verhuisd
Ik ben overgestapt van Tumblr naar Wordpress. Dus je vindt mijn stukjes vanaf nu niet meer hier maar alleen nog op http://www.henkvanstraten.nl
RMH
I'd rather be in outer space 🛸

Jar Jar Binks Fan Club
d e v o n
let's talk about Bridgerton tea, my ask is open
No title available
Keni
$LAYYYTER
Claire Keane
No title available
One Nice Bug Per Day
No title available
★
official daine visual archive
art blog(derogatory)
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH
KIROKAZE

gracie abrams
"I'm Dorothy Gale from Kansas"
The Stonewall Inn
seen from Brazil
seen from United States
seen from Canada
seen from India
seen from United Arab Emirates

seen from Saudi Arabia
seen from Chile

seen from Italy

seen from Mexico
seen from France
seen from United States
seen from United States
seen from Singapore
seen from United States

seen from United States
seen from Congo - Brazzaville

seen from New Zealand
seen from Panama
seen from Myanmar (Burma)

seen from Ukraine
@henkvanstraten
verhuisd
Ik ben overgestapt van Tumblr naar Wordpress. Dus je vindt mijn stukjes vanaf nu niet meer hier maar alleen nog op http://www.henkvanstraten.nl
hebi
Ik heb een hebi. Een innerlijke demon. Het is een Winti-term (Surinaamse, voodoo-achtige religie). Ik hoorde het van een vriend van Surinaamse afkomst. Dat ik er eentje heb, bedoel ik.
Ik vertelde die vriend over een nachtmerrie. Voor ik in slaap viel hoorde ik gestommel. Waarschijnlijk de buren. Ik was toch al onrustig. Toen, 's nachts, hoorde ik iets buiten het raam. Alsof er iemand op het dak liep. Ik ging kijken en zag een vrouw gehurkt vlak voor het raam zitten, op de dakpannen. Ze was oud en pikzwart en keek me aan met priemende, wilde ogen. Ik had ineens een lege bierfles in mijn hand. Ik wilde zeggen dat ze weg moest, dat ik anders zou slaan, maar ik sprak haar taal niet, en volgens mij kon ik ook niet echt praten. De arm met de fles kon ik niet bewegen.
Het kan zijn dat ze terugkomt, zei de vriend. Dan kan ik maar beter actie ondernemen. En als ze me aanraakt, dan is het pas écht goed mis. (Hij en zijn moeder hadden een tijdje dezelfde hebi.)
Waarom ik die hebi heb? Blijkbaar kan dat van alles zijn. Ik moet mezelf misschien ergens voor vergeven (goed mogelijk). Iets onder ogen zien (goed mogelijk). Ik ren ergens voor weg (goed mogelijk). En dat ik niet kon praten en bewegen, dat duidt op een gevoel van gebrek aan controle en identiteit (goed mogelijk). Jouw hebi zit in je nek, zei de vriend. Rechts, langs je hoofd, tegen je ruggengraat.
Ik lachte erom, maar de laatste dagen voel ik steeds even aan mijn nek. Ik ben onrustig. Fucking hebi, denk ik dan. Zoals die oude vrouw naar me keek, ook dat kan ik maar moeilijk van me afschudden. Ze wist iets en ze zag iets en ze wist dat ik, als ik heel eerlijk ben, het diep van binnen ook wel weet. Maar het lukt me niet. Ik krijg het niet helder voor ogen.
Fucking hebi. Nog even en ik reis naar de jungle van Suriname. Mouwen opgestroopt. The day of reckoning.
---
Ook met hebi schrijf ik hier iedere dag een stukje, van maandag t/m vrijdag. Deel ze als je ze leuk vindt. Ik schreef ook een roman: Bidden en vallen.
belegen kaas
De gedachte aan een nieuwe roman maakt me een beetje misselijk. Bidden en vallen is als een plas kots die eerst moet worden opgeruimd. Daarmee zeg ik niet dat ik het een slechte roman vind; ik heb er alleen te lang mee in mijn maag gezeten en ik heb hem nog maar te kort geleden uitgebraakt.
Dus schrijf ik nu deze dingetjes, hier. Tussendoor. Maar ook ben ik jeugdherinneringen aan het opschrijven. Niet dat ik nu zo'n spectaculaire jeugd heb gehad - gebroken gezin, halfbroers, punkbandje, beetje rock-'n-roll, beetje drugs, beetje verdriet - maar dat hoeft ook niet, denk ik. De mooiste literatuur gaat over de dunste, fijnste vezels van het leven. De plot is misschien grootser, het verhaal misschien ook, maar niet de stukjes die ons raken, die ons verwarren. Literatuur prikt een vinger in het hart van wie wij zijn. We kunnen alles zijn, en in ieder leven zit een hart; je moet het alleen even blootleggen.
Nou ja, ook dat is misschien gelul. Weet ik veel. Het bevalt me. Althans nu even. Elke herinnering roept een volgende op. Ik zit soms te grijnzen tijdens het schrijven. Soms doet het pijn. En het is een goede oefening; de vingers moeten warm blijven.
Bovendien voeg ik me ermee in een trend: het waargebeurde verhaal, opgeschreven door een BN'er. Ik ben alleen nog geen BN'er. Mochten de producenten van Ik hou van Holland dit lezen: ik zal misschien een beetje ongemakkelijk die liedjes staan mee te zingen, maar ik hou wel van belegen kaas. Ook heb ik laatst nog een echt colbert gekocht. Niet dat een colbert typisch Hollands is, maar als ik hem draag zie ik er best goed uit. Zegt mama.
---
Dagelijks hier een stukje. Ik heb ook Twitter en Facebook.
tranen in de klas
Een half jaar per jaar geef ik iedere donderdagmiddag les aan de ArtEz kunstacademie in Arnhem. De opleiding heet Creative Writing en ik doceer het vak Tekst & Wereld, wat in mijn geval neerkomt op literaire non-fictie. Het afgelopen semester had ik een groep eerstejaars studenten. Ik gaf ze een schrijfopdracht: dwaal in je eentje door het schoolgebouw en mijmer over jezelf in relatie tot het pand. Wie ben jij hier? Schrijf daarover en probeer het gebouw een rol in het verhaal te geven. Ik kreeg de blikken die ik vaker krijg: Waar lúlt hij over?
Eén voor één kwamen ze terug de klas in, notitieboekje in de hand, vermoeid. Ze moesten hun werk voorlezen. Sommigen hadden het niet helemaal begrepen, anderen juist heel goed. Er was één meisje dat haar stukje niet zelf kon voordragen, zei ze. Dat moest een klasgenootje maar doen.
Zodra haar klasgenoot begon, begon het meisje te huilen. Dit was de eerste alinea:
In mijn hoofd speelt zich hetzelfde opnieuw en opnieuw af. Ik zit naast mijn bed en Sam ligt er in. Hij vertelt me dat hij verliefd is op een ander. Dat was gister. Ik loop nu door het gebouw waar ik de afgelopen drie maanden heel veel tijd heb doorgebracht.
Het meisje hoorde haar eigen woorden terug. Haar eigen emoties. Ze werd geconfronteerd met de werkelijkheid van haar situatie. En niet alleen dat: ze werd geraakt door de krácht van haar eigen tekst. Ze liet zich ontroeren door haar eigen werk.
Het was het mooiste wat ik tot dusver in de klas heb meegemaakt. Omdat het puur was. Omdat het de essentie raakte van wat schrijven is, wat het kan doen, wat het kan oproepen. En ook de essentie van wat een schrijver is: dusdanig goed willen en kunnen schrijven dat jij zelf de eerste lezer bent die je verbluft. Dat je in eerste instantie je éígen wonden heelt.
---
Van maandag t/m vrijdag hier weer dagelijks een stukje. Hoop ik. Probeer ik. Ik schreef ook een roman: Bidden en vallen.
k & o & n
De feestdagen zijn het concentraat van een heel jaar. Een stroperig bodempje. Je kunt er haast niet doorheen kijken. Van de rest van het jaar kun je drinken wat je wilt, maar het concentraat consumeer je met zorg, met vrees, of juist met een op-hoop-van-zegen-achtig fatalisme.
Kerstavond met mijn ex, onze zoons, haar nieuwe relatie, mijn vader. Iedereen nog op zijn hoede maar welwillend. Dan de drankjes, het dieper en dieper zetelen in berusting, in opluchting. Dat het kan. Dat wij het kunnen. Dat er genoeg liefde is. Eten, zingen, meer drankjes. De kinderen naar bed, later de tranen.
Wandelen met mijn broers. De lijnen in hun gezicht. De groeven van hun jaren en zorgen en vreugde nog iets dieper rondom hun ogen en mond. Kerst: ineens zie je dat er tijd is verstreken. Hoe sterk het concentraat dan smaakt. Hoe het blijft kleven aan de brok in je keel. Hoe we onze levens, de jaren en de dagen, afstaan aan de eeuwigheid.
De kleine gesprekken. Meer over de levens van anderen dan over die van onszelf. Niet nu de schermen laten zakken. Niet met iedereen erbij. Het concentraat te dik, te sterk, te bedwelmend, te gevaarlijk om puur te drinken.
Middagen in overdekte speeltuinen. Avonden alleen of afgeleid en verstrengeld in het lichaam van een ander, in een ander huis. Zweten in de sportschool, willen geloven in mijn eigen lichaam, dat ik mezelf kan behouden.
De jaarwisseling voor het raam van mijn appartementje. Mijn zoons naast me, gewikkeld in hun dekbedden. Explosies in de lucht. Mijn zoontjes een blikje Fristi, ik een blikje bier. Dit moet volgend jaar anders, neem ik mezelf voor. Ik heb me met oudejaarsdag nooit raad geweten; alsof ik klem zit tussen de jaren, een pier tussen de duim- en wijsvinger van een visser.
De Chinezen van de friettent naast ons steken een enorme, rode ratelband af. De straat kleurt rood. 'Die hebben ze meegenomen uit China,' zeg ik. 'Kun je alleen maar daar kopen.' Mijn zoontjes geloven me. Dit is wat ik kan. Ik heb verhalen. Ik zorg dat het lekkerder smaakt.
---
Ik wilde eigenlijk pas maandag het eerste nieuwe stukje plaatsen, maar dit stukje gaat over de feestdagen en daar wil maandag (terecht) niemand nog over horen. Ik schreef een roman: Bidden vallen.
sijpelend gif, continued
(Ter referentie: lees eerst de column onder deze.)
Zo rond mijn veertiende fietste ik 's nachts door een parkje. Ik was stoned. Er werd naar me geroepen, ergens achter me. Er bleek een groep jongens te zitten. Ze haalden me in. Eén van hen kwam voor me staan en vroeg waarom ik hem had uitgescholden. 'Dat deed ik niet,' zei ik, en werd toen tegen de grond geslagen. Een ander reed toen het voorwiel van zijn snorfiets over mijn arm. Hij keek me daarbij aan, en grijnsde. De waas van de wiet maakte het nog beangstigender, een nachtmerrie.
Het waren Marokkanen.
Ik heb daarna heel lang wraakfantasieën gekoesterd. Dat ik in de struiken lag met geweer en telescoopvizier. Ik voelde me vernederd, bang, woedend. Een tijdje daarna ben ik begonnen met boksen; de volgende keer zou ik terugvechten.
Ik haatte hen. Die gasten. Hun petjes en maniertjes. Hun accent. Iedereen die op hen leek haatte ik. Noem het maar type straatmarokkaan. Ik weigerde nog onderscheid te maken of één van hen het voordeel van de twijfel te geven; het incident was het ernstigste, maar niet het eerste geweest. Mijn woede ging zo diep. Ik was jong en verward en bang. Als ik in het geheim een knop had kunnen indrukken die alle Marokkanen in Nederland zouden vervagen had ik hem ingedrukt.
Langzaam maar zeker kwam mijn relativeringsvermogen terug, kon mijn hart zich weer openen, zag ik weer dat mensen mensen zijn, dat alles te maken heeft met oorzaak en gevolg, dat we allemaal hetzelfde geboren worden.
Het is niet makkelijk om dergelijke woede los te laten, om die niet definitief je wereldbeeld te doen verduisteren, om geen fanaticus te worden.
Ik wil niet zeggen dat ik het weet. Ik wil niet zeggen dat je nooit de correlatie tussen afkomst, cultuur, sociaal-economische situatie en maatschappelijke problemen mag onderzoeken en benoemen. Ik wéét niet hoe het allemaal moet, of hoe het allemaal werkt, of wat wijsheid is. Streng maar rechtvaardig, misschien, of is dat een te groot cliché?
Ik wil niet in een kamp worden getrokken, bondgenoot van een clubje worden gemaakt. Als ik een stukje schrijf over Umar, waarbij ik vooral schrik van de harde toon en wat die in mijn ogen voor consequenties kan hebben, betekent het niet dat ik vind dat ze kapot moet, of inherent slecht is. Ik zit niet ineens in jouw clubje, vecht niet ineens mee aan jouw front. Dus flikker op met je kwetsende tweets over haar uiterlijk of persoon, aan mij gericht. Hyena’s. Van jullie haat walg ik net goed als van die van haar. Ik ben niet op zoek naar polemiek, of ophef, of stellingname.
Ik weet niet wat ik wil zeggen. Misschien dat een gesloten, verbolgen hart nooit goed is. Nooit, nooit, nooit.
Mijn zoontje roept me net. Ik verzin dit niet. Hij lag te tekenen in bed. Twee poppetjes, allebei met een vlag boven hun hoofd. (Uit de kleuren kon ik niet direct de bijbehorende landen afleiden.) En allebei met een tekstwolkje: 'Sorry.' Mijn zoon lichtte toe: 'Ze voerden oorlog maar ze zijn ermee gestopt, want in een oorlog gaan mensen dood.' Ja, ik hoor je cynische gnuif. Kinderlijk naïef, natuurlijk. Maar als je zo helemaal niet meer kunt denken, als er in jouw ogen een groep mensen is die inherent slecht is, als je je hart niet meer kunt openen, als je iedere afwijkende mening alleen nog maar kunt zien als aanval, de wereld alleen nog maar ziet als strijdveld, als je geen tekstwolkje met 'sorry' boven je hoofd meer kunt zien, dan kun je niet meer winnen. Ook jóúw strijd kun je dan niet meer winnen. Want dan héb je straks die rare, eenzijdige vrijheid van je bevochten, en dan ben je dood van binnen.
---
Deze column is ruim twee keer langer dan de lengte die ze van me zijn mogen (300 woorden). Het wordt geen gewoonte. Fijne kerstdagen. Tot maandag.
sijpelend gif
Ebru Umar is nog nooit een leuke Marokkaan tegengekomen. Althans, dat zei ze tegen twee 'Mocro's' die haar lastigvielen en haar vroegen: 'Zeg me, waarom heb je een hekel aan Marokkanen?' En toen zei ze dat dus, dat ze nog nooit een leuke Marokkaan is tegengekomen. En dat schreef ze ook op, gegoten in deze anekdote, in haar column voor dagblad Metro.
Even later in de column volgt nog een anekdote. Ook een Turk viel haar lastig.
Ze eindigt de column zo: 'Mocro's en co zijn de mislukte nageboorte van de multiculturele samenleving. Dat ik en met mij velen worden lastiggevallen, wordt mogelijk gemaakt door Rutte en co die dit tuig op alle mogelijke manieren faciliteren en tegemoetkomen.'
Ik las dit in de trein en ik schrok. Ik schrok omdat het me in eerste instantie niets deed. Omdat ik er blijkbaar aan gewend was. Aan deze toon. Dit is het enige gratis krantje en het slingert door alle treinen. In dat krantje zegt een columnist dat ze nog nooit een leuke Marokkaan is tegengekomen.
Dit gif sijpelt dus door heel Nederland, door alle stations.
Waar ik van schrok, ook, was haar zekerheid. Precies denken te weten wie deugt en wie niet, wat er mis is met ons land, en wiens schuld dat is. Het is fundamentalisme: niet meer willen twijfelen en dus alle twijfel kopje-onder duwen in stellingname en zwart-wit-retoriek. Hoe harder je iets verkondigt, hoe meer je vooral jezelf overtuigt van het feit dat je het weet, dat je gelijkt hebt. Zoals een fundamentalistische islamiet doet, of een fundamentalistische christen, of boeddhist, of whatever.
Een Marokkaan te zijn en dit in de trein te moeten lezen. Wat zoiets bij je oproept.
Het vergif, het splijten, het opjutten, het gevechtsklaar maken. In de trein, achter ieder opgeklapt tafeltje.
---
Uiteraard wil ik met dit stukje niet bagatelliseren dat Ebru Umar is lastiggevallen. Dat is akelig, verkeerd en traumatisch. Hier iedere dag een stukje. Ik schreef een roman: Bidden vallen.
oh, to be the manatee
In de sportschool stond ik op een elektronische trap naar National Geographic Channel te kijken. Beelden van een zeekoe onder water, in een moerasachtig kustgebied. Er straalt enorm veel rust van zo'n dier af. Ze hebben geen natuurlijk vijanden, lijken gewichtsloos. Ze grazen en deinen. De waterrimpelingen werpen een zacht, gefragmenteerd licht over hen heen. Ze hebben een soort oer-kalmte over zich. Kalmte die het resultaat lijkt te zijn van een oer-berusting. Alsof ze erbij waren toen de wereld ontstond en ze ook al kunnen zien hoe de wereld eindigt.
Boven deze zeekoe gebeurde van alles. Mannen in een open sloep deden onderzoek naar hem. Een voice-over vertelde dat hij wordt bedreigd met uitsterven. Hij slikt haakjes en lood van vissers in en hij wordt verminkt door de propellers van motorboten. Toerisme, vervuiling, je weet wel.
Maar eigenlijk, dacht ik, gebeurde er nog veel meer boven hem. Namelijk álles. Geboorte, dood, politiek, oorlog, liefde, orkanen, erosie, explosie, wind, regen, het afwikkelen van de tijd.
Ook ik gebeurde boven hem. Ik, op deze rare machine die steeds nieuwe treden uitspuwde. Ik, met al mijn bekommeringen. Met mijn vergankelijke geest en lijf. Nog geen vlokje as in de open haard maar bij mezelf betrokken als ware ik Alpha & Omega.
Oh, to be the manatee. Met uitsterven bedreigd, zeker, maar alleen als sóórt. Want hij, daar, de solitaire zeekoe, dobbert nog kalmpjes in tevredenheid. Een soort lijdt niet. Een soort heeft geen zenuwstelsel. Daarbij weet de zeekoe dat soorten komen en gaan. Dat alles komt en gaat. De zeekoe denkt daar niet eens meer over na; hij heeft dat soort kleine menselijke angsten allang losgelaten.
Ja, de zeekoe te zijn. Te deinen in dat water - dat water van precies de juiste temperatuur - en dan te vergaan in de modder die op me wacht met open amen, met de kennis en liefde die alleen de eeuwigheid te bieden heeft.
—
Dagelijks een stukje. Deel ze als je wilt. Ik schreef een roman: Bidden en vallen. Die is te koop.
vandaag geen stukje
Ik was heel kwaad. Ben het nog steeds een beetje. Het stukje dat ik had was een bom en een bom moet je nooit te dichtbij gooien. Laten we het daar maar op houden. Morgen een stukje over de zeekoe. Ik zag er eentje op tv tijdens het mechanisch traplopen in de sportschool.
chillings
'Bij jou is weer het probleem dat je niet chillt,' zei gisteren mijn skateboardleraar (26, lang haar, muts). We oefenden de 50-50 grind, wat wil zeggen dat je, na een aanloopje, over een metalen buis glijdt op de trucks (wielophanging) van je board. Ik spande mijn benen te veel aan, wilde te graag. Dat is altijd mijn probleem, dan gaat het te stroef en lukt het niet. Altijd als ik aan kom rijden en die jongen staat klaar om me te helpen dan roept hij: 'Chillings, Henkie! Chillings!'
Gistermiddag was ook het kerstdiner op school. Ik moest lesgeven en was te laat in Eindhoven om erbij te kunnen zijn. Toen ik 's avonds aan het skateboarden was kreeg ik appjes van mijn ex. Hoe goed het was gelukt met de gehaktballen en de cupcakes, en hoe ongelofelijk onze zoons hadden genoten, hoe trots ze waren. Toen ik de appjes las werd ik meteen weer overvallen door melancholie en onrust. Dat er iets niet klopte. Dat ik erbij had moeten zijn. Enfin, het bekende reflex.
Maar toen dacht ik: Nee. Het is goed zo. Het is prima zo. Gewoon, zoals het is. Ik ben nu hier. Ik doe nu dit. Chillings. De 50-50 ging beter. Ik kreeg een high five.
Daarna naar de film met een vriend. Carol, de nieuwe van Todd Haynes. Na een kwartier liepen we de zaal uit. Te filmhuizerig, te aangezet, te obvious. Bovendien hadden we dingen te bespreken. We liepen door het donker van de zaal. Het eerste stuk liep ik nog voorovergebogen en gehaast, maar halverwege ging ik ontspannen en rechtop lopen. Chillings.
Na ons vijfde of zesde speciaalbiertje wilde ik er nog één. Mijn vriend ging naar huis. Ik fietste koortsig naar een ander café, om daar verder te drinken, maar dacht toen: Nee, chillings, dat is helemaal niet nodig.
Het leven is een 50-50. Fijn weekend.
---
Ik schreef een roman: Bidden en vallen. Ik heb Facebook en Twitter.
scooter/ linji yixuan
Toen ik en mijn jongens vanochtend de auto instapten had ik tientallen nieuwe meldingen op Twitter. Allemaal van boze Enzo Knol fans, aangaande tweets van mijn hand en het stukje van gisteren. Ik had daar inmiddels al een beetje spijt van gekregen, met name omdat ik vreesde dat mijn oudste er weet van zou krijgen, dat zijn vader Enzo Knol belachelijk had gemaakt. Het zou zijn hart breken.
Ik moest rechtsaf. Een vrouw op een scooter, die parallel aan me reed, reed rechtdoor. Ik had voorrang; zij had de haaientanden. Ze reed door, ik remde. Toen ze al voorbij was toeterde ik, waarop ze naar me omkeek, iets raars deed met haar stuur en onderuit schoof.
Ik bleef even staan wachten. Ze had niet heel hard gereden, en het schuiven ging best soepeltjes, dus volgens mij viel de val wel mee. Ze stond op en tilde de scooter overeind. Ik reed door naar school. De jongens, ruziënd op de achterbank, hadden het niet gezien.
Ik had voorrang, herhaalde ik steeds in gedachten. Ik zag haar huh?-wat?-blik bij het omkijken, vlak voor de val, en de sullige, gekwetste en ook eenzame uitdrukking bij het oprapen van haar scooter. Ik had voorrang, ik had voorrang.
Thuis struikelde ik over een ballon. Dat maakte me woedend. Ik liep ermee de keuken in en wilde erin prikken met een mes maar legde dat mes toen weg en gooide ook de ballon opzij. Ik had ineens totaal geen zin in die harde knal. Het minst van alles had ik zin in die harde knal.
Daarna dronk ik koffie. In mijn hoofd zei ik de tekst op van Walter Sobchak in The Big Lebowski, wanneer hij, na zich totaal te hebben misdragen in een cafetaria, weigert weg te gaan. 'I'm finishing my coffee. Enjoying my coffee.'
Ik denk nu aan een citaat van zenmeester Linji Yixuan:
The true practitioner of the Way completely transcends all things. Even if heaven and earth were to tumble down, I would have no misgivings. Even if all the Buddhas in the ten directions were to appear before me, I would not rejoice. Even if the three hells were to appear before me, I would have no fear. Why is this so? Because there is nothing to dislike.
---
Ik schrijf dagelijks deze stukjes en ik schreef de roman Bidden en vallen, die sinds een maand verkrijgbaar is.
knol
Mijn oudste is ineens fan van Enzo Knol. Laatstgenoemde is een populaire vlogger. Een vlogger plaatst video-blogs op Youtube. De populairste is Enzo Knol, een jongen van tweeëntwintig met een achterstevoren petje op. Hij deelt zijn leven met de kijker en hij laat ook zien hoe hij Minecraft speelt. Zijn vlogs worden honderdduizenden keren bekeken en naar verluidt strijkt hij er meer dan drie ton per jaar mee op.
Wat doet Enzo Knol zoal? Nou, een eitje bakken, en daar commentaar op geven. Of hij gaat boodschappen doen. Hij is de koning van de anti-climax. Ik ben opgeroeid met Rembo & Rembo en Jiskefet; als ik iemand in de camera zie kijken en bloedserieus hoor zeggen: 'Oké, we gaan effe boodschappen doen', dan verwacht ik iets grappigs, of onverwachts. Maar Enzo Knol gaat gewoon boodschappen doen. 'Mijn maat pakt effe een winkelwagentje,' zegt hij dan bijvoorbeeld. En weet je wat er dan gebeurt? Dan gaat zijn maat effe een winkelwagentje pakken.
Ik weet hoe ik klink. Als een cynische oude man die de jeugd niet meer snapt. In zekere zin klopt dat ook. Ik snap de aantrekkingskracht niet. Maar het is niet dat Enzo Knol humor heeft die ik niet begrijp. Hij heeft gewoon geen humor. Heeft geen fantasie, is ad rem noch gevat. Het is ook de leeftijd niet; toen ik tweeëntwintig was, was ik echt niet zo'n saaie dork.
Gisteravond werd mijn oudste weer dat scherm ingezogen. Enzo Knol stond tomatensoep te maken. Tomatensoep vond hij heel lekker, zei hij. En toen dat je verschillende soorten tomatensoep hebt. 'Chinese tomatensoep, bijvoorbeeld.' Hij was benieuwd naar welke soep zijn kijkers het lekkerst vonden. Dat konden de kijkers achterlaten bij de reacties onder het filmpje.
In één van mijn vroegste jeugdherinneringen zaten mijn ouders op de bank en ik voor hen op de vloer. Ik keek wekelijks De Grote Meneer Kaktus Show, een hysterisch kinderprogramma, en mijn ouders zaten het dan achter me af te kraken. Het verpestte het plezier, en ik schaamde me een beetje, denk ik, omdat ik het wél leuk vond.
'Hij is echt cool hè pap?' vroeg mijn zoon gisteren, in bed, voor het slapengaan. Ik slikte, knikte, kuchte. 'Zéker!... Nou, lekker slapen jij.'
---
Hier van ma t/m vr dagelijks een stukje. Eind oktober verscheen mijn roman, Bidden en vallen.
nominatie
Met Bidden en vallen ben ik genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Dit is de derde keer.
De eerste keer was met Smet. Het boek was nergens gerecenseerd. Toen de nominatie kwam begreep ik er niks van; ik had die roman allang opgegeven. Het was Carolina Trujillo die won dat jaar (2009?), met De terugkeer van Lupe García. Van te voren deed ze me een voorstel: als zij won dan kreeg ik de helft en als ik won dan kreeg zij de helft. Ik kende haar toen helaas nog niet goed genoeg om te weten dat ze het meende.
De tweede keer was met Salvador. Het was 2011. Jan van Mersbergen, die ook was genomineerd in het jaar waarin Carolina won, en nog een keer daarvoor, won met Naar de overkant van de nacht, zijn ontroerende roman over één dag en nacht vastelaovond (carnaval). Iedereen voelde dat aankomen. Hij zelf denk ik ook; hij stelde althans niet een dergelijke deal voor als die van Carolina. Ik zou ja hebben gezegd.
De andere twee genomineerden, nu, zijn Elfie Tromp met Underdog en Jamal Ouariachi met Een honger. Slechts drie genomineerden. Dat is weinig genoeg voor een dergelijke deal met z'n drieën. Ieder van ons gaat dan sowieso met vijfduizend euro naar huis. Maar Jamal zal dat wel niet doen; zijn roman werd bedolven onder de 5-sterren recensies. Die rekent zich al rijk. Voor Elfie kan ik niet spreken; haar boek is te kort uit en ik weet niet hoe goed het is.
En wat mij betreft? Zoals ik al zei: voor de derde keer genomineerd. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Ook nu weer ben ik nog steeds niet gerecenseerd. Maar ook al kan ik geen pagina van Bidden en vallen openslaan zonder te willen schrappen en toevoegen; ik denk dat het best een goed boek is geworden. Weet je, ik sla het aanbod af, mocht het me gedaan worden.
----
De uitreiking van de BNG Bank Nieuwe Literatuurprijs is op 21 januari.
bloed
Zaterdagavond zaten mijn jongste en ik in de pizzeria. Tegenover elkaar aan een hoge tafel. Tijdens het eten ging hij te ver naar voren zitten, schoof hij van het bankje af en stootte hij met de onderkant van zijn kin tegen de tafel. Hij schrok en huilde. Toen ik hem troostte vroeg hij: 'Is er bloed?' Hij vroeg het enigszins hoopvol, en toen ik zei dat er geen bloed was keek hij teleurgesteld.
De pijn verdiende bloed.
Daarna liepen we door de stad, hij en ik. (Zijn oudere broer was naar een wedstrijd van PSV.) We liepen langs de kerk waarachter ik als tiener coke heb zitten snuiven met een vriend die nog niet zo lang geleden zelfmoord heeft gepleegd. Langs het eetcafé waar ik voor het eerst de moeder van mijn kinderen kuste. Langs de straathoek waar de politie me van een andere man trok. We kwamen langs een kroeg waar ik nu wel eens kom. 'Nog wat drinken?' vroeg ik. Hij wilde eerst wel en toen niet. We stonden al in de deuropening. Binnen zaten groepjes jonge mensen. Ik zag één meisje naar me kijken. 'Kom,' zei mijn zoon, en we liepen door, en in de bus naar huis dacht ik aan mijn toekomst met dat meisje, die ik nu niet zou hebben.
Toen ik hem naar bed bracht gaf ik hem een zaklamp en liet ik hem oefenen met het recht leggen van zijn deken in het donker, zodat hij me voortaan niet meer iedere nacht wakker roept: 'Mijn deken ligt niet goed!' Hij oefende het. Het lukte. Meteen had ik spijt. Nu zou hij me 's nachts niet meer wakker roepen. Nu was die fase voorbij.
Ook ik vind dat je bloed zou moeten zien. Dat het zou moeten bloeden. Ik heb het nu niet over de grote gapende wonden. Niet over kanker of misbruik of oorlogstrauma's. Vaak zie je dat wel in de ogen. Ik heb het nu over de ontelbare kleine sneetjes. Het bloed dat stroomt uit al die kleine sneetjes.
---
Iedere dag hier een stukje. Deel ze, als je wilt. Ik schreef ook een roman: Bidden en vallen. Tot morgen.
the notorious
In de nacht van zaterdag op zondag vecht Conor McGregor in Las Vegas tegen Jose Aldo. Het moet één van de meest geanticipeerde partijen in de geschiedenis van mixed martial arts zijn.
Ik ben gefascineerd door McGregor. Een rossige Ier met een baard en een grote mond. Zo arrogant dat hij voorspelt hoe zijn partijen zullen verlopen; in welke ronde hij de ander zal uitschakelen en hoe. Krijgt daar nog vaak gelijk in ook. Hij draagt strakke pakken, rijdt in dure auto's. Tijdens interviews heeft hij bijna altijd kauwgom in zijn mond. Hij zegt nu dat Aldo - de huidige kampioen - neergaat in de eerste ronde.
Veel mensen moeten hem niet. Ze verachten zijn grote mond en hopen dat de stille, bescheiden en in zekere zin sympathiekere Aldo die zal snoeren. 'Ha!' zullen ze dan roepen. 'Dat krijg je ervan, met je grote waffel.' Ze zullen het interviewfragment waarin hij zijn voorspelling doet veelvuldig op Twitter en Facebook gooien, adding insult to injury.
Ik ben voor McGregor. Ik hou van de blik in zijn ogen wanneer hij zijn boude uitspraken doet. Zijn Ierse accent wanneer hij zegt: 'My mind is bullet proof.' Hoe hij kauwgom kauwt wanneer hij een journalist aanhoort. Nadat ik filmpjes van hem heb gekeken op Youtube sta ik iets rechter overeind, kijk ik iets brutaler uit mijn ogen.
Ja, ik ben voor McGregor. Logisch. Hij doet me denken aan de jonge Axl Rose. Dezelfde stalen bravoure. Dezelfde bloed-onder-nagels-vandaan-haal-uitspraken. En dat zelf ook wéten, dat je zo bent, dat je ermee wegkomt. In dit interview zie je Axl - op de piek van zijn kunnen en op het punt de wereld te veroveren - nogal laatdunkend over Iron Maiden praten. Dat vind ik heerlijk. Guns 'n Roses stelt allang niets meer voor terwijl Iron Maiden nog altijd stadions uitverkoop, maar dat doet er niet toe. Ik blijf voor Axl, en ik denk juist daarom. Hij was een vonk: snel uitgedoofd, maar op dat moment zó fel en schitterend.
Hoe makkelijk is het om straks, als McGregor een keer verliest - en dat is onvermijdelijk - naar hem te wijzen en zeggen: 'Je hebt ongelijk gekregen, blaaskaak.' Terwijl ik dát dus juist zo stoer vind: het nemen van dat risico, de veronachtzaming van die mogelijke vernedering. Een komeet die oogverblindend mooi langs de hemel raast. #TeamMcGegor
---
Iedere dag hier een stukje, en - zoals je ziet - niet iedere dag over melancholie, rondslingerende condooms of pedagogische flaters. In de stemming komen voor McGregor VS Aldo? Bekijk dan deze heerlijk spannende promofilm.
biertjes/ de tijd
Ik zeg de laatste tijd veel biertjes toe. Biertjes drinken. Ik zeg het toe aan goede vrienden maar ook aan kennissen of mensen die ik alleen digitaal ken. In de meeste gevallen is de intentie achter mijn toezegging oprecht, in sommige weet ik al dat ik er geen moeite voor zal doen. De toezeggingen stapelen zich op. Biertje, ja, biertje, zeker, ja, leuk, biertje.
Vaak is het de ander die het biertje voorstelt. Ik zeg dit niet om cool te doen. En jullie herkennen dit. Naarmate we ouder worden hebben we steeds minder tijd en steeds meer kennissen. Do the math. Mensen denken wellicht dat ik verlegen zit om een goed gesprek, om gezelschap. Dat snap ik uiteraard wel; ik schrijf over mijn scheiding en hartsymptomen. Soms heb ik ook het idee dat men het aanbiedt uit sociaal ongemak, om te laten blijken dat ze deugen, of gewoon om weg te kunnen komen; voorstellen om in de toekomst een biertje te doen is een effectieve afsluiter van een toevallige ontmoeting.
Ik weet het niet. Ik weet eigenlijk ook niet precies wat ik hiermee wil zeggen. Misschien dat ik best wel met meer mensen biertjes zou willen drinken. Dat ik het snap. Dat het waardevol zou kunnen zijn. Toch ga ik er zelden op in. En het is ook zo druk. Werk, kinderen. Allemaal clichés, dat weet ik. Maar soms voelt het ineens zo wezenlijk. Alsof je in een kar langs een hele rits mensen wordt gereden. Je probeert hun uitgestrekte hand te schudden, maar bent hen al voorbij. Je wilt ze aanspreken, maar bent hen al voorbij. Mensen, maar ook plaatsen en gebeurtenissen en ervaringen; die hele wereld die aan weerszijden ligt van de weg waarop jij voorbijraast.
Misschien heb ik het helemaal niet over mensen en biertjes; misschien heb ik het over iets heel anders. Ik denk ineens aan die titel van een boek van Bukowski: The days run away like wild horses over the hills. Misschien bedoel dat. Dat je eigen leven soms bij je vandaan lijkt te rennen.
---
Hier dagelijks zo’n stukje. Soms lukken ze, soms niet. Deel ze. Plak ze in je poesiealbum. Koop mijn boek.
niet vergeten
Ik was vergeten hoe leuk het is om mijn zoons naar school te brengen, of ze 's middags op te halen. Ik deed het gehaast, snel, alsof het iets was dat ik vooral snel achter de rug moest hebben. Ik was vergeten dat ik, toen mijn ex zwanger was van onze oudste, dagdroomde over een klein mannetje aan de hand, met een rugzakje om, wandelend naar het schoolgebouw. Hoe leuk en bijzonder me dat leek. Ik was vergeten hoe bijzonder het is, dat het een wonder is, dat ik in een mum van tijd met weemoed zal terugkijken naar deze tijd.
Ik was dat vergeten. Er was van alles overheen gewoekerd. Routine en kopzorgen maken een vruchtbare voedingsbodem voor onkruid. Soms moet je dat onkruid weghakken, als je tenminste de mazzel hebt om het euvel überhaupt in de gaten te hebben.
Gisteren haalde ik ze op. En ik zag het weer. Ik wist het weer. Hoe leuk en wonderlijk het is: op het schoolplein geduldig toekijken terwijl ze afspraakjes maken.
Uiteindelijk liep ik met vier kinderen naar huis. Toen we vlakbij mijn voordeur waren zag ik in gedachten ineens de twee gebruikte condooms in de hoek van mijn slaapkamer liggen. 'Wacht!' riep ik, en rende voor de kinderen uit de trap op. (Een flits van mokka-kleurige huid, een kronkelend lichaam, als een tijger.)
Toen ik beneden kwam hield ik de condooms achter mijn rug en liep ik achterwaarts de keuken in, waar ik ze in de vuilnisbak gooide. De kinderen hadden niks in de gaten.
'We gaan op papa's slaapkamer spelen,' zei mijn oudste.
'Prima,' zei ik.
Alles onder controle. Niks aan de hand. Gewoon niet meer vergeten.
---
Dagelijks een stukje. Voor u. Voor mij. Deel ze gerust. Koop mijn roman Bidden en vallen als u méér wilt.