Amplidão interior. Innerlijke ruimte.
(..) Niet alleen in de tijd strekken we ons uit. Ook in de ruimte strekken we ons uit tot ver over de grens van wat zichtbaar is. We laten iets van onszelf achter wanneer we een plek verlaten, we blijven daar, ondanks dat we zijn weggegaan. En er zijn dingen in ons die we alleen terug kunnen vinden door naar de plek terug te keren. We naderen onszelf, we reizen naar onszelf toe wanneer het monotone gedreun van de wielen ons naar een plaats voert waar we een traject van ons leven hebben afgelegd, hoe kort dat ook is geweest. Als we voor de tweede keer het perron van het onbekende station betreden, de stemmen uit de luidsprekers horen, de typische geuren opsnuiven, dan zijn we niet alleen maar op een verre plaats aangekomen, maar ook bij het verre domein van ons eigen innerlijk, in een misschien heel ver van ons verwijderde uithoek van onszelf die, als we ergens anders zijn, geheel in het donker ligt en onzichtbaar is. Waarom anders zijn we zo opgewonden, zo buiten onszelf, wanneer de conducteur de naam van de plaats opnoemt, wanneer we het piepen van de remmen horen en door de plots beginnende schaduw van de stationsoverkapping worden opgeslokt? Waarom anders is het zo’n magisch moment, een moment van geruisloze dramatiek, wanneer de trein met een laatste ruk volledig tot stilstand komt? Het is omdat we vanaf de eerste stappen die op het vreemde en toch ook niet meer vreemde perron zetten, opnieuw een leven opnemen dat we hadden onderbroken en verlaten toen we destijds de eerste ruk van de vertrekkende trein voelden. Wat zou opwindender kunnen zijn dan een onderbroken leven met al zijn beloften weer op te pakken?
Het is onjuist, een onzinnige gewelddaad als ons op het hier en nu concentreren in de overtuiging daarmee het wezenlijke te pakken te hebben. Waar het eigenlijk op aankomt is je zelfverzekerd en kalm, met de bijpassende humor en de bijpassende melancholie, in het qua tijd en ruimte uitgestrekte innerlijke landschap te bewegen dat wij zijn. Waarom hebben we medelijden met mensen die niet kunnen reizen? Omdat ze zich, doordat ze zich uiterlijk niet kunnen uitstrekken, ook innerlijk niet kunnen uitstrekken, ze kunnen zichzelf niet vermenigvuldigen, en daardoor zijn ze beroofd van de mogelijkheid in zichzelf verre uitstapjes te ondernemen en te ontdekken wie en wat anders ze ook hadden kunnen worden.