Alles staat er al in en aldoor anders. Daarom vereren ongelukkigen het verleden, biddend voor de muren van het gesticht waarachter seringen en de lemuren die dansen. D’r is een man. Zijn silhouet blijft overeind door zijn roetzwart ego, dat eminent skelet. Pal staat de man tussen de beweeglijke dingen, tussen gestroomlijnde golven, tussen de gevonden voorwerpen. D’r is een loofblad dat valt. Veel te vroeg. D’r is een exegeet die vraagt: ‘Te vroeg? Wat is daarvan de kern? Denkt u wel modern? U staat er besmuikt bij als een Amerikaanse president!’ Flaubert zei het al: ‘Het is onnozel om te willen besluiten.’ Daarom deze voorbarige baksels. D’r is een palimpsest. Die zich laat lezen. Die ons zegt (wij die struiken zijn vol lettergrepen): ‘Niks vereren. Kom met mij mee. Mee deserteren.’












