Welkom
Navigeer overzichtelijk via de kopjes links
RMH
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ
★
Show & Tell

shark vs the universe
Noah Kahan
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH
untitled

@theartofmadeline

❣ Chile in a Photography ❣

No title available
sheepfilms

roma★
No title available
occasionally subtle
Keni
𓃗

Andulka
h
Mike Driver
seen from Brazil
seen from Bangladesh
seen from United States
seen from Vietnam
seen from Germany

seen from Germany
seen from United States
seen from Italy

seen from Türkiye

seen from Austria
seen from United States
seen from Germany
seen from Armenia

seen from Iraq

seen from Kenya

seen from Germany

seen from South Africa

seen from Germany
seen from Russia

seen from Türkiye
@competentieassesmentsharan
Welkom
Navigeer overzichtelijk via de kopjes links
Welkom
Navigeer overzichtelijk via de kopjes links
Welkom
Navigeer overzichtelijk via de kopjes links
Pedagogisch didactisch
Creatieve date
Periode architectuur
Fragment uit een gesprek geïnitieerd door Sjoerd om gespreksvoering in een klaslokaal te onderzoeken. Savanna, Ellen, Amanda, Enrica en ik aan het woord.
Inleiding
Zoals jullie in het fragment horen heb ik de beste klasgenoten die ik mij kan wensen. Ze zien mij, waarderen mij en ik kan bij ze terecht. Savanna stelt een ontzettend scherpe vraag: zijn we in staat als individu én als omgeving om terug te komen op bepaalde rollen en verwachtingspatronen die we ooit hebben vastgesteld. Dat heb ik gedaan, maar onterecht en niet ten goede. Vanaf het tweede jaar heb ik mezelf steeds kleiner gemaakt, waar ik eerst alle uitdagingen aanging en mijn volle enthousiasme aan anderen liet zien, verval ik nu stiekem in een Sharan die vanuit bescheidenheid ‘niemand tot last wil zijn’ en daardoor stagneert. Wat ik in dit portfolio wil laten zien is dat ik nog steeds scherp en kritisch ben en een uitdaging aan durf te pakken maar er komt ook naar boven hoe ik mezelf rem wanneer ik de volle potentie uit die uitdaging moet halen.
Op mijn vorige assessment kreeg ik mooie en lovende feedback van Michiel en Johanneke. Veel daarvan heb ik meegenomen, maar er blijft ook iets staan waar ik nog steeds aan werk en mee worstel:
‘’Hele mooie toekomstige potentie, schat jezelf ook op waarde, omarm deze! Mooi wat je net zelf ontdekt hebt tijdens je meditatie m.b.t. het vinden van je eigen stem! Ja inderdaad je moet de comfort in jezelf vinden!’’
Dat comfort ben ik vooral naar op zoek in mijn huidige stage op het Michaëlcollege en probeer ik uit die ‘rol’ die ik heb aangenomen te breken.
Als ik de feedback nu terug lees zie ik van alles wat ‘dik in orde’ is, maar mis ik handvatten en punten waar ik me concreet in kan verbeteren. Bij deze wil ik jullie hierom vragen.
Artistiek
Beeldhouwen
Beeldhouwen
Gedragsindicatoren: 1, 2, 3, 4
O: als één van de eerste onderdelen van mijn stage op het Michaëlcollege kreeg ik de kan om les te geven in het vak beeldhouwen aan klas 10 (klas 4 in regulier onderwijs). Ik had zelf nog geen praktische ervaring in dit vak maar wilde er toch kwalitatief les in kunnen geven.
D: dit was voor mij belangrijk om zo mijn eigen kennis op het gebied van vormgeving, materiaal en techniek te verbreden maar óók leek het mij een goede kans om te leren hoe ik mezelf opvang wanneer ik in het diepe wordt gegooid en mezelf nieuwe artistieke skills moet aanleren om deze in korte tijd op een groep lerenden over te brengen.
A: ik kreeg tijdens mijn eerste stageweken de kans om te observeren en heb toen driftig aantekeningen gemaakt van alle stappen die de leerlingen (en ik dus ook) moesten beheersen en welke gereedschappen en technieken daarvoor nodig zijn. Ook schreef ik de tips op die mijn stagebegeleider aan de leerlingen gaf. Deze aantekeningen kon ik rechtstreeks overnemen voor mijn eigen lessen en werden een soort naslagwerk voor mezelf. Bij de boekhandel kocht ik het boek ‘Werken met speksteen’ van Jolanda Groeneveld en las dit rustig in mijn treinreizen en plakte het vol met post-its met handige tips die ik tegenkwam. In mijn lessen probeerde ik kennis in te zetten die ik al had. Tijdens een les waarin de leerlingen een vertaalslag moesten gaan maken tussen figuratief en abstract werken legde ik aan de hand van voorbeelden uit de kunstgeschiedenis uit wat dat abstracte precies inhoudt en waaróm het door kunstenaars wordt gebruikt. Ik gebruikte hiervoor voorbeelden uit Picasso’s en Brancusi’s loopbaan omdat deze zich daar uitstekend voor leenden en een goed proces van abstract (ruimtelijk) werken weergeven. Na dit stukje theorie gaf ik de leerlingen een activerende opdracht waarin zij abstracte kunstwerken moesten koppelen aan emoties en eigenschappen, als toetsmoment en aangezien dit aansloot op de volgende stap in hun ontwerpproces.
R: door hoe de leerlingen op mijn vragen en korte opdrachtjes reageren merkte ik dat ze begrepen en konden visualiseren wat ze te doen stond. In de uitvoering ontbreekt het mij soms nog aan kennis en berust ik nog veel op mijn intuïtie en inzicht wat natuurlijk niet voldoende is in een beeldend vak; ervaring moet worden opgedaan.
R: op het moment ben ik zelf voor beeld ook speksteen aan het bewerken en werk ik systematisch op een manier zodat ik steeds geavanceerder gereedschap en vaardigheden moet inzetten om tot een vorm te komen, ik maak in dit proces foto’s en aantekeningen zodat ik, hetgeen wat ik leer, ook door kan geven aan anderen. Wel zie ik dat ik in een volgende ronde lessen de leerlingen al meer aan kan bieden en kan inspelen op het proces waar ze op dat moment inzitten omdat ik zelf de processen heb doorlopen.
Hacking P2
Gedragsindicatoren: 1, 2, 4, 5
O: tijdens het vak Hacking, wat onderdeel was van de Autonomous practice, kreeg ik de kans om me te verdiepen in een bepaald systeem en daar een interventie op te bedenken: een hack. Ik was benieuwd naar hoe ik deze totaal nieuwe tools en manier van denken tóch kon inzetten als kunsteducator.
D: ik wilde de nieuwe skills van dit vaak aangrijpen en iets kunnen ontwerpen voor mijn beroepspraktijk. Vaak merkte ik dat er voor en na een les een bepaalde aanstekelijke atmosfeer hangt en dat er een specifieke intrinsieke motivatie, interesse, know-how en interactie verloren gaat wanneer de les ‘begint’ en iedereen de rollen zoals gewoonlijk inneemt.
A: allereerst ben ik gaan onderzoeken wat bepaalde elementen zijn van leren; ik analyseerde hiervoor mijn eigen leerprocessen in de lockdown: naaien en tarot kaarten lezen. Ik deed onderzoek naar herman de vries, die met gebruik van zijn kunst en zijn tegen hiërarchieën en het ego streed. Na dit brede onderzoek heb ik met de tools die we vanuit hacking meekregen; begrip van computer learning, anarchisme en autonomie op het web en alternatieve webbrowsers, een eigen protocol uitgerold wat centraal zou staan bij een nieuw vak wat ik had bedacht. We leerden dat je op het web vaak een gecentraliseerde macht hebt en ik heb zelf gebruik gemaakt van een gedistribueerd netwerk doordat mijn systeem anoniem is en alle rollen van informatievoorziening verdeeld. Een testversie hiervan heb ik vormgegeven in Hotglue, een gratis online webdesign programma.
R: vanuit de practice kreeg ik niet echt feedback op de vorm maar ze waren enthousiast over de inhoud, waar ik wel uit kan halen dat de vorm de inhoud ondersteunde. Van klasgenoten kreeg ik te horen dat ze het erg interessant vonden en benieuwd waren hoe het in het echt zou werken, ik zou het dus eigenlijk een keer uit moeten proberen maar daarvoor is eerst een goed ontwikkelde website of app nodig.
R: voor dit soort projecten heb ik net niet genoeg expertise om zelf zoiets uit te voeren, wel heb ik de tools en skills om een ontwerp uit te rollen en het voor te leggen bij een geïnteresseerde web ontwikkelaar. Voor het ontwerpen van lesmateriaal wil ik wel beter worden op het gebied van tekst, audio, video, kleur en vorm. Het lijkt me fantastisch zelf kwalitatief materiaal te kunnen ontwikkelen of goed samen te kunnen werken met iemand die dit kan.
Voor normale browsers: research, flowchart systeem
.Dat link voor Beaker browser (alternatief)
Periode architectuur
Gedragsindicatoren: 1, 2, 3, 4, 5, 6
O: in de eerste helft van mijn stage in het derde jaar kreeg ik de kans een hele lessenserie architectuur te ontwerpen en te geven, thema en opdrachten stonden wel vast. Tijdens de periode architectuur worden de leerlingen uit klas 12 (havo/vwo 6) uitgedaagd om een eigen woning te ontwerpen a.d.h.v. verschillende proces ondersteunende opdrachten.
D: ik vond het belangrijk dat ze tijdens mijn lessen nadachten over hun eigen ideeën omtrent wonen maar ook hoe architectuur een rol kan hebben in het tot uiting laten komen van bepaalde waarden. Ook wilde ik ze de technische handvatten geven zodat iedereen zijn ontwerp zou kunnen uitvoeren.
A: mijn lessen heb ik zo gestructureerd dat er, na een oriënterende introductie les, steeds een deel informatie, inspiratie en instructie de les inluidde en de leerlingen vervolgens zelfstandig aan de slag konden en ik hun individueel kon begeleiden. Tijdens de introductieles deed ik dit door samen te beginnen aan een geschreven woonvisie als reflectie op het huidige en wat ze in de toekomst zouden willen, ze moesten hierbij ook oriënteren op de bestaande architectuur. Om uit te leggen hoe een ontwerp tot stand kan komen door het belang van menselijke waarden keken we samen een video en leidde ik een klassikale discussie over ‘Humane Prisons’. Met een les perspectieftekenen pakte ik het praktischer aan en heb ik een tutorial gegeven op het (krijt!)bord waarbij de leerlingen tegelijkertijd stapsgewijs mee tekenden.
R: gedurende lessen hing er een productieve en ontspannen sfeer. Tijdens instructies was er meestal aandacht en zag ik dat ze mijn tips meenamen in hun werk. De leerlingen heb ik feedback laten geven op mijn lessen en daarin kwam vooral terug dat ze mijn passie en begeleiding aangenaam vonden, maar ik nog meer mijn verwachtingen mocht uitspreken, het gebrek hieraan zorgde soms voor onrust.
R: er waren momenten waar ik in had mogen grijpen wanneer de leerlingen te braaf en veilig aan het werk gingen. Ze namen alles heel serieus en er was weinig spel. Dit kwam ook door het gebrek aan tijd, ik had het zwaartepunt moeten verplaatsen, nu waren de leerlingen meer bezig met het afkrijgen dan het experiment. Zelf handelde ik ook nog binnen de lijntjes omdat ik minder durf wanneer de stof en het lesgeven voor mij ook complex en nieuw is. Als ik de periode nog eens zou geven zou ik een hoop aanpassen en meer durven.
Creatieve date
Gedragsindicatoren: 1, 2, 4, 6
O: voor het project Cultuurweb werden Saar en ik uitgenodigd om een serie lessen te geven op een basisschool in Naaldwijk. De wens van de school was dat wij iets deden met het thema ‘Valentijnsdag’ en dat de workshop, van twee lesuren lang, geschikt zou zijn voor groep 5 t/m 8.
D: Saar en ik vonden het te voor de hand liggend om een knutselwerkje over verliefdheid en hartjes te gaan maken dus we zochten naar een manier om toch de kinderen te laten verbinden met het thema zónder dat we het oppervlakkig zouden aanpakken. Ook was dit een kans om niet zomaar een knutsel les te ontwerpen maar om creatief aan de gang te gaan met de standaardelementen van een les en daar een artistieke oplossing voor te bedenken.
A: samen zijn we ons eerst gaan oriënteren op het thema Valentijn/daten en onze associaties daarbij. In een wordweb kwamen we op waarden zoals: verrassing, ontmoeting, verbinding, spanning, samenwerken, elkaar leren kennen en afspraken maken. Dit waren de waarden waarop onze les gestoeld zou worden. We ontwierpen een ‘Creatieve Date’ waarin we eerst samen met de leerlingen klassikaal oriënteerden op het thema daten en wat dat allemaal kan betekenen. We vonden het belangrijk dat de nadruk lag op bepaalde waarden i.p.v. de voorwaarden ‘jongen-meisje’ en ‘verliefdheid’ zodat de leerlingen zich comfortabel zouden voelen. De vorm van de les zou namelijk al spannend genoeg worden! Dit hebben we van tevoren ook goed afgestemd met de juffen en meesters zodat zij ook konden meedenken over wat een veilig en inspirerend klimaat zou creëren. Na de oriëntatie vertelden we de leerlingen dat zij op een blinddate zouden gaan en ze werden door ons en de juffen geblinddoekt en aan lange rijen geplaatst, de koppels waren willekeurig zodat er ook combinaties zouden ontstaan van kinderen die normaal niet met elkaar spelen of willen samenwerken, een risico maar ook een waardevolle kans. Er was een onderdeel blind kleien, een onthullingsmoment, een stukje uitleg van technieken en een onderdeel samen het kleiwerk afmaken. Naderhand hebben we verschillende presentatie vormen geprobeerd en is dit een soort speeddate geworden.
R: er was veel plezier, wat onzekerheid maar ook een overwinning voor de klassen. Af en toe werd er natuurlijk geplaagd tijdens het blinddoeken maar wij maakten op zachte manier duidelijk waarom dat niet de bedoeling was. Het was voornamelijk muisstil en heerste een gezellige spanning. wanneer leerlingen vastliepen of niet durfden gaven wij aanwijzingen en complimenten. Beeldend gezien kwamen er echt gedrochten van kleiwerken uit wat ik eigenlijk heel grappig en verlossend vind, de opdracht was totaal niet gericht op schoonheid en techniek, maar wat niet alle juffen even erg konden waarderen.
R: wij kregen mee van een juf dat er wat meer technische uitdaging in had mogen zitten en dat we meer concrete handelingen van de leerlingen mochten verwachten zodat zij naast hun persoonlijke ontwikkeling ook in het maken leerzame stappen hadden gezet. Hier ben ik het wel mee eens en ik neem dit zeker mee, een kunstwerk hoeft van mij echt niet mooi te zijn maar het levert wel wat op voor een leerling om een bepaalde manier van werken te leren.
Interpersoonlijk
Beeldhouwen
Periode architectuur
Beeldhouwen
Gedragsindicatoren: 2, 3, 4, 5
O: mijn positie vinden als lerende stagiair en lesgevende docent tijdens het uitvoeren van de Beeldhouwlessen in klas 10.
D: tijdens mijn stage merkte ik al snel wat ik belangrijk vond om de leerlingen mee te geven: eigenaarschap, autonomie en inspiratie. Maar in de overdracht daarvan werd ik soms tegengehouden door mijn eigen onzekerheid, bescheidenheid en twijfels. Wel heb ik een aantal dingen geprobeerd waarmee ik mijn rol probeer te positioneren tijdens het vak Beeldhouwen.
A: in het begin merkte ik dat ik door mijn onbekwaamheid en onzekerheid veel aantrok door het feit dat mijn stagebegeleider mij wel eens onderbrak wanneer ik voor de klas stond, tegen de leerlingen sprak en hun vragen beantwoordde, waardoor ze mij automatisch al niet meer als autoriteit en aanspreekpunt zagen. Doordat ik me hier zo rot over voelde probeerde ik snel te herpakken en heb ik dit met mijn begeleider gedeeld d.m.v. de drie G’s als confrontatiemiddel. De houding die ik vervolgens probeerde vast te houden in de klas was transparant, helder en open communicatie. Die transparantie liet ik zien in een discussie die ik met een leerling had, maar die ik volgens mijn begeleider heel ridderlijk en keurig oppakte doordat ik mijn fout toegaf en uitlegde aan de leerling waarom ik voor mijn keuze stond. Ik gaf blijk van mijn positie als aanspreekpunt maar niet als alwetende autoriteit, ik ga de leerlingen niet op hun wenken bedienen want ik heb ook verantwoordelijkheid over hen als groep. Ik verwijs ze daarom ook bewust door naar elkaar als ik iemand anders net iets heb uitgelegd of laten zien waar iets ligt. Komt een leerling met een technische vraag waar ik echt geen antwoord op weet? Dan schakelen we samen de hulp van mijn stagebegeleider in en probeer ik goed mee te luisteren. Er is tenslotte wel expertise en ervaring in huis door mijn stagebegeleider en die kan ik bewust inzetten in plaats van mezelf kleiner te maken en naar de achtergrond te verdwijnen.
R: de confrontatie met mijn begeleider ging heel goed en ze kreeg inzicht in hoe ik mij voel en op welke momenten, we kunnen er nu samen op gaan letten. Al is dit probleem nog lang niet opgelost, ik heb nu de durf om ook mezelf hier minder van aan te trekken en mijn podium te pakken. De leerlingen gedragen zich wel tijdens mijn lessen heel anders dan die van mijn begeleider, zij heeft al een soort vanzelfsprekende autoriteit na 20 jaar lesgeven en bij mij voelen ze zich meer ontspannen maar daardoor ook minder verantwoordelijk.
R: mijn verwachtingen van anderen en mijzelf bijstellen helpt me enorm met het vinden van mijn rol: ik hoef niet alles te weten maar probeer net een stapje boven mijn kunnen te zweven, de mensen om mij heen zijn zelf ook opzoek naar hun rol en dat is oké, zolang je erover communiceert.
Periode architectuur
Gedragsindicatoren: 1, 3, 4, 6
O: op mijn stage werden twee oud-leerlingen, en tevens architecten, uitgenodigd om een gastles te geven tijdens de periode architectuur aan klas 12. Het was mijn taak om de gastdocenten op te vangen, te briefen, de les te verzorgen en de leerlingen er op voor te bereiden.
D: als docent ben ik het klankbord van alle energie in het klaslokaal. Mijn energie heeft effect op de leerlingen en die gaan zich als reactie daarop aan jou spiegelen, maar ook andersom. Alleen is het mijn verantwoordelijkheid dit bewust waar te nemen en op te anticiperen. Ik wilde dat de gastles productief, respectvol en ook met veel plezier verliep en mijn voorbereiding en houding naar de leerlingen én de gastdocenten toe speelde daar een belangrijke rol in.
A: samen met Ingrid heb ik het eerste gesprek met de gastdocenten gevoerd om ze te briefen en aan te geven wat ze van ons konden verwachten. Ik behield het contact via een appgroep en ondersteunde de docenten, die nog allerlei vragen hadden, tot aan de gastles. Ook nam ik al hun feedback mee in hoe de les zo effectief mogelijk kon verlopen voor hen en de leerlingen. De les vóór de gastles had ik de leerlingen voorbereid op een gastles waarbij de twee oud-leerlingen hun konden begeleiden in hun proces en zelf over hun werk kwamen vertellen. Ik liet ze nadenken over vragen die ze konden stellen over het werk van de docenten én hun eigen proces. In de les zelf organiseerde ik een soort speeddate in de aula waar telkens 2 leerlingen met 1 docent over hun ontwerp in gesprek konden. Het was aan mij om de gastdocenten een podium te geven en het logistiek gestroomlijnd te laten verlopen.
R: ik was ontzettend trots op hoe de leerlingen de gastdocenten verwelkomden en heb dat ook naar ze gecommuniceerd. Tijdens de klassikale presentaties was iedereen stil, geïnteresseerd en stelden ze boeiende vragen. Ook aan de docenten zag ik een bepaalde ontspanning en fonkeling in hun ogen omdat ze hun passie konden overbrengen.
R: dit was een hele mooie ervaring en ook een stuk voorbereiding voor mij op het verbinden van binnen en buitenschoolse educatie. Het zit in me dat ik mensen een prettig en gehoord gevoel wil geven en ik haal veel voldoening uit het samenbrengen van mensen. De volgende keer zou ik het met dezelfde energie aanpakken alleen zou ik in de organisatie meer grenzen op willen zoeken over de mogelijkheden, om er zo meer uit te kunnen halen.
Omgevingsgericht
Queering Spaces
Kritische kijk op cureren
Queering spaces
Gedragsindicatoren: 1, 2, 3, 4, 5, 6
O: tijdens het vak Cultural diversity kreeg je door sociologisch en theoretisch onderzoek de tools om een ‘space’ te ‘queeren’. Wat betekent dat je een plek onderzoekt en een interventie ontwerpt die de normen en (ongeschreven) regels van die plek bevragen en omverwerpen.
D: ik had eigenlijk Performative Action gekozen als practice maar deze ging niet door. Wat centraal stond in die practice was het feit dat je fysiek actie ging ondernemen en samen met én voor anderen iets organiseert rondom het thema bed, bad en brood. Dit trok mij aan omdat ik bepaalde maatschappelijke vraagstukken niet kan negeren in mijn dagelijks leven en ik op zoek ben naar hoe ik daarin iets kan betekenen. (Sociale) ongelijkheid, klassenverschillen en polarisatie zijn onderwerpen die me aan het hart gaan en die ik ook niet los kan zien van het onderwijs. Met deze thema’s wilde ik dus alsnog iets doen binnen de nieuwgekozen practice Cultural Diversity.
A: de plek die ik heb onderzocht was het Brabantplein, een plein vlak bij mij waar een ontzettende diversiteit aan mensen (voor Breda) winkelt, rondhangt en eet. Ik deed sociologisch onderzoek naar en op het plein met de tools die we daarvoor kregen zoals observeren en interviewen. Ook zocht ik naar gedocumenteerde informatie over het plein en de omgeving in het Stadsarchief Breda en oude krantenartikelen. Voor mij werd bevestigd dat en waarom het Brabantplein zo’n diversiteit aan mensen aantrok maar ook waarom deze verschillende sociale groepen maar niet met elkaar in contact kwamen. Ze winkelen wel op dezelfde plek maar dat is net niet genoeg om ook een interactie aan te gaan.
Wat heb ik ontworpen is een voorstel om een buurtfeest te organiseren op het plein; het Brabantplein Probeerfestijn. Hierin staat het proberen (van eten) centraal als laagdrempelige verbinder en een middel om jezelf mee voor te stellen of een ander te leren kennen. Het evenement en de workshops zouden met medewerking van buurtbewoners, winkeliers en donaties georganiseerd kunnen worden. Maar ook de gemeente kan erbij betrokken worden aangezien het maatschappelijk belang dient, vooral nu mensen zich geïsoleerd voelen en er weinig perspectief is voor contact.
R: tijdens mijn onderzoek en de gesprekken die ik had op het plein voelde ik dat er ontzettend veel animo was voor zo’n evenement maar soms ook een kleine aarzeling. Enthousiasme, budget van de gemeente en een mooie organisatie zou die aarzeling weg kunnen nemen.
R: aanvullend op de praktijk schreven we ook een essay en hierin kreeg ik inzicht in het feit dat ik niet puur achter de schermen wil werken en mezelf niet moet verstoppen maar ook de wereld in moet. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, ik ben met mijn stagedocent en slc’er in gesprek hoe ik assertiever kan worden.
Kritische kijk op cureren
Gedragsindicatoren: 1, 2, 4, 5, 6
O: we kregen bij deze opdracht van Karin de kans om een tentoonstellingsvoorstel te ontwerpen waarin je je kritische blik op bezochte tentoonstellingen gebruikt voor een eigen alternatief.
D: tijdens de eerste lockdown was het voor mij de uitdaging, zonder fysieke ruimtelijkheid, een aantrekkelijk voorstel maken waarmee ik leerde om online te communiceren. Ik had zelf de tentoonstelling sciene fiction in de Kunsthal bezocht een tijd geleden. Veel originele stukken vanuit de popcultuur waren tentoongesteld en je maakte een chronologische reis door het genre. Hoewel ik vind dat binnen het genre science fiction, welke uitingen dan ook, er mega interessante en relevante vraagstukken worden aangesneden was deze tentoonstelling bijna alleen aantrekkelijk voor liefhebbers van het genre en de popcultuur. Dit kwam door de grote aanwezigheid van film- props, gadgets en posters die, zonder verdiepende context, werden getoond; meer als een soort collectorsitems die je ‘gewoon gezien moet hebben’. Ik wilde graag mijn interesses meenemen en combineren met het bestaande kunstaanbod en zo thema’s vanuit het genre science fiction bespreken en beschouwen aan de hand van kunstwerken, talks, performances en filmvertoningen.
A: als eerst onderzocht ik kunstenaars die betrekking hadden tot dit grote genre en bekeek ik hun werk, het waren kunstwerken die ik zelf in het echt heb gezien en werken die ik graag ooit zou willen ervaren. Al gauw ontdekte ik sub-thema’s die samen een verhaal konden vertellen. Potentiële locaties waren MU Eindhoven, Het Naturalis, Het Nieuwe Instituut en de Stadsgalerij in Breda. Tijdens mijn onderzoek naar de locaties kwam ik er achter dat die Stadsgalerij met uitsterven bedreigd was en daar zag ik een uitdaging. Ook kon ik hier, tijdens de lockdown, een bezoek aan brengen om foto’s te maken en toevallig met medewerkers in gesprek te gaan. Bij mijn gekozen kunstwerken zaten ook twee films, ik maakte een video-ontwerp van hoe deze buiten vertoond konden worden om zo publiek aan te trekken wat normaliter opzoek is naar entertainende cultuur in de zomer, wat normaal gesproken een vaste prik is in de Bredase binnenstad. Door verder Google maps, artikelen, informatie over het omliggende Chassé Theater en het Stedelijk museum Breda te gebruiken kon ik de realiteit van mijn concept enigszins toetsen. In de tour die je kunt volgen krijg je een online preview voor hoe de fysieke tentoonstelling eruit ziet, maar ook hoe je begeleid zou worden door mij als host. Op deze manier wilde ik experimenteren met mijn manier van rondleiden: niet zenden maar het gesprek aangaan a.d.h.v. kunstwerken, en maak ik de kloof tussen opdrachtgever en mijzelf kleiner.
Concept en beweegredenen voor mijn voorstel vind je hier.
R: Door Karin’s stevige, tussentijdse feedback om minder geschreven tekst te gebruiken en het levendiger te maken werd ik wakkergeschud en kwam ik tot mijn uiteindelijke tour.
‘‘ Je thema is actueel en je selectie werken aansprekend en actueel. Juist de plek, de stadsgalerij in een woonwijk, om deze tentoonstelling te houden, is goed gekozen en gemotiveerd. Je interactieve pagina geeft een goed beeld van je concept en je luisterfragmenten die eraan zijn toegevoegd, werken effectief om jouw concept te begrijpen. Je leidt de luisteraar/kijker naar hoe het concept is bedoeld. Mooi hoe je een grote doelgroep voor ogen hebt.’‘ - final feedback Karin de Jonge
R: ik wil zeker meer werken met audio, ik heb dit eerder gedaan op amateuristische wijze en heb laatst een workshop podcast maken gevolgd. Er zit potentie om het professioneler aan te pakken en te combineren met mijn interesse voor lezen en schrijven. Ik mag nog meer en sneller tot de kern komen en gedurfder nadenken over een breder perspectief, zo had ik bijvoorbeeld het onderwerp afro-futurisme kunnen betrekken.