Tijdens mijn master persuasieve communicatie aan de Universiteit van Amsterdam ben ik geïnteresseerd geraakt in gezondheidscommunicatie. Wat drijft mensen om bepaald gedrag te vertonen en hoe kun je dit gedrag beïnvloeden, zodat zij een gezondere levensstijl aannemen? Iemand die deze vragen tijdens haar werk behandeld is Fréderike Mensink; specialist bij het Voedingscentrum en de uitgelezen person om mij mee te nemen in de wereld van voeding en wetenschap.
‘Ik vind gezondheidsbevordering leuk’. As simple as that. Fréderike studeerde daarom gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en koos tijdens haar master voor de richting voorlichting. Haar afstudeer- en tevens onderzoeksstage deed ze bij het Voedingscentrum, waar ze het zo naar haar zin had dat ze niet meer weg is gegaan. ‘Ik heb voor mijn afstuderen onderzoek gedaan naar hoe mannen beter te bereiken zijn. Hoe spreek je mannen aan op het gebied van voedingsvoorlichting? Hiervoor heb ik vragenlijsten afgenomen bij twee grote bedrijven en vier focus groepen gehouden’.
In het begin was Fréderike junior projectleider, maar inmiddels bekleedt ze de functie van kennisspecialist. ‘Ik kijk vanuit gedrag en voeding, dat is mijn specialiteit. Mijn kennis zit in het opzetten en de basis leggen van verschillende projection die we moeten draaien. Ik doe literatuuronderzoek, kijk welke gedragsdeterminanten er een rol spelen en welke strategieën we kunnen gaan inzetten voor een campagne. Ook schrijf ik factsheets. Als kennisspecialist is het van belang dat je op de hoogte bent van de huidige inzichten’. Naast haar eigen werkzaamheden zit Frederike veel in overleg. ‘Dat komt omdat ik in redelijk veel projecten zit. Tijdens zo’n projectoverleg zitten we als projectteam samen om de verdere strategie te bepalen en taken op elkaar af te stemmen’.
Ik vraag haar waarom ze goed is in wat ze doet en wat er zo leuk is aan haar baan. ‘Ik ben analytisch ingesteld. Dat is van belang om literatuur te scannen, daar dingen uit te halen en vervolgens begrijpend op te kunnen schrijven. Je moet bovendien de vertaalslag naar de praktijk kunnen maken. Daarnaast is het als kennisspecialist belangrijk dat je mee kan denken over de strategie. Het leukst vind ik dat je dingen kan neerzetten waarvan je weet dat ze goed onderbouwd zijn. Dat je niet zomaar iets ontwikkelt, maar dat het gefundeerd is op (wetenschappelijke) inzichten. De voedselveiligheid campagne ‘Ziekmakers zie je niet’ is bijvoorbeeld op een strategie gebaseerd. Als je dan ziet dat er effecten zijn is dat super leuk. Minder bevredigend is het als je kort de tijd hebt om dingen uit te pluizen. Dan kan je het soms minder gedegen doen dan je zou willen’.
Uit Fréderike’s verhaal blijkt dat samenwerking een centrale rol speelt in haar werk. ‘Naast collega’s hebben we ook een adviescommissie gedrag en communicatie. Het zijn eigenlijk een soort sparringpartners. We leggen casussen voor waar zij over mee kunnen denken. Voor ons is dat prettig omdat het ons scherp houdt en voor hen is het leuk om een verbinding te hebben met de praktijk. De commissie bestaat uit hoogleraren van verschillende universiteiten’.
Tot slot vraag ik haar, as usual, of ze mij nog een tip of les mee wilt geven. ‘Ik denk dat de praktijk juist goed mensen kan gebruiken die net van de universiteit komen en klaargestoomd zijn. Vergeet je achtergrond niet. Laat dat niet los. Uiteindelijk kan je daar goed je carrière bouwen’.