Waarover men niet kan spreken, daarover moet men spreken want daarvan leeft de mens en daaraan sterft hij.
Jules of Nature
$LAYYYTER
KIROKAZE
2025 on Tumblr: Trends That Defined the Year

No title available
No title available

JVL
Three Goblin Art
tumblr dot com

祝日 / Permanent Vacation
todays bird
DEAR READER
ojovivo
art blog(derogatory)

Kiana Khansmith
Not today Justin
he wasn't even looking at me and he found me
Keni

⁂
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ

seen from Malaysia

seen from United States
seen from Switzerland
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from Ecuador

seen from United States

seen from Canada

seen from Malaysia

seen from T1
seen from Netherlands

seen from Uruguay
seen from Germany
seen from Denmark

seen from United States

seen from United States
seen from Türkiye

seen from United Kingdom

seen from Malaysia
@commetombeunarbre
Waarover men niet kan spreken, daarover moet men spreken want daarvan leeft de mens en daaraan sterft hij.
Plotseling heb ik moeite om mijn evenwicht te bewaren, alsof ik verdwaald ben tussen verleden en toekomst en nu aan de tijd ontglip. Later krabbel ik wel weer overeind en kom ik deze ineenstorting te boven. Dan zal ik de stand- vastig klinkende stem volgen die me aanspoort ach- ter de grijze nevel vandaan te komen en te leven, maar op dit ogenblik sta ik onwetend en niet-begrij- pend op de drempel tussen leven en dood. Mijn li- chaam buigt zich in de richting van de dood, maar mijn hoofd draait zich om naar het leven en mijn voet verheft zich aarzelend om een stap te doen. Een stap waarheen? Het doet er niet toe, want degene die zo dadelijk die stap zal doen, zal niet ik meer zijn maar een ander.
Die volkomen onwerkelijke, of beter gezegd onwaarschijnlijke realiteit.
Ik had op dat moment het gevoel dat de wereld al bijna bezweken was onder al die leugenachtigheid en nog slechts op de genadestoot wachtte, die ze echter door omko- ping, kolossale sommen smeergeld en verwarde ge- baren en woorden steeds weer op het laatste ogenblik wist te voorkomen, beter gezegd, uit te stellen. Als ze echter ooit, één enkele keer, het geld niet meer op kan brengen...
K., de schrijver, zei het volgende: Wat mijn uitgangs- punt was! Dat weet ik niet. Ons leven is zo'n ernstig feit dat we het niet onder ogen willen, en misschien ook wel kunnen zien. Afwisselend eerbiedig, lachend, geschokt of - ik erken het - niet-begrijpend bewonder ik onze onwetenheid, breekbaarheid, feilbaarheid en onbegrijpelijke moed (of machteloosheid?) - onze moed om te leven.
Het 'leven' is per slot van rekening persoonsgebonden. En al ko- men we tot het inzicht dat ons leven een vergissing is, dan kunnen we de dood, althans wat ons persoon- lijk aangaat, moeilijk als een waardige correctie van deze vergissing beschouwen.
Een mens moet heel scherpe ogen en een uiterst flexibele geest hebben om in zijn leven een zekere wetmatigheid te ontdekken. Als hij daarbij ook nog over een stille koppigheid beschikt, waarin scherp- zinnigheid en blindheid in de juiste verhouding met elkaar zijn vermengd, zodat uit dit mengsel het bij- zondere verschijnsel ontstaat dat begaafdheid heet, dan ontdekt hij die wetmatigheid.no
Brengt het leven ons niet tot het uiteindelijke in- zicht dat het niet de moeite waard is door te leven? Ja, dit schijnt zo te zijn. Ons leven is zinloos, maar ook dit is enkel schijn: er is namelijk geen enkel ver- band tussen leven en zin, tenzij... tenzij wij zelf dat verband zijn. Ik bedoel hiermee dat wij bemiddelaars kunnen zijn, die dit verband tot stand brengen en daarmee het leven een zin geven. Op beide terreinen - dat van het leven en dat van de zingeving - schieten we weliswaar tekort, maar dat is onbelangrijk van- wege de buitengewone dimensie die door elk men- senleven wordt geschapen.
Zullen we ooit begrijpen wat we denken?: Jung.
Zal ik ooit mijn leven begrijpen? Kan ik het begrij- pen? Alles wijst in de tegengestelde richting: het in mij zetelende vreemde ik, de zichzelf rechtvaardi- gende moralist, de leugenachtige fabelmachine.bitme
Hannah Arendt stelt dat al haar geschriften slechts
één beweegreden hebben: iets te begrijpen. Ze ver- zuimt echter de vage term 'begrijpen' te definiëren.
Begrijpen betekent eigenlijk zoveel als 'in bezit ne- men' (anders zou het niet zo belangrijk zijn).nited
Is er een manier van begrijpen waardoor je het be- grepene niet in bezit neemt, niet overmeestert? Bij- voorbeeld door je in een verhaal te begeven en daar in een val te belanden waaruit niet valt te ontsnappen, zodat je er gevangen blijft...
Is mijn leven niet een dergelijk verhaal? Hoe zou ik een dergelijk verhaal aan het spreken kunnen krij- gen? Alleen als verhaalbare werkelijkheid. Als wer- kelijkheid dus geenszins, tenzij ik de geheime bete- kenis, de verborgen drijfveren van het marionettenspel ontdek. Dit verhaal zou dan handelen over de onafge- broken strijd die bijna onmerkbaar, als een zich ont- vouwende oerkiem, in mij aanvangt opdat ik de zware tocht van de bodemloze diepte van het zijn (mijn leven) naar de oppervlakte van het bewustzijn kan volbrengen, alwaar ik, met dit nieuwe bewustzijn uitgerust, het zijn (mijn leven) moet aanvaarden. Het is geen wonder dat de reis naar dit punt, waar het door mij existerende bewustzijn en het door mij in stand gehouden zijn samenvallen, voor mij, eeuwig gewonde in deze strijd, een onafgebroken dooltocht is naar om het dichterlijk uit te drukken - 'de in de verte wenkende blauwe bergen'. Zou ik echter ooit dit punt bereiken, dan zou zowel mijn bewustzijn als mijn zijn in die verschrikkelijke harmonie ten onder gaan. Met andere woorden: mijn leven is een harde strijd om te kunnen sterven en in die strijd spaar ik mezelf noch anderen. De rest is een detailkwestie, ik kan aanvangen waar ik wil, bijvoorbeeld bij het ma- ken van aantekeningen ten behoeve van de aanteke- ningen ten behoeve van een toekomstige roman herinneringstekens voor één enkel geheugen, het mijne, dat momenteel nog niet bereid is zich open te stellen voor het gestolde, universele geheugen: de vorm.
Herinneringen zijn als verwaarloosde zwerfhonden, ze sluiten je in, staren je hijgend aan en huilen met hun kop omhoog naar de maan. Je zou ze willen weg- jagen, maar ze wijken niet, in plaats daarvan likken ze gretig je hand. Pas als ze achter je zijn, bijten ze in je vlees...
In de roodachtige bliksemstralen van het toen losgebarsten onweer had ik als het ware al mijn toekomstige boeken gezien. Ze waren in een bliksemachtig licht een voor een verschenen en weer uitgedoofd om later in een wisse- ling van inspiratie en depressies achter elkaar te ont- staan, evenals de lichtverschijnselen van het onweer.
Wij vinden het niet aangenaam dat we leven. Het maakt ons niet blij.
En toch moet het leven wle een groot voorrecht zijn als we er met de dood voor moeten boeten.
Je bent een tijd ongelukkig en begrijpt dan dat de leegte van de wereld je eigen werk is.
de naamloze, oeroude pijn van het individu dat, door huid, haar, karakter, persoonlijkheid begrensd, in de cel van het ik wegkwijnt en ervan droomt daaruit te ontnappen.
mijn vroegere, lijdende, zwaar gestileerde ik, waarin ik zo lang heb gewoond, de grote dode die ik in mijn toneelstuk ten grave draag. Ik herhaal de woorden van Ibsen: 'schrijven is zoveel als een oordeel vellen over onszelf'. In het stuk veroordeel ik mezelf ter dood (dat doe ik in al mijn werken, ik sterf steeds weer opnieuw), maar als ik het oordeel overleef, vlucht ik verder, een nieuwe dood tegemoet, en daarna weer een, enzeovoorts (tot ik op een dag, vermoedelijk onverwachts en geheel onvoorbereid, de echte dood tegenkom: wat zal dat een verrassing zijn!)
Ik zal jullie één ding zeggen: ik heb maar één iden- titeit, een schriftelijke. (Een zichzelf schrijvende iden- titeit.)
Ik heb absoluut geen zin om de mij toegemeten rol te spelen.
Misschien houden we het leven alleen vol omdat het zo onwaarschijnlijk is; en toch onderzoekt het be- wustzijn voortdurend de zogenaamde werkelijkheid, ja, het verlangt ernaar.