***UITVERKOCHT | SOLD OUT***
cyclic dependencies
Nieuwe poëzie van Robin Ramael! (Engelstalig) New poetry by Robin Ramael! (in English)
Oplage: 30
Prijs: €4 + verzendkosten
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Netherlands

seen from Malaysia
seen from United States
seen from China
seen from United States
seen from Singapore
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from Russia
seen from Yemen
seen from Türkiye
seen from Yemen

seen from Malaysia
***UITVERKOCHT | SOLD OUT***
cyclic dependencies
Nieuwe poëzie van Robin Ramael! (Engelstalig) New poetry by Robin Ramael! (in English)
Oplage: 30
Prijs: €4 + verzendkosten
besluit
ik leg mijn oorsprong in de bruggen tussen dingen niet in de handen of de haren maar het spinnen en de streel. pas nu, nu onze ondergang al vaststaat in tabellen en het galabal in allerijl wordt afgelast omdat de champagnekelder overstroomt kan ik in mijn met mayonnaise bevlekte baljurk in taal bombast als wall street limousines veel te laat de Tekenfout noteren: het besef van het bederven van een brood heeft nog nooit één mens zijn honger kunnen stillen. plato was een idioot. schaduw is een woord dat iemand lang geleden in een rotswand heeft gekapt om zo in duisternis te leren leven en god een uit de hand gelopen metafoor een soort verminkt verhaal avant la lettre dat tijd tot kooi heeft omgezet. dit landhuis waarin wij deze ochtend zijn geboren, het eerste en het laatste hoog en heidens altaar aan die zenuwzieke volatiele millionair kruipt op fluctuatieknieën zacht de grond weer in, verkruimelt, valt, wordt omgevormd tot chrysalis van compost en kapitaal. en in zijn plaats, als door diffusie bouwt de nieuwe garde aan uw toekomst, open en panoptisch kantoorgebouw, gratis wifi. het kantelend gezicht van groeien noemt zijn rondedans vooruitgang en zoekt dan gillend naar de spil. misschien moet ik dus hier, op pad in dit verbrande bos methodes zoeken om narratief te kunnen eren een zangerig metaal om formele fabels van te smeden een culturele mitochondrie, een klein verzet op logge entropie, een denkgelag, magneten, soms een cirkel om rondom te redeneren. en ja, onze lichamen zijn nog niet congruent wij passen nooit volledig in elkanders silhouet u bent mens en ik een onverhoopte misantroop. en toch zijn de meetfouten niet al te groot het dubbel leven tussen ons heeft gelijkaardige gewrichten en elke zenuw kent dezelfde pijn. ik zal geduldig richting uw axioma's graven, een minuskuul waarneembaar universum zijn en u voorzichtig in mijzelf benaderen.
doodgeboren
de ganzen aan de vijver zijn hun kinderen verloren. we hebben ze de hele lente lang gevolgd van kuikens tot iets dat brood en gras verslond van pluis tot dons en dan door parkwacht weggenomen. we hadden ze bijna persoonlijkheden toegewezen telden ze elke dag van op ons smal terras en hoopten op een zomer waar we dan van achter glas een afgedwongen toekomst in de vogels konden lezen. wij wachten niet op kleinigheden, wij zijn nog niet op zoek niet nu, nog niet, naar vijvers om geknakt in te verdrinken maar we weten toch stilaan de samenval te vinden ruiken van langsom meer het sap vertragen in ons bloed. maar ja, in elk moment van stilstand zullen wij de tijd vervloeken bij elke hoop op rustpunt slaan wij voorlopig wild paniek want nu nog kan je zien hoe langs het water kortgewiekt een vader roepend naar zijn jongen loopt te zoeken.
observaties
1. je zegt: het mooiste zijn de dingen die je aan kan raken; het zachte landschap van een man rond kussens dichgeklapt de rook van thee langsheen je vingers en je pitst met warme dampehanden nat de vuile wormpjes vet van uit mijn nek tot ik mij liefjes en verloren bloedend op de plek waar je net te hard geknepen had draai naar stad en ster achter het raam en mok van nee, het zijn de dingen die niet zomaar op papier kunnen bestaan en jij, je leeft gewoon en lacht: ik bied je wel de lippen en de tanden aan van de stemmen die je in de wolken ziet 2. het uitzicht valt wel mee van in de boom die van zijn stapels blaast. ik volg een mier met het wijzen van mijn vinger en zeg: hier is nu jouw pad, ik begrijp waarom je loopt waarom je sterft. ik druk hem dood en kijk verbolgen naar de smurrie op mijn hand en verder, hoe de boom, de wortels onplant met takken als recursie in het ijle rijkt dus daal ik af en vind het gras, de mierenhoop en tulpen. en met nog één hand op de bast twee, drie vingers op dat uitgehouwen graf zal ik traag en snijdend langs het houtwerk gaan het vuil juweel van wetenschap onder mijn nagels dragen en dan gewoon bestaan. 3.
misschien had ik messias moeten worden de gemeente rond mijn podium verzamelen een nieuwer testament in keukentafels stamelen en dan onder een drone tot stof verdorren
een bijbel is toch ook maar een manier van spreken een schrift als richting, al dan niet in functie van een god, dat deze hele chemische reactie een reden tot ideeën geeft een sleutel voor betekenen.
ik mis die rituelen. ik mis het collectieve solipsisme van een klok, het koper μή μου άπτου van fanfares op een kerkhof in verzopen new orleans.
het eengemaakt en doodeenvoudig dagelijks proces waarbij we ons uit ongeluk boetseren tot het weer een louterend verhaal geworden is.
4. de zee is afwaswater. vuil van wier en lijk drijft hier de klippen langs. de laatste opgeblazen buiken van ons vierde rijk zijn anders dan voorzien. ze kaatsen dof op witte rotsen af. een bleke hand doopt diep in eigen as, steekt onbeleefde laatste runen in de modder van dit land. de warm kapotte teksten kleven zingend van de wroeging, van de spijt voor hun bestaan en de zee ontvalt een golf, een onvermijdelijkheid die lied en woorden weer tot bagger balt. (een volta is er niet.)
De Agenderende Macht: een kleine poetica
Het is mij nog steeds niet volledig duidelijk waarom ik schrijf. Natuurlijk is er de 'omdat het moet, omdat het gebeurt'-parlé, maar ik ben blijkbaar zo opgevoed dat ik mijzelf steeds een grotere reden moet geven dan die biologische drang. Ik heb nood aan een filosofisch en socio-cultureel raamwerk dat mij de toestemming geeft te doen wat ik niet laten kan. Laten we de dingen die men daaruit over mijn zelfvertrouwen kan opmaken, even achterwege houden, laten we het hebben over het feit dat de kunst daar misschien nood aan heeft, die socio-culturele validatie.
Ik ben er van overtuigd dat poëzie, en bij uitbreiding kunst, een prominente plaats in het cultureel-historisch proces inneemt of mag/moet innemen. De term die ik voor die positie wil gebruiken is dat kunst, naast geloof en journalistiek, een agenderende macht1 heeft: ze geeft in een meerlagige structuur de richting aan geven in de samenleving, legt haar normen, waarden en waarheden vast. Eén werk zal natuurlijk nooit het verschil maken. Het is de overname en adaptatie van ideeën en de trage, verminkende stroom van 'hogere' naar 'populaire' cultuur die dit proces mogelijk maakt. De ideeën zijn verhakseld en eenvoudiger, maar herkenbaar: filosofisch en literair post-modernisme dat jaren later uiting geeft aan sitcoms over Niets of vol meta-humor of hele subculturen gebouwd op ironie. Een kunst die bewust omgaat met die macht is er een die rechtstreekser invloed kan hebben op de maatschappij en een die relevant kan zijn voor een breder publiek. Een goede zaak, lijkt mij. Let op, ik bedoel hier absoluut niet mee dat ik pleit voor belerende of stichtende kunst, zeker niet. Een voorwaarde voor die bewustere omgang is dat de kunstenaar net dat vermijdt door op een zekere manier toch twijfelend of kwetsbaar om te gaan met de waarheden die hij probeert vast te leggen.
Deze visie noopt mij een grotere verantwoordelijkheid toe te schrijven aan de auteur voor de inhoud van de tekst. Hoewel de interpretatie van de lezer vooropstaat en ook een van de auteursintentie volledig onafhankelijke lezing nog steeds waardevol kan zijn ga ik er, in mijn eigen werk althans, van uit dat de kunstenaar ook op dit lager niveau agenderend kan werken: ik leg de lezer een beginnetje van inhoudelijke interpretatie voor om over na te denken aan de hand van de tekst. Nu, dit beschrijft enkel mijn manier van denken en lezen, en ik zal nooit beweren dat een auteursonafhankelijke lezing geen waarde kan hebben. Ik wil er mijzelf enkel van overtuigen dat het mogelijk is een hint van invloed te hebben op de manier van denken van de lezer, en dat daar naar streven waarde heeft.
Ik moet er hier, om de onvermijdelijke gaten in mijn redenering wat te dichten, bij vermelden dat deze mening voortkomt uit intuïtie en emotie en ik hem pas later krakkemikkig ben gaan onderbouwen: ik word nu eenmaal niet helemaal lekker van het idee dat ik geen controle heb over de lezer. Het is mij bij in het schrijven steeds de bedoeling geweest een boodschap over te brengen. De complete opheffing van invloed over die boodschap is mij de opheffing van het schrijven.
Ik zal en kan voor die bewuster omgang geen richtlijnen vastleggen. Wat ik wel kan doen is beschrijven hoe ik die macht probeer te grijpen of hoe ik nu inzie hoe ik er bij het dichten onbewust naar op zoek ben. Zo zal ik er naar streven ook toegankelijk te schrijven voor mensen die niet met literatuur bezig zijn. Hiermee bedoel ik absoluut niet dat ik simpele poëzie wil schrijven, maar dat oppervlakkige elementen zoals humor, metrum en klankspel van enorm belang kunnen zijn, hoewel dat eerste mij helemaal niet lukt. Een gedicht moet aanspreken, vanaf het eerste moment, het verdienen onderzocht te worden. Daarnaast merk ik dat elk van mijn teksten er naar streeft iets te meer stellen over de werkelijkheid dan een poëtische beschrijving of een anekdote. Zoals daarnet al gezegd wil ik een boodschap overbrengen, een les, om het op eens een verschrikkelijke manier te stellen. Let wel dat ik mij hier niet beperk tot poëzie met een politieke of maatschappelijke inslag, zeker niet; liefdespoëzie kan ook meer zijn dan een ode. En ik wil oprecht zijn. Zo echt mogelijk. Dit brengt het probleem met zich mee dat je op die manier al snel op zoek gaat naar Waarheden met hoofdletter 'W', een nutteloos zoeken, natuurlijk, maar net dat zoeken is mij het doel van de kunst. T.S. Eliot zegt het in zijn Four Quartets beter:
So here I am, in the middle way, having had twenty years— Twenty years largely wasted, the years of l'entre deux guerres Trying to learn to use words, and every attempt Is a wholly new start, and a different kind of failure Because one has only learnt to get the better of words For the thing one no longer has to say, or the way in which One is no longer disposed to say it. And so each venture Is a new beginning, a raid on the inarticulate With shabby equipment always deteriorating In the general mess of imprecision of feeling, Undisciplined squads of emotion. And what there is to conquer By strength and submission, has already been discovered Once or twice, or several times, by men whom one cannot hope To emulate—but there is no competition— There is only the fight to recover what has been lost And found and lost again and again: and now, under conditions That seem unpropitious. But perhaps neither gain nor loss. For us, there is only the trying. The rest is not our business.
Poëzie is de zoektocht naar de verwoording van de dingen en boodschappen die de dichter aanvoelt als Waar, Echt of Van Waarde. Een zoektocht zonder hoop, maar met ontelbaar veel prachtige mislukkingen.
Die term komt van Willem Schinkel, die in zijn boek De Nieuwe Democratie pleit voor een nieuw soort Raad van State die de mogelijkheid heeft om de wetgevende macht te verplichten tot het voeren van een debat en nemen van een beslissing over een bepaald onderwerp en dus letterlijk de agenda van de Kamer bepaalt. ↩︎
symptoomloos
(naar Hugo Claus - Marsua)
een vallend mes is enkel lemmet en mijn stem de hand die alles vangt. in een kabinet met slechte lampen, in het knarsen van bedenken en de olie van het branden ben ik alleen tot leenheer uitgeroepen tot vazal, tot horige, tot huisdier van een kuil. een kapotte zak instincten, een alchemie van invalide dopamine kookt in kelders zweet in truien zoekt de zetfout in organen met de gouden schop doorheen het lood. maar zelfs het delven is een soort vergeten jezelf in verschoven rode dekens steken kraakt de nekken, ontbloot de rug. mij heeft niemand te genezen, van deze oorlog kom ik niet terug.
overzicht
we zijn geboren in de lange zomer, in het drummen van het vallen van de laatste brokken van de muur. wat ons voortbracht was de lente een in parijs ontbloesemde lawine die narcissen in de verse modder plant stenen door de ruiten, diamant over vergaste kamers, naakte jongens en de benen van een vrouw of het meisje zonder ribben, ballerinaschoentjes op parket, sluit kranen en krijgt ogen en de jongens alsmaar groter, delen kinderen uit aan huizen zwellen langzaam tot beton het zijn de mannen met de buiken van na de laatste oorlog, ze blinken de klaroenen, kennen wetten als boeken van vergeelde vrienden die in een diepe kast mettertijd traag de muur beginnen vinden zijn het kind met de gestorven vader dat wil geloven in de nakende genezing van de dood het kleit een reuzenvolk, een land een vijand, een geschiedenis uit zingen, bekkenschuim en zand. maar het liegt; het denkt, heeft het hem laten sterven eens het begreep dat papa ook maar boeken las en ze dan met goden mooier maakte, met verhalen van een volk als lichaam van een god en het liegt; het denkt: ik bouw een beter hemelrijk op aarde uit gelijke delen kudde, mens en ding dit zijn de hondsdagen, alles blistert van de vrijheid, van een lente die bij leegte zweert dat ze nog bloeit. af en toe ontbrandt in hitte plots een auto: de vlammen zijn een dansen en er zit niemand aan het stuur in stilte prevelt ver een megafoon hulpeloos gebeden voor een orde voor de uiteindelijke redding van de tijd maar dit, deze gevangenis abstracte lijnen, dit gezang van vragen aan metaal, plastiek en c++ wat moet ik hier aan werken wat valt er nog te maken van een daverende hand vol stof? er is hier niets meer om te eren: de massa is waanzinnig de markt een diepe ziekte en de mens een blinde hoer.
methodologie
van honger komen wolven 's winters uit de bossen zoeken naar het witbevloke dorp met mensen, vlees en eelte handen, huizen met een haard waar de welp gekauwde vacht verzorgt de tuin bewaakt, de kinderen bespringt en af en toe, in zomers dan, het woud weer vindt. dit is geen manifest, ik wil gewoon opnieuw beginnen spreken heb te lang mijn taal tot niets getemd. en ben ik naïef? spreek ik mijzelf soms tegen? ik ben nog jong, ik ben met velen en heb enkel deze stukgerijmde stem.