Wat is geluk? Of, wat máákt een mens gelukkig? Deze vragen staan al eeuwenlang centraal in de filosofie en hebben inmiddels tot talloze gelukstheorieën geleid. Dat is niet verwonderlijk: de meeste mensen beschouwen gelukkig zijn als een van de belangrijkste doelen in het leven. De Griekse wijsgeer Plato (427-347 v. Chr.) stelde zelfs dat geluk „het enige is dat mensen in en voor zichzelf nastreven” – zonder dat er andere motieven aan te pas komen.
In het oude Griekenland was het dan ook gemeengoed om geluk niet te zien als een geestestoestand die je kunt bereiken, maar als een voortdurende activiteit die je uit moet voeren – zoals wijsheid vergaren, deugdzaam leven en goed zijn voor anderen. Anders gezegd, gelukkig zijn werd niet gezien als iets wat je bent, maar als iets wat je doet.
Epicurus (341-270 v. Chr.) was de eerste Griek die met deze opvatting brak: hij definieerde geluk wél als een geestestoestand, namelijk simpelweg als „de afwezigheid van pijn”. Deze gedachte lag, eeuwen later, ook ten grondslag aan de filosofie van de utilitaristen, die het ‘goede’ definieerden als zoveel mogelijk genot en zo min mogelijk pijn voor zoveel mogelijk mensen. Epicurus was zijn tijd in die zin dus ver vooruit, maar ook in een ander opzicht voorzag hij de tijdgeest. Hij stelde namelijk als eerste denker dat vrijheid een belangrijke voorwaarde voor gelukkig zijn was. Die opvatting was tweeledig: Epicurus benadrukte het belang van negatieve vrijheid (vrij zijn van pijn en onrust), maar achtte positieve vrijheid (vrij zijn om plezier en genot te hebben) eveneens cruciaal. Bijna alle moderne definities van geluk bevatten vormen van negatieve vrijheid (privacy, veiligheid, lichamelijke integriteit) en positieve vrijheid (vrije meningsuiting, bewegingsvrijheid, keuzevrijheid) als noodzakelijke componenten. De vrijheid om te gaan en staan waar je wilt; relaties en vriendschappen te hebben met wie je wilt; de goederen te kopen die je begeert; de opvattingen te koesteren die je belang
rijk vindt. Onderzoek aan de Amerikaanse Harvard Universiteit heeft onlangs deze opvatting over geluk echter deels ontkracht. Psycholoog en onderzoeker Daniel Gilbert ontdekte namelijk dat het soort geluk waar de meeste filosofen zich op baseerden slechts deels verantwoordelijk is voor ons welzijn. Dit geluk, door Gilbert „natuurlijk geluk” genoemd, ontstaat wanneer we onze wensen vervuld zien of onze doelen bereiken – je zou het een soort ‘tevredenheid’ kunnen noemen. Maar, constateerde Gilbert, onze gemoedstoestand is ook afhankelijk van wat hij „synthetisch” of „adaptief” gelukt noemt. De mens blijkt zijn mate van tevredenheid namelijk doorlopend aan de omstandigheden aan te passen – ook (of juist) als de gestelde doelen niet worden bereikt. Zo bleken mensen die te horen kregen dat zij de loterij hadden gewonnen, na enkele weken nét zo gelukkig te zijn als mensen die te horen hadden gekregen dat ze verlamd waren geraakt. Beiden groepen ‘synthetiseerden’ als het ware de situatie, zodat hun tevredenheid op peil bleef. Ze pasten hun verwachtingen van het leven aan en bleven zo relatief gelukkig.
Deze reactie hebben mensen voortdurend: wat we krijgen waarderen we, maar wat we niet krijgen, trivialiseren we evenzeer. Dit ontdekte Gilbert toen hij een aantal proefpersonen zeven schilderijen op volgorde van mooi naar lelijk liet leggen en hen daarna vertelde dat zij voorkeur 3 of voorkeur 4 naar huis mochten nemen. Na enkele weken bleek de voorkeur van de meeste mensen veranderd: het schilderij dat men mocht meenemen werd hoger gewaardeerd, terwijl het schilderij dat men niet gekozen had in aanzien was gedaald.
Hoe ontkracht dit nu de theorie van Epicurus dat keuzevrijheid een cruciale voorwaarde voor geluk is? Welnu, Gilbert ontdekte dat het adaptieve soort geluk zich niet of nauwelijks voordoet wanneer mensen te veel keuzevrijheid wordt gegeven. Toen de ene groep proefpersonen werd verteld dat hun keuze voor het schilderij definitief zou zijn werden mensen positiever over hun eigen schilderij en negatiever over het schilderij dat ze links lieten liggen.
Maar tegen de andere groep werd verteld dat hun keuze niet definitief was: zij mochten er in een later stadium nog op terugkomen. Het gevolg was dat de meeste proefpersonen gingen twijfelen. Heb ik de juiste keuze gemaakt? Is het andere schilderij niet toch mooier? Hun keuzevrijheid was dus groter, maar hun tevredenheid nam daardoor ook gaandeweg af. Bij een meerderheid resulteerde dat zelfs in een verandering van schilderij – zo ongelukkig werden ze uiteindelijk met hun keuze. De les die hieruit getrokken kan worden is dat meer keuzevrijheid niet altijd bijdraagt aan meer geluk. Want, in zekere zin veroorzaakt een gebrek aan keuzes een gevoel van ‘berusting’, die op zijn beurt leidt tot tevredenheid met wat je hebt. Dat deze vorm van geluk sterk verwaarloosd wordt in onze maatschappij is overigens niet verwonderlijk, zegt Gilbert: ze staat haaks op onze kapitalistische economie, die drijft op het feit dat mensen altijd méér willen bereiken en verdienen dan ze al hebben. Onze samenleving richt zich dus vooral op het ‘natuurlijke geluk’: de vruchten van onze successen.
Dat heeft zo zijn voordelen: het maakt mensen ambitieus en eerzuchtig. Maar het nadeel is dat we ons snel ontevreden voelen, onzeker en zelfs schuldig als we niet voldoen aan de eisen die de maatschappij aan ons stelt. We ervaren dan keuzestress
‘is dit wel het juiste om te doen?’
of statusangst ‘ben ik wel goed
genoeg om dit te doen?’.
Voor die mensen kan de filosofie van de Duitse denker Friedrich Nietzsche (1844-1900) een uitkomst zijn. Want, geheel in lijn met de bevindingen van Daniel Gilbert, stelde Nietzsche dat schuldgevoel, statusangst en zelftwijfel eigenlijk ondeugden zijn die niet bijdragen aan ons welzijn.
Integendeel, hij beschouwde het hebben van een slecht geweten, in welke zin dan ook, zelfs als een „zelfopgelegde wreedheid”, die gepropageerd werd door het christendom om mensen volgzaam te houden. Om hieraan te ontkomen, suggereerde Nietzsche een alternatieve levensstijl, vrij vertaald: sta achter iedere keuze die je maakt, ongeacht hoe zij uitpakt. Nietzsche zegt hiermee eigenlijk: beperk je eigen keuzevrijheid door iedere keuze die je maakt per definitie als ‘juist’ te beschouwen. Dat neemt de angst weg waar onzekere mensen – die Gilbert ook in zijn onderzoek trof – namelijk vaak aan ten prooi vallen: de angst dat hun keuze de ‘verkeerde’ zou kunnen zijn, waar ze dan aan ‘vast zitten’. Volgens Nietzsche is dit onzin: je kunt iedere keuze immers ongedaan maken met een nieuwe keuze – anders was het geen keuze. In een dergelijk zelfvertrouwen, zegt Nietzsche, schuilt het ware geluk.
BESTUURSLID BUMA/STEMRA WEG OM ‘CORRUPTIE’ NA ITEM VAN POWNEWS
Bestuurslid van Buma/Stemra Jochem Gerrits is vandaag per direct opgestapt. Aanleiding is een uitzending van PowNews waarin een telefoongesprek te horen was waarin hij zijn diensten aanbood in ruil voor een percentage van de opbrengst.
AL LANGER ONDER VUUR
Een muziekstuk van Rietveldt voor een anti-kopieercampagne is volgens de muzikant zonder zijn medeweten vertoond in bioscopen en op dvd’s. De componist zegt dat hij recht heeft op een vergoeding die mogelijk in de miljoenen loopt. Buma/Stemra nam zijn claim niet in behandeling. In het telefoongesprek dat PowNews uitzond, zegt Gerrits dat hij er als bestuurslid van Buma/Stemra voor kan zorgen dat de organisatie wel naar de zaak kijkt.
Het aftreden van Gerrits is vooralsnog tijdelijk. Een bestuursvergadering aanstaande woensdag moet uitwijzen wat er verder met hem gebeurt. Buma/Stemra ligt al langer onder vuur vanwege conflicten met componisten. Een langlopend conflict met Rob Bolland kwam afgelopen zomer tot een hoogtepunt toen de componist werd opgepakt bij het kantoor van de stichting. Hij liet beslag leggen op 1,2 miljoen euro die Buma/Stemra hem verschuldigd zou zijn.
‘NIET ALLEEN ZAKKENVULLERS, MAAR CORRUPT TOT OP HET BOT’
Ook bleken bestuursleden twee keer de balkenendenorm te verdienen en is er kritiek op de ondoorzichtigheid van de belangenbehartiger. In oktober liet D66 weten de organisatie onder toezicht van de Nederlandse Mededingingsautoriteit te willen stellen. Dat zou moeten zorgen voor meer duidelijkheid over wat er met het door Buma/Stemra ingezamelde geld gebeurt.
De PVV zei donderdag dat de controverse rondom Gerrits bewijst dat bij Buma/Stemra “niet alleen zakkenvullers werken die twee keer de balkenendenorm verdienen, maar ook nog lieden die corrupt zijn tot op het bot”. De partij vindt dat er een onderzoek moet komen naar de vraag of er meer corruptie voorkomt bij Buma/Stemra
Jaarlijks word in de oude kerk van Amsterdam de World Press Photo tentoonstelling georganiseerd. Bij deze tentoonstelling worden foto’s tentoongestelt die veel in het nieuws komen, vaak hebben deze foto’s ook een prijs gewonnen.
Die foto’s werden op grote duidelijke witte borden gespresenteerd, naast de foto’s stond een uitleg van wat er op de foto te zien was. Omdat de meeste foto’s uit een serie bestonden, stond het een beetje te dicht op elkaar. Op sommige borden werden meerdere foto’s afgebeeld van verschillende fotografen, nadeel was hier van dat je de tekst bij de foto moest zoeken. Ook stonden de teksen te dicht bij de foto, hier van was het gevolg als iemand de tekst aan het lezen was, dat ie al snel met z’n lichaam voor de foto stond.
De oude kerk is een prima locatie, lekker groot en alle ruimte zodat je niet zo erg op elkaar stond. Nadeel was wel dat je op oude graven liep waar soms een figuur of een afbeelding in gepreegt was. Dus als je niet keek waar je liep, kon je wel eens door je enkel gaat omdat je opeens in een figuur stond.
Sommige foto’s die tentoonwerden gestelt waren best schokkend, de ene meer als de ander. Maar ik was zeer onder de indruk. Bijvoorbeeld zoals de dood van Khadaffi, dat je ‘m zo ziet liggen doet dat toch echt iets met je. Zonder dat je heb kent maakt het toch iets los bij je. Je gaat er over na denken.
Ik vind de World Press Tentoonstelling zeker een aanrader, daarom geef ik de tentoonstelling ook 5 sterren, je moet ‘m gezien hebben. Juist omdat je van alles wat ziet, zoals oorlogen, natuur rampen, feesten, geloven en meer.
DE TOENEMENDE MACHT VAN CHINA IS GOED VOOR DE WERELD
Chinese invloed op de wereld
Communistisch China
Het politieke systeem van China is anders dan het politieke systeem van Westerse landen, zoals Nederland of de Verenigde Staten. China is communistisch. Dat betekent dat er maar één politieke partij is die beslist wat er met het land gebeurd. Zij beslissen voor het hele volk wat er gaat gebeuren. Als de regering wil dat er een snelweg komt op de plek van jouw huis, dan is dat geen probleem. Die snelweg komt er en jouw huis wordt gesloopt. Chinezen hebben niet zo veel te zeggen over hun land.
Communistisch werk
Werken in China is ook anders dan in Nederland of de Verenigde Staten. Doordat de Chinezen niet zoveel te zeggen hebben, werken zij in slechte omstandigheden. In grote fabrieken moeten heel veel mensen iedere dag hetzelfde doen. In een spijkerbroekenfabriek naaien Chinezen iedere dag honderden broeken. En daar krijgen ze maar weinig loon voor. De eigenaar van de spijkerbroekenfabriek hoeft niet zoveel geld uit te geven aan al die naaisters. Hierdoor kan hij hele goedkope spijkerbroeken verkopen aan andere landen.
Goedkoop
China maakt goedkope producten, zoals de spijkerbroeken. Als je die spijkerbroeken in Nederland zou maken, kost dat veel meer. Dat komt doordat in Nederland mensen meer verdienen. Alle landen op de wereld willen graag handelen met China door die goedkope producten. China verdient daardoor heel veel geld.
Macht
China wordt steeds rijker. Met al dat geld kan het land veel doen. China kan bijvoorbeeld haar leger groter maken. Of ze kan allerlei projecten opzetten in het buitenland. Om ons heen gaan we steeds meer invloeden van China zien. En dat betekent dat China steeds belangrijker en machtiger wordt op de wereld. En dat merken we nu al. Je kunt bijvoorbeeld Chinees leren op school en steeds meer Chinezen komen als toerist naar Amsterdam.