Het ging een paar weken terug aardig viraal binnen het duurzaamminnende twitterwereldje: Nicolson pavement, oftewel houtbestrating. Wereldwijd werd het vanaf begin 19e eeuw veel in steden gebruikt, met name in tijden bij schaarste van stenen. Bovendien zou het kopse hout minder lawaai gemaakt hebben bij het paardenverkeer. Kerken zouden bijvoorbeeld tijdens diensten minder last van verkeersoverlast, maar ook in poorten en onderdoorgangen zou het geluidsdempend werken. Een nadeel was dat het veel stof creëert en bij regen glad werd. Een fenomeen dat tot de Tweede wereldoorlog in Nederland ook wel voorkwam, met name tussen de tramsporen. In de hongerwinter werd het in Amsterdam door de bevolking uit de straten gesloopt om het voor stook te gebruiken. In de Koninklijke stallen van Paleis Het Loo schijnen wel nog steeds houten klinkers te liggen. Verder is het dus in Nederland niet meer in de publieke ruimte te vinden, maar in Amerika zijn er wel nog enkele voorbeelden te vinden. De strekking van het viraaltje is duidelijk: houten blokken zouden in het kader van duurzaamheid wel eens een mooie vervanging kunnen zijn van de betonnen tegels en gebakken klinkers. Zou het met nieuwe hedendaagse conserveringstechnieken opnieuw te introduceren zijn?

















