eenzaam. altijd. zelfs bij haar. een eenzaamheid die voor een leegte zorgt. een eenzaamheid die wordt gevoed door ondervoeding; dat wat ik niet kan afgeven. een eenzaamheid die als een touw rond mijn nek hangt en steeds harder aangespannen wordt. een eenzaamheid die de stilte overweldigend maakt en die de paniek meer doet pieken.
maar bij jou? bij jou wordt de eenzaamheid opgelicht. bij jou komt er een deken van warmte rond mij gewikkeld dat me bij elkaar houdt. bij jou stilt de pijn een beetje. bij jou wil ik niet meer verdrinken, maar terug spartelen om boven water te komen en te blijven. bij jou wil ik gelukjes zoeken en ze vinden en met jou delen. ik wil je ogen zien lachen en je hartje voelen huppelen. ik wil je mijn ogen geven zodat je jezelf kon zien zoals ik jou zie.
ik wil terug vechten, ook al weet ik niet hoe ik uit deze put moet geraken of uberhaupt hoe ik stop dieper te vallen... maar al dat wat me een valse veiligheid geeft en zo broodnodig voelt, gooi ik zonder enige twijfel weg als dat geluk voor jou en mij betekent.
bij jou, door jou, voor jou en met jou.











