Een stukje prehistorisch slaapbeen
In mijn enthousiasme zwiep ik de deur net iets te hard open. Klabats, zo tegen Harry aan. Als ik om de deur kijk, zie ik dat hij zijn hoofd verliest. Letterlijk. De plastic schedel van het educatieve skelet kletste op de grond in drie delen uiteen. Gelukkig precies de delen die opzettelijk demontabel waren gemaakt: de onderkaak, de schedelbasis en de schedelkap. Hij was dus nog te redden. Zorgvuldig zette ik de schedel weer in elkaar. Ongemerkt nam ik de anatomie in mij op.
Wie het kleine niet eert…
Toen ik net begon met verzamelen, nam ik iedere botsplinter mee naar huis. Alleen al het feit dat het fossiel was, was voldoende, daar was is hartstikke blij mee. Maar naarmate ik meer vond, werd ik kieskeuriger. Op een gegeven moment liep ik de splinters gewoon voorbij. Doodzonde want later kwam ik er achter dat sommige fragmenten buitengewoon interessant kunnen zijn. Bijvoorbeeld omdat ze bewerkt zijn, vraatsporen hebben of toch aanknopingspunten bevatten om ze te determineren.
Tegenwoordig bestudeer ik ieder fragment dat voor mijn voeten komt dus aandachtig daarna besluit ik of het mee naar huis gaat. De stelregel is: het moet bewerkt of ogenschijnlijk te determineren zijn.
Een botsplinter dat vanwege de vorm mee naar huis ging.
Dat iets te determineren is, wil niet zeggen dat dat ook lukt. Soms heeft een stuk een aantal kenmerkende elementen maar kom je er toch niet uit. Zelfs niet na ampel onderzoek. Wanneer me dat overkomt, belandt zo’n stuk in een daarvoor bestemde la: komt tijd, komt raad.
Een voortschrijdend inzicht
Zo eens in de zoveel tijd trek ik die la open in de hoop op een voortschrijdend inzicht. Vaak gaat de la vervolgens onverrichter zake weer dicht, maar soms gaat er ineens een lampje branden. Zo ook toen ik onlangs de la weer eens opende.
In de la lag een stuk dat ik herkende een stuk uit de schedelbasis van Harry. Als ik het goed had dan kwam het stuk overeen met een onderdeel van het slaapbeen het educatieve skelet. En dus met die van een menselijke schedel. En als dat zou kloppen dan was dit een fantastisch vondst!
De volgende dag nam ik het stuk mee naar mijn werk om het een op een te vergelijken.
Vergelijkend onderzoek.
En wel wis en waarachtig! Het paste precies. Het door mij gevonden fossiel was een deel van het slaapbeen. Zonder twijfel het pars mastoidica oftewel het mastoid.
Mesolithisch
Gezien de zwarte kleur en de vindplaats, de Zandmotor, is het zeer aannemelijk dat het bot afkomstig is van een mesolithische jager-verzamelaar. Andere vondsten van de Zandmotor met een dergelijke kleur en conservering zijn namelijk als zodanig gedetermineerd. Het betreft de stoffelijke resten van mensen die in het in de Noordzee verdwenen Doggerland leefde.
Het stuk mastoid in de oorspronkelijke positie.
Onderzoek
Op dit moment wordt er door Eveline Altena van het Leids Universitair Medisch Centrum en Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden en de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden in samenwerking met een DNA-lab in Leipzig onderzoek gedaan naar het DNA van deze bewoners van Doggerland. Daarom wordt uit de Noordzee verzameld menselijke materiaal gebruikt. Het doel is de genetische variatie van jagers-verzamelaars in kaart te brengen. Dit levert namelijk informatie op over bijvoorbeeld hoe groot die groepen mensen waren, of ze veel of weinig contact met elkaar hadden en hoe ze veranderden in de loop van de tijd.
Ik heb mijn vondst, alsmede een eerder gevonden kaakfragment, aangeboden voor dit onderzoek. Of het wordt meegenomen is echter de vraag. Ik heb er namelijk met mijn blote mannenklauwen aangezeten. En dat is voor het onderzoek niet gunstig. Eerdaags ga ik langs om de stukken te laten beoordelen. Daarna hoort u van mij.











