Blog 8: Overgangscrisis
Ik heb weer een match op Tinder. 26 jaar, blond, goed lichaam.
“Wat doe je?” vraag ik.
“Ik begin aan mijn master Sociologie. Jij? :)”
“Ik werk,” zeg ik, niet met gepaste trots. Ik ben 23. Ben ik werkelijk klaar met studeren? Ik moet nog welgeteld drie opdrachten inleveren om officieel mijn diploma te krijgen. “Oh, ik studeer ook nog,” typ ik erachteraan.
“Leuk, wat doe je?”
“Docentenopleiding Nederlands.”
“Ok. Welk jaar?”
Wat een kutvraag. “Ik rond het momenteel af.”
Ik ben geen student meer, schiet door mijn hoofd. Waarom voel ik me zo oud? Ik heb al vijf keer met succes mijn negentiende gevierd, dan moet ik toch ook wel een student kunnen blijven? Welk psychologisch complex weerhoudt mij ervan mijn taken in te leveren? Het verlangen om student te zijn met het salaris van een werkende docent? Ik sta voor de eerstejaars studenten en voel een steek van benijding. Ik had net zo goed vijf ton kunnen wegen en voor de Victoria’s Secret Angels kunnen staan.
Focus! Schreeuwt iemand in mijn hoofd. Mijn glimlach staat gebeiteld in mijn gezicht. Ik zwaai naar de studenten en voel me net Beatrix wanneer mijn naam wordt genoemd. Mijn dove oor hoort ze denken.
“Hoe oud is hij?”
“Wat geeft hij?”
“Hij is vast ouder dan hij lijkt.”
Daar vinden ze me jong. Daar geniet ik dan maar van. Op Tinder ben ik van de werkende klasse en staat mijn leeftijd naast mijn naam, zoals de datum op een grafsteen.














