https://www.heavenmagazine.nl/actueel/are-you-ready-for-the-country
‘Are you ready for the country?’ zong Neil Young al in 1972. Bij de intimiderende boerenprotesten van de Farmers Defence Force heeft deze so

blake kathryn

shark vs the universe
$LAYYYTER
One Nice Bug Per Day

Janaina Medeiros
Monterey Bay Aquarium
i don't do bad sauce passes
AnasAbdin
hello vonnie

Product Placement
wallacepolsom
Alisa U Zemlji Chuda
Keni
Not today Justin
art blog(derogatory)
Peter Solarz
KIROKAZE

Kaledo Art
Cosmic Funnies

Origami Around
seen from Sweden
seen from China
seen from Türkiye

seen from United States

seen from Türkiye
seen from Germany

seen from Slovakia

seen from United States
seen from Sweden

seen from United Kingdom

seen from Sweden

seen from France
seen from United Kingdom
seen from Mexico
seen from United Kingdom
seen from Germany
seen from United States
seen from United States

seen from Türkiye

seen from T1
@nes-albert
https://www.heavenmagazine.nl/actueel/are-you-ready-for-the-country
‘Are you ready for the country?’ zong Neil Young al in 1972. Bij de intimiderende boerenprotesten van de Farmers Defence Force heeft deze so
Meer over “Hemel & Aarde” (Nes, 2017)
Nadat Nes het debuut “Verhalen van de Dijk” had afgeleverd kwam de band in een lastige fase terecht. Een fase waarin de euforische golven van de hoop stuksloegen op de harde rotsen van de realiteit. Tuurlijk er waren succesjes, maar ook best tegenvallers en misschien nog moeilijker; een hoop onverschilligheid. De wereld was gewoon doorgegaan met haar dingen. Men keek nauwelijks op of om bij het aanschouwen van het voor ons best bijzondere project. Een soort barensnood had ons gedreven naar het ter wereld brengen van ons kunstwerk(-je). Maar die was van ons en van niemand anders, zo begrepen we op een gegeven moment. Het was daarmee nog geen vanzefsprekendheid dat er een opvolger zou komen. Dat die er kwam had met een aantal toevalligheden te maken.
De belangrijkste daarvan is Rowan, ex-bassist van de door mij zeer bewonderde The Don’t Touch My Croque-Monsieurs (TDTMCM). Ik was reeds fan geworden op basis van hun met eigengereide, maar ook zeer catchy ‘Nederhoppunk’ gevulde album ‘Beste. Stuurlui. Ooit’. Het zag er voor de mannen goed uit; goede recensies, diverse optredens waaronder bij DWDD en Giel. Desondanks kreeg het album niet de status die het toekwam, namelijk een monumenten-status in het canon van de Nederlandse popmuziek. Maar dat canon bestaat ook niet echt (althans de poging daartoe uit 2008, waarin zowel Frank Boeijen als The Scene/ Thé Lau ontbreken kan ik niet serieus nemen). Dat het een eigen beheer release betrof hielp ook niet mee. Niet lang na het uitkomen ervan vernam ik dat bassist Rowan de band had verlaten. Ik vatte het vermetele plan op om contact te leggen via een sociaal medium (dat laatste klinkt raar hé). Van het één kwam het ander en voor we het wisten zat Rowan aan tafel bij onze tante Maria in Utrecht - de plek die wij regelmatig als oefenlocatie gebruiken: het voordeel van een folkband; je kunt gewoon overal op zolder oefenen – voor onze eerste oefensessie als trio. Ik had wel nagedacht over de mogelijke gevolgen van een totaal vreemde, derde pilaar in ons muzikale bouwwerk. Het ging er bij ons, van oorsprong rurale broederduo altijd behoorlijk harmonieus aan toe. Wat gebeurt er als je er zo’n stadse en waarschijnlijk recalcitrante punker bij zet? Ik was al geheel voorbereid op heftige confrontaties “for the sake of art” waarbij we diverse 'darlings' moesten 'killen', waaronder de goede sfeer. Maar Rowan bleek een voorkomend type te zijn, hetgeen mogelijk samenhangt met zijn Engelse roots, zodat hij als derde bandlid naadloos invoegde. Nadat ik over mijn aanvankelijk wat remmende eerbied heen was (nu ja; de remmingen verdwenen, mijn eerbied bleef), werd de sfeer in de band alleen maar beter en evolueerde de muziek onmiskenbaar, maar werd Nes niet radicaal op zijn kop gezet. Zo was Rowan van mening dat Nes energieker was (of kon zijn) dan op het debuut was vastgelegd. Als dat zo is, is dat mogelijk(/deels) self-fulfilling prophecy, maar daarover later meer.
Uit dit nieuwe, genoeglijke samenzijn ontstond al snel de wens om de 'vruchten' die eruit voortvloeiden vast te gaan leggen. Er werd op 18 december 2015 een opnamesessie gepland in Studio Americain met producer Remko Schouten, die ook TDTMCM had gedaan. Opnemen is best spannend dus duurde het even voordat we de schroom van ons af hadden geschud. Maar Remko bleek een prima coach en was aandachtig naar onze wensen. Zo wilden we graag de liedjes zoveel mogelijk live in één keer "op de band knallen" om zo de interactieve spontaniteit het best te vatten. Aan het eind van de dag stonden er drie liedjes op tape (eigenlijk op een harde schijf, maar dat klinkt zo weinig prozaïsch). We hadden nog lang geen album, maar waren tevreden over de oogst. Enige weken later namen we bij Rowan's moeder wat filmmateriaal op, zodat we deze nummers op You Tube konden zetten. Indachtig het budget ging dat wat provisorisch, met de GoPro van mijn zoon Nick en een eenvoudig fototoestel annex camera - die ik ook nog op medium quality moest zetten want de schijf was bijna vol, hetgeen bijdroeg aan een zeker "technicolor-effect". Nick hielp bij het in elkaar zetten van de clips, want dit vergt - zelfs in low budgetuitvoering - nog wel enige technische vaardigheid.
Wat was de oogst? Al sinds 'Brandend zand' vinden Nederlanders het fijn om zich "mensen van de wereld" te tonen. In die traditie wilden wij ook graag ons Mediterrane liefdeslied 'Maneschijn' uitbrengen. Al dachten wij net zozeer aan Buffalo Springfield als aan Anneke Grönloh. Opgezweept door Rowan's basspel ("de volgende opname moet goed zijn want mijn vingers worden moe") klokten we het nummer 40 seconden korter dan dat we het eerder als duo nog eens live hadden vastgelegd - zie daar de self-fulfilling prophecy van Rowan. Het opvolgende liefdeslied "Liefde is als wijn" had ik nog eens tijdens ons huwelijk voor mijn bruid gespeeld, maar mocht nu aan een ieder worden geopenbaard. Het is bijzonder hoe er in het zicht van de opnamemicrofoon nog kleine arrangement-aanpassinkjes tot stand komen zoals het Scene-achtige intro en ons woordeloze-koortjes-intermezzo. Er sneuvelt trouwens ook nog wel eens een in- of outrootje. Mijn gitaartokkel hier is lichtjes beïnvloed door Gene Clark. Ik mag mijzelf graag aanpraten dat we de voor hem kenmerkende combinatie van warmte en donkerte in sfeer ook op dit album hebben gevat. Onze ode aan de volgende generatie "Klein kindje lief" hebben we voor beeldmateriaal themagewijs voorzien van tekeningen van onze kinderen. Leidt het bezingen van huiselijk geluk niet per definitie tot gezapige muziek? Poco bewijst van niet. Nes hopelijk ook. De banjo van Arjan maakt dit tot de meest folky opname van onze eerste sessie.
Er ging nog ruim een jaar overheen voordat we tot onze volgende opnamesessie, op 7 april 2017 welteverstaan, kwamen die ons album zou moeten completeren. De lat lag nu wel wat hoger; 7 liedjes om op een totaal van 10 uit te komen. De opener "Dat maakt niets uit" mag misschien een beetje als Bluegrass voor dummies klinken, de Beatlesque brug en de sophisticated solo maken (hopelijk) veel goed. Het aftellen vooraf hebben we laten staan als groet aan The Ramones. Uiteindelijk doen genres er minder toe dan de vraag: “is de muziek belangwekkend?” Het lied is zowel een ode aan de diversiteit als aan de onbaatzuchtige vriendschap in al haar vormen. Daarbij is zeker gedacht aan onze begaafde vriend Maarten, met wie ik rammelende blues speelde in de schuur en die mij hielp met mijn laatste exacte struikelblok voor mijn studie Milieukunde, zodat ik mijn diploma in ontvangst kon nemen. Voor het aanbreken van het nieuwe millennium stapte hij uit het leven.
Het verwerken van historische feiten tot liedjes mag, hoewel wij dat van The Brandos hebben afgekeken, wel een beetje als onze specialieit worden beschouwd. Of waarschijnlijker: andere acts vinden het verklanken van oude verhalen gewoon niet zo sexy (meer; de 70s liggen al lang achter ons). De titelsong "Hemel & Aarde" bezingt het verhaal van de ondergang van de veerboot de ‘Berlin’ en meer specifiek het noodlot dat de 5 jarige Gus Hirsch hierop trof, zoals dat in Andere Tijden werd verteld. Dit nadat eerdere pogingen om iets te schrijven over het verlies van een aantal personen in mijn omgeving niet echt van de grond kwamen. Het werd allemaal zo zwaar op de hand! - soms vertel je je eigen verhaal het beste aan de hand van dat van een ander. De overdrachtelijke opener van de tweede plaatkant (met wederom enige Bluegrass-invloeden) betreft eveneens een op historische feiten gebaseerd verhaal over de weinig te benijden pioniers van de Haarlemmermeer onder de naam “Boeren met lange haren”. Het Haarlems Dagblad wijdde hier een gedegen artikel aan nadat wij het nummer bij de opening van een expositie in het Haarlemmermeermuseum ten gehore hadden gebracht. Daarna volgt het (bijna-) liefdeslied "Niet met mij", die wij reeds lang op ons reportoire hadden staan en altijd met veel plezier live speelden. Ons laatste historisch geïnspireerde nummer betreft "Drie Durgerdammer vissers" waar ik (en niet zoals gebruikelijk Arjan) voor de verandering eens banjo speel. Ik was van plan hierin een stukje te rappen, maar na beraad besloten we dat ‘spoken word’ toch passender was. "In het donkerst van de nacht" is mijn verkenning van 'de bardo' (en niet 'het bardot' zoals abuisievelijk op de hoes wordt vermeld - een onbewuste parafrasering, maar ik ben dan ook geen boedhist) in de hoop om daar mijn/onze op 57-jarige leeftijd gestorven vader tegen te komen. De geest van onze vader waart ook rond op de (bluesy) afsluiter 'een schittering'. Het is tevens het meest geëngageerde lied op het album. Als je met mogelijkheden op deze wereld bent gezet, moet je ook wat(/meer) doen om deze leefbaar te houden. Engagement in popmuziek is lastig. Het is snel gratuit als je zoals in "Mijnheer de president" het kwaad buiten jezelf stelt. Of je prijst de verkeerde personen of bewegingen aan die zich later autoritair en mogelijk gewelddadig ontpoppen. Mijn ultieme voorbeeld van hoe dat wel kan is wederom Buffalo Springfield. Ook belangrijk in een popsong is de pretentie: “A change is gonna come” en ‘Cupid’ van Sam Cooke vind ik allebei goede liedjes, alleen is de pretentie van de eerste heel anders dan die van de laatste. Wat ze beide goed maakt is dat beide liedjes in hun uitvoering goed tegemoet komen aan hun pretentie. In die zin zijn de laatste 2 nummers van het album lastiger om goed neer te zetten dan bijvoorbeeld “Niet met mij”, maar ik vertrouw erop dat wij ons er niet aan vertild hebben.
Zo was onze opzet om de opnamen voor het album in een tweede opnamedag af te ronden geheel geslaagd. Bij het mixen heeft Remko Schouten de instrumenten hier en daar een passende bewerking gegeven hetgeen de diversiteit in het klankbeeld ten goede komt. Enigszins beproefd waren we al door onze ervaringen rondom ons debuut, waarmee onze hoop en verwachtingen voor de verdere release wel wat waren getemperd. Excelsior wilde ons album niet uitbrengen. Derhalve kwam het album in augustus 2017 op eigen label (Dijkwerk) uit, onder distributie van Mediadub. Lin Jian had ons voorzien van mooi fotomateriaal zodat wij het artwork konden verzorgen. Voor de hoesfoto was ik op zoek naar een object dat nostalgie uitstraalde. Je kunt dan een old timer opzoeken, maar ja; die vervuilen nogal. We vonden dit object in het lichtbaken van de haven van IJmuiden. Het zwaait de uitvarende schepen uit en begroet de aankomende schepen en zorgt op deze ambigue wijze voor de juiste sfeerzetting voor het album. Een album die minder conceptueel is dan de voorganger, maar zoals mijn favoriete albums wel een doorlopende rode draad kent. Een album die logischerwijze voortbouwt op de voorganger. We hadden onze Westfriese geboortegrond verlaten en gezinnen en carrières opgebouwd. Maar waar zijn we nou precies uitgekomen, hoe kwamen we daar en wat zijn we onderweg verloren? Onze vrienden van Popmagazine Heaven schreven een fijne recensie. De progressie die zij waarnamen mocht er niet voor zorgen dat grote media als de Volkskrant of OOR ons album recenseerden. We drongen in die zin - om met Arnon Grunberg te spreken - niet door tot 'de cultuurindustrie'. Maar onze vader en Maarten slaan het in gedachten met goedkeuring gade. We hebben wel iets neergezet!
Notities over het tot stand komen van "Verhalen van de Dijk" (Nes, 2014)
Hoewel sommige van de liedjes die later op ons tweede album “Hemel & aarde” terecht zouden komen al klaar waren toen wij nog bezig waren om ons debuutalbum “Verhalen van de dijk” op te nemen, kozen we er bewust voor om deze nog even terzijde te leggen. Niet omdat we ze op dat moment niet goed genoeg vonden. Integendeel; het getuigde zelfs wel van enige durf om dit te doen. Er was geen enkele garantie dat het immers niet bij dit eerste (en dan enige) album zou blijven. Als dat het geval was geweest hadden we bewust een aantal van onze beste liedjes onuitgebracht gelaten. Maar het richtsnoer die we bij ons eerste album volgden was vooral dat het iets met West-Friesland of iets met onze jeugd van doen moest hebben en het liefst met allebei. Westfriezen hebben het niet zo op - terechte of onterechte - pretenties dus wij verwachtten niet direct een juichend onthaal van ons ‘eerbetoon’. Chauvinisme was niet direct onze insteek, maar - eerlijk is eerlijk - het NHD nam ons een fijn interview af toen ons werk eenmaal was uitgebracht. Bovenal was het een bijzonder voorrecht dat mijn broer Arjan en ik de kans kregen (en grepen) om onze muzikale ideeën de ultieme uitwerking te geven en als zodanig vast te leggen. Wij zijn beide geen virtuozen, maar we hebben complementaire artistieke visies en vaardigheden (vermoeden wij) en wij proberen dan ook om in onze partijen verschillende kleuren en accenten aan te brengen. In de opeenvolging van de liedjes moest naast een niet te nadrukkelijke rode draad ook voldoende afwisseling in ritme en/of sfeer te ervaren zijn. Een bijzondere sleutelrol bij de totstandkoming was weggelegd voor onze jeugdvriend Erik Laan. Hij bood ons zijn thuisstudio en productionele begeleiding aan, waarmee ons droomproject een aanvang nam. We maakten het af met Guy Roelofs in zijn Fuaime studio - maar feit blijft dat we er zonder Erik hoogstwaarschijnlijk nooit aan waren begonnen.
Het ontvouwen van een droom die ik eigenlijk al niet meer voor mogelijk had gehouden en hetgeen als het ware ‘stiekum’ naast ons gezinsleven en werk plaatsvond bracht een tijdlang een euforisch gevoel teweeg. Alsof we aan een gewoon bestaan als ‘loonslaaf’ waren ontsnapt (zonder dat we ooit serieuze verdiensten van dit project hadden verwacht). Het album leek zichzelf soms wel te schrijven. Wij moesten het lied Roderstijd wel opnemen. Het nummer dat ons liet kennen als de plattelandsjongens die we zijn, met mijn vader achter de holder. Best idyllisch allemaal. De mens in zijn beste vorm leeft niet in de stad, maar op het platteland. Maar omdat geen idylle blijft bestaan en omdat wij ook daadwerkelijk uit ons Arcadië verdreven werden, eerst met de ondergang van het bedrijf van mijn vader en later met zijn overlijden moesten we het lied 'Cor de Bouwer' - die precies dat verklankt - wel toevoegen. Dit zou Roderstijd ‘beroven’ van haar nostalgische escapisme. En dan hadden we het nog niet eens over de stikstofcrisis. De ontheemding van de Westfriezen – verdreven van hun vroegere familieboerderijen, een verhaal dat veel minder particulier is dan wij destijds vermoedden - werd compleet in de crimesong “Op de vlucht”, waarin de Stadse narigheid definitief had postgevat op het Westffriese platteland. Maar de dolende ziel (van onder andere onze jeugdvriend Maarten, die zelf uit het leven stapte) vindt hopelijk rust op de kabbelende golven van (het instrumentale) “(Op) De Groote Vliet”. Net zoals het water van “(Over) De Rekere” het vergoten bloed van de Westfriese middeleeuwse strijders van Vronen moest wegspoelen. De gebeurtenis die de Westfriezen het liefst geheel zouden vergeten, maar die zich nooit helemaal laat wegdrukken en die wellicht als een stil trauma nog ergens in ons DNA vastligt, zoals het begeleidende essay opwerpt. Dat de Westfriezen, die naast hun eigengereide verzet tegen de Graven van Holland tevens middels een soort ‘boerenzelfbestuur’ vorm gaven aan ons eerste deltawerk (De Westfriese omringdijk) er in onze geschiedschrijving bekaaid vanaf komen was een zeker Leitmotiv in ons project. Op het album wordt dit vooraf gegaan door de beginselverklaringen ‘Thuis’ (waarom dit project?) en “Hollands Noorderkwartier” (en waar komen wij uiteindelijk vandaan?). Het tweeluikje “Jongens van Bontekoe/ Meissie van Enkhuizen” (met als thema de Gouden eeuw), (de eenzame Zouaaf in) ‘Die avond’ en ‘Schijnbeweging’ (welke losjes gebaseerd is op de emigratiegolf in de jaren vijftig) overbruggen als het ware de tijd die onze jeugd scheidt van de Westfriese boerenstrijders van Vronen. 'Jongens van ...' gaf overigens een flinke slinger aan het project. Ik vond namelijk niet dat ik als vijftiger het "Wij zijn de jongens van Bontekoe" kon vastleggen. Dit project moest voor het zover was worden afgerond. Afsluiter “De ziel van de dijk” resumeert dit allemaal nog eventjes rustigjes, waarbij onze duale relatie met het water/de zee ook wordt aangestipt. De mens heeft al zo lang haar dromen weerspiegeld gezien in de zee. Iedere nieuwe situatie met al haar ‘uitdagingen’ brengt ook weer nieuwe perspectieven tot leven. Het album wordt niet zonder hoop afgesloten.
“Verhalen van de dijk” was nooit exclusief voor de Westfriezen bedoeld. Wij vonden deze verhalen bijzonder genoeg om ze aan ieder die het horen wilde te laten horen. Net als dat Sufjan Stevens zijn ’Illinoise’ niet exclusief aan de bewoners van deze staat had geattendeerd. Desondanks lukte het nauwelijks om er in de landelijke media ruchtbaarheid aan te geven. Wel schreef popmagazine Heaven een sympathieke recensie. De “kritische noot” erin duid ik vooral positief. Als jaren zeventig bands als Fungus en Wolverlei - ‘geitenwollensokken’ of niet - ons referentiekader zijn; prima! We hebben het ervoor gedaan.
Dutch folk rock band; some of ours and some of our favourites, www.nes.co.nl
Alle 7 goed!
Nes live in Eenigenburg
Playing in the 70s
(via https://www.youtube.com/watch?v=-u1RltAJsMc)
Dit is het verhaal van Nes.
David Bowie; kunstenaarschap als roeping
"Mijn fanschap eindigde (voorlopig) in 1983 met Bowie’s optreden in de Kuip..." Maar dat is natuurlijk (/gelukkig) niet het gehele verhaal (al zijn de andere Nes-leden helemaal geen Bowie fan). Lees het verhaal verder op: https://medium.com/@nes.cooperatie/david-bowie-kunstenaarschap-als-roeping-2f638ec1724f
Talkin' 'bout my generation (X)
Een tijdje terug schreef ik naar aanleiding van de Anil Ramdas essayprijsvraag een essay over mijn generatie en over die anderen waar wij tussen staan. Het betreft de generatie X die haar beslissende vormingsjaren vooral in de jaren tachtig beleefde. Ik won de prijs niet, maar wellicht vinden jullie hem even goed interessant en/of herkennen jullie er iets in.