de noemer ‘Over leven in Carnisse’ is de afgelopen jaren gewerkt aan gelijkwaardige relaties tussen bewoners en professionals met zicht op nieuwe perspectieven en wederzijds vertrouwen.
‘Over leven in Carnisse’ is een ‘erfgoedopname’, met radioprogramma’s, een grote tentoonstelling (2012) en een variëteit aan andere activiteiten. Dit alles samen met partijen als Museum Rotterdam en de Hogeschool Rotterdam. Bewoners voelen zich door deze bedrijvigheid gekend, herkend en gewaardeerd.
De Cultuurwerkplaats Carnisse heeft in dit gebied de functie van ontmoetingsplek voor bewoners en informatiemakelaar tussen bewoners en professionals. Bewoners organiseren hier ook met veel inzet activiteiten voor andere bewoners.
Vertrouwen komt te voet maar gaat te paard. Daarom wil Zuidzijde hier een langdurige verbintenis aangaan. Doel daarvan is de ingezette empowerment van bewoners bestendigen en uitbreiden via kunst en cultuur: een nieuwe manier van wijkprofilering.
De Cultuurwerkplaats Carnisse kan een grote impact hebben als voorbeeld van het vergroten van de bereidheid en het vermogen van bewoners om te investeren in hun eigen omgeving. Gestart vanuit het thema erfgoed.
De Cultuurwerkplaats Carnisse wordt onder andere gesteund door het Oranje Fonds.
In augustus 2014 brachten we de portretten van de mensen uit de Cultuurwerkplaats Carnisse in kaart. Een sprekend document waarin de waarde van deze plek wordt uitgedrukt door de mensen zelf.
Sir Ken Robinson outlines 3 principles crucial for the human mind to flourish — and how current education culture works against them. In a funny, stirring talk he tells us how to get out of the educational "death valley" we now face, and how to nurture our youngest generations with a climate of possibility.