tschi-tscha-taal op de speelplaats
Kinderen leren beter en makkelijker Nederlands als ze minder Nederlands spreken. Ja, leest u maar opnieuw. Kinderen leren beter en makkelijker Nederlands als ze minder Nederlands spreken. Het is beslist door de Gentse coalitie van sp.a, Groen en Open Vld. - Siegfried Bracke
Siegfried Bracke mag het dan misschien grappig vinden klinken, maar kinderen kunnen beter en makkelijker Nederlands leren als ze minder Nederlands spreken. Dat is niet uitgevonden door de partijen uit de Gentse coalitie, maar door taalkundigen. Uit taalkundig onderzoek is namelijk gebleken dat wanneer kinderen gedwongen Nederlands op school spreken, dat kan leiden tot halftaligheid. Doordat de moedertaal sterk ontmoedigd wordt (door bijvoorbeeld strafstudies), ontstaat er bij de kinderen een depreciatie van hun moedertaal. Anderzijds krijgen ze geen groot genoeg aanbod aan Nederlands - omdat ze het thuis niet spreken - om hun Nederlands voldoende te ontwikkelen. Het resultaat is dat het kind uiteindelijk geen van beide talen als volwaardige moedertaal kan rekenen. Dat de NVA de resultaten van zulk onderzoek versimpelt en dramatiseert tot "kinderen leren beter en makkelijker Nederlands als ze minder Nederlands spreken" verbaast me echter niet.
Zuhal Demir, verwerpt de bevindingen van taalkundige experts; ze zouden zich enkel bezighouden met theoretische modellen. Volgens haar weten de leerkrachten op de speelplaatsen beter hoe het zit met het Nederlands van de leerlingen. Ik begrijp dat experts nogal graag in moeilijke woorden praten, en titels als International Journal of Bilingual Education citeren, maar het is niet omdat Zuhal Demir ze niet verstaat, dat ze ongelijk zouden hebben. Taalkundige theorieën steunen altijd op grondig empirisch onderzoek. Ik weet dat het de laatste jaren mode is om de humane wetenschappen als onwetenschappelijk te portretteren, maar geloven dat linguïsten zulke theorieën uit hun duim zuigen, getuigt toch van maar weinig inzicht.
Uit hetzelfde soort taalkundig onderzoek heeft Siegfried Bracke blijkbaar ook onthouden dat kinderen het best een taal leren voor hun zes jaar. Om die reden stelt hij voor dat kinderen nog voor hun vijf jaar in een extra jaar eerst Nederlands leren voor ze aan ons onderwijs verder mogen. "Eerst Nederlandse les. We verliezen een jaar, zeker, maar we winnen een leven". Door kinderen voor hun zes jaar eerst een Nederlands taalbad te geven, zullen ze inderdaad beter Nederlands kunnen spreken. Hoe vroeger kinderen een taal leren, hoe meer kans er is dat ze die beheersen als een eerste of tweede moedertaal. Het is echter ook volledig mogelijk voor kinderen om na hun zes jaar nog een taal te leren, en die voldoende te beheersen. Het verschil is dat je wel nog zal kunnen horen dat hun niet hun moedertaal is. Ik ben het dus met eens dat kinderen op die manier een jaar verliezen; ze kunnen Nederlands immers ook leren zonder een extra jaar. Maar de uitspraak dat ze een leven winnen, vind ik hooguit bizar, alsof je figuurlijk dood bent als je geen perfect Algemeen Nederlands kan spreken.
Voor dat punt wil ik nog eens verwijzen naar Zuhal Demir, die zegt "Nederlands is niet alleen van witte autochtonen". Hoewel witte autochtonen bepalen wat goed Nederlands is, ben ik er niet van overtuigd dat wij een monopolie hebben op onze taal. Iedereen heeft een eigen manier van Nederlands spreken, en dat is bij onze taal erg duidelijk te zien aan ons dialectlandschap. Behalve de nieuwslezers en radiostemmen zijn er maar weinig echte Vlamingen die echt Nederlands kunnen. Het Marrokaans Nederlands is in Nederlands trouwens een volwaardige variant, net zoals bij ons pakweg het West-Vlaams. Ikzelf vind het Marokkaans Nederlands ook niet bepaald vervelender klinken dan bijvoorbeeld het Antwerps van Bart de Wever.
Een ander argument dat in dit debat aangehaald wordt, is dat een vreemde taal een manier kan worden om andere kinderen uit te sluiten of te pesten. Ik hoef niet uit te leggen dat ik tegen pesten ben, maar ik geloof niet dat kinderen verplichten Nederlands te spreken meteen zal helpen. Kinderen vinden nu eenmaal gemakkelijk manieren om groepjes te creëren; dat kan door bijvoorbeeld vriendschapsbandjes, of door een andere taal. Ik herinner mij nog dat ik een neptaal had uitgevonden met mijn beste vriendin, zodat we dingen konden vertellen zonder dat leerkrachten of de knappe jongens van de klas ons konden verstaan. We hadden die dingen misschien ook in het Bulgaars kunnen zeggen als ze me Bulgaars had geleerd, maar de tschi-tscha-taal leek ons interessanter. Eén enkele manier proberen uit te roeien, biedt daarom nog geen constructieve manier om het pestprobleem op te lossen. Misschien moeten scholen gewoon meer investeren in het aanpakken van pesterijen in de plaats van anderstaligen pestmaatregelen op te leggen.
De NVA beweert met het verbod op vreemde talen op de speelplaats zowel autochtone als allochtone kinderen te helpen: autochtonen worden niet meer gepest, en allochtone kinderen kunnen perfect Nederlands. In het geval van de bescherming van autochtone kinderen zouden dus ook alle neptalen moeten worden afschaffen, inclusief mijn eigen tshi-tscha-taal. Misschien moeten zelfs dialecten weg; twee West-Vlamingen onder elkaar zijn ook niet altijd even verstaanbaar. Voor het geval van de allochtone kinderen is het waar dat kinderen beter Nederlands kunnen leren voor hun zes jaar, maar dat wil niet zeggen dat ze dat vermogen op hun zeven jaar plots verliezen. Ik geloof eerder in constructieve oplossingen waarbij de scholen werken tegen pesterijen en tegen de depreciatie van de diversiteit van de leerlingen. Als de NVA zo'n verbod steunt, kunnen ze misschien een paar stemmen winnen van gefrustreerde ouders, maar in ieder geval geen kinderlevens.











