De chocoladesmoothie en twee andere dingen die ik leerde
Het meest toeristische straatje in heel Nicaragua vind je achter de kerk bij Parque Central in Granada. Hier bestellen we een smoothie. Joss een groene en ik een chocolade. Niet helemaal mijn idee, want een andere westerling zat lekker te slurpen aan zijn bruine drankje. Kopieergedrag, zal ik maar zeggen.
De smoothie werd vergezeld met een vegetarische hamburger. Ik let graag op wat ik eet op reis. Je kunt zo een fout stuk vlees treffen. 'Wil je ook een slokje proeven?' We wisselen een paar slokjes smoothie uit. Die van mij is eigenlijk niet heel lekker. Maar goed.
We aten ons bord leeg en liepen langs vuurwerkkraampjes naar het vulkanische meer in Granada en vonden het daar een beetje raar leeg. Het stonk er ook. Joss wilde terug naar ons hotel, om op bed te gaan liggen. Ze voelde zich misselijk. Even een dutje zou haar goed doen.
Zo kon ik op mijn luie stoel in de tuin verder in De Nix, een boek die ik met een grote glimlach verslind. Daarna zouden we nog een rondje door het kleurige Granada lopen en een leuke plek zoeken om te eten. De uiteindelijke keuze: tapas. Een goed tentje op een paar honderd meter van ons hotel.
We bestelden samosa, hummus en 'drunken gnocchi'. Jawel, in Nicaragua! 'Zullen we die pudding bread die die oude dame hiernaast zit te verorberen nog nemen? Met vanille ijs?' We besloten van niet.
Een wifimomentje. Mijn smartphone duizelt voor mijn ogen. Er is iets aan de hand. Joss wil Set spelen. Ik ben niet in voor een spelletje.
Er is iets. We lopen terug en ik voel mij misselijk. We betalen het hotel, want de volgende dag willen we half zes op om de eerste chickenbus naar Rivas te Nemen. Om vervolgens de pond te nemen naar vulkaaneiland Ometepe.
Ik lig op bed. De ventilator boven mij aan het plafond draait en draait. Het lijkt wel of ik dronken ben. Joss zet hem uit. Het duurt mij te lang totdat dat kloteding is uitgedraaid. Het licht flitst onprettig in mijn ogen, die ik daarom maar afdek met mijn arm.
De rotjes die ze al vanaf eind november afsteken knallen extra in mijn hoofd. Te veel prikkels.
Slapen zal ons goed doen. Joss slaapt ondertussen, ik niet. Vlak voor onze kamer is de eigenaresse van het hotel via Google Translate in gesprek met een Canadese toeriste. Waar het veilig is in Nicaragua en waar niet. Het stopt niet. De stem van de Google Translate dame blijft op haar vlakke toon in mijn hoofd bonken. Dan weer in het Engels, dan weer in het Spaans. De ventilator was er niets bij.
Dan trekt al het bloed uit mijn vingertoppen, benen, armen en hoofd. Ik moet overgeven.
Joss springt op om mij te helpen. Daarna neem ik een douche en ga terug in bed. Ik voel mij beter.
Nadat Joss de vertaaldames vriendelijk, doch dringend heeft gevraagd stil te zijn omdat het al 22.38 was, val ik in slaap.
Plotseling voel ik mij weer heel slecht. Terwijl Joss ligt te slapen ren ik naar het toilet. Ik sta erboven en leun tegen de muur, ik wordt bevangen door klam zweet, van top tot teen bevat mijn lichaam een dun laagje vocht.
Ik raak weg. Boem! Ik val.
Zo te voelen ben ik met mijn hoofd tegen de blauwe muur aangevallen. Gelukkig heb ik de wastafel niet geraakt. Met mijn kaak ofzo. Of met mijn slaap.
Josselien springt uit bed. Ik kom bij. 'Ik ben gevallen en ik denk dat nog iets gaat komen', zeg ik versuft.
Ik val flauw met mijn ogen wijd open. Ze schijnen uit mijn hoofd te puilen. Ik zie niets en ik hoor niets.
'Stéphan, Stéphan!', Joss gebruikt alleen mijn volledige naam als er iets aan de hand is. Blijkbaar is er iets aan de hand.
Ik kom weer bij. Op nog geen twintig centimeter voor mij verschijnt Joss haar gezicht. Ik glimlach. Joss!
Tegelijkertijd kijken we naar iets op de grond. Een schorpioen. Joss vangt hem.
Joss helpt mij erboven op. Vanaf de wc herhaal ik een mantra: 'Ik ben er nog, ik ben er nog. ' Mijn lichaam is zo verzwakt dat dit mantra voelt als een minuut voluit boksen. Ik bedenk dat ik het beter in kan korten, om energie te besparen. 'IBEN, IBEN. '. Maar dat slaat nergens op. Ik laat die gedachten varen.
Joss sleurt aan mij, maakt schoon, trekt door, zet mij onder de douche en vertelt mij stap voor stap wat ik doen moet.
De laatste ronde voel ik van ver aankomen. Ik waarschuw Joss en ze begeleid me in alles wat ik moet doen. Badend in het zweet verlies ik via mijn mond al het vocht dat ik nog in mijn lichaam had. Ik ben een vulkaan. Ongetwijfeld is nu iedere gast in dit gehorige hotel wakker. Zonder dat ik wil brullen mijn stembanden mee.
Joss ligt de rest van de nacht wakker. Iedere beweging of afwijkende ademhaling van mij registreert ze.
De volgende ochtend stappen we later dan gepland op de chicken bus. Zwaar verzwakt. De Ferry vangt daarna vele golven. De horizon is nooit recht. Mensen zitten met plastic zakjes klaar, maar gelukkig wordt niemand ziek. Ik ook niet.
Drie dingen heb ik vannacht geleerd. Ik pas voortaan op met smoothies, backpacken zal ik nooit alleen durven en van Joss ga ik glimlachen.