De reden waarom het universum P. in mijn leven gebracht heeft blijft onduidelijk. Zowel nu als 10 jaar geleden. Ik heb er niks aan gehad, er enkel pijn aan overgehouden. Niks uit geleerd. Niks mee ontdekt.
De grote liefde moest er zijn om de liefde te leren kennen. Leren graag zien. De breuk volgde omdat ik ontwikkelde, mezelf belangrijker ging vinden. Mijn foute persoon, D., was er om het verlies van mijn grote liefde te helpen verwerken. Om me te doen in zien dat ik een middenweg moet zoeken tussen hen twee. Om me te helpen laten zien wat het zou moeten zijn.
Ik heb tot nu toe altijd een reden gevonden voor de gebeurtenissen in mijn leven. Zelfs voor de grote oorlog die ik als kind heb moeten voeren met de monsters die toen mijn lichaam wilden kapen. Zelfs voor de veldslagen nadien. Zelfs voor de bom die twee jaar geleden werd gedropt.
Voor de aanwezig van P. in mijn leven kan ik enkel hypothesen vormen:
1) Grenzen leren stellen. Al ben ik daar in de zaak P. enkel maar in gefaald.
2) Misschien moest hij nu terug komen zodat ik mijn ‘wat als’ kon beantwoorden. Omdat mijn zoektocht misschien stilaan ten einde komt. Deze optie lijkt meer plausibel.
Misschien kom ik het nog te weten. Tijd brengt raad.