ik zat in de trein, een poging tot leren mislukte. Beseffend dat ik mijn vriend toch echt veel te vaak mis. En dat dat de komende tijd niet veel beter zal zijn. Beetje sip en onrustig keer ik me weer tot mijn boek. Geirriteerd door de Poolse familie die in onverstaanbare woorden de hele treincoupé van hun discussie laat meegenieten, en zo’n peuter die eigenlijk net iets te hard aandacht probeert te trekken, en dat in hetzelfde gebrabbel.
Tot de conductrice binnenkomt. Je hebt van die mensen die binnenkomen met zoveel enthousiasme en optimisme, dat je er zelf ook meteen opgewekter van wordt. Een oprechte glimlach, een paar opmerkingen over een mooi tekeningetje van een kind. Hetzelfde kind wat ik net nog uit de trein wilde gooien.
Je hebt van die mensen die de wereld net een beetje makkelijker, net een beetje beter maken. Hoe klein dat beetje ook is; dat wil ik ook.