Maart
Het is niet altijd gemakkelijk. Maar dat heeft niemand ons ooit beloofd.
We spartelen ons wat door de eerste dagen. Een beetje klungelen is wat we doen. Het is één grote zoektocht. Jaren in de scouts je plan trekken met shortouw en zelfgemaakte fornuizen en nu merken dat je eigenlijk niets kent van het kampeerleven. Best confronterend... Moeilijk lijkt het niet, want we hebben hier een living, een badkamer en een echt bed. Maar nooit een camping van dichtbij gezien, laat staan een camperplaats. Onderweg nooit zelf moeten instaan voor route, eten, kampeerwagen, slaapplaats, was en plas tegelijk. Toch is het dat wat we doen nu. Welkom in de wondere wereld van het kamperen met een camper - door de ogen van 3 groentjes. Pa, ma en kleuter.
We leren onze camper kennen. Hier en daar gaat iets kapot, toevallig of per ongeluk. Zo hebben we omleiding in Rouen. Die staat niet goed aangegeven en we belanden met de autostroom mee onder een tunnel door. Een ijzeren stang waarschuwt ons dat niet iedere wagen door kan hier. De onze wel. ...Maar dat is buiten de stang gerekend. Luttele seconden later horen we een luide knal die ons doet vermoeden dat we schade hebben. En jawel, de volgende dagen kunnen we tijdens de rest van de leertijd ook nog eens naar Pilote-garages zoeken. We wassen onze was en constateren vervolgens dat hij de volgende dagen niet kan drogen. We hebben dingen niet bij, we hebben dingen te veel bij, ondanks de goede voorbereidingen. We kunnen de juiste gasfles maar niet vinden... Al doende leren we. Met vallen en opstaan. ‘So far so good?’ Een berichtje van het thuisfront. So far so good! - jullie hebben geen idee.
Vreemd genoeg zijn het niet deze kleine praktische beslommeringen die ons de eerste dagen wat bedrukken. Praktische zaken kun je aanpakken. Het wennen aan een kleine ruimte en de idee dat dit voor een hele tijd is, de moraal, zeg maar, is andere koek. Het was voorspeld. Een maand zou het duren. Dit wordt een tijd van bijstellen van onze verwachtingen. Onze plaats vinden - letterlijk en figuurlijk. Het gaat langzaam maar zeker. Maar zeker langzaam. Ik hoor mezelf luidop mompelen dat het toch dat was dat we wilden... Of was het een andere soort van traagheid die we voor ogen hadden? Met vallen en opstaan, leren we dat ‘de wereld zien’ en tot rust komen een combinatie is die niet vanzelfsprekend is. En dat we nooit volledig beide tegelijk zullen kunnen hebben. We denken aan wat (schoon)pa veelbetekenend zei: ‘En jullie denken dat dat tof gaat zijn...?’. Maar we weten wel: alle begin is moeilijk en eens deze moeilijke fase door komt de tijd van ons leven. We zijn oud genoeg om te weten dat achter een moeizame klim de mooiste vergezichten liggen. Every cloud has a silver lining.
Het blijkt een lijntje van goud te zijn. De gloed van een zomerse zon in Saint Emilion, de rust en natuurlijk een wijntje, geven ons een voorsmaakje van het leven dat ons de komende maanden te wachten staat.










