Sinds mijn puberteit ben ik regelmatig bezig met het stellen van levensvragen. Eerst had ik een pessimistische houding tegenover deze vragen. Het leven heeft geen betekenis, we worden geboren en we gaan dood. Punt. Later ben ik meer gaan genieten van de dingen die ik leuk vond, zoals schrijven en collages maken in mijn notitieboekjes.
In mijn propedeuse, op St. Joost School of Art & Design, kwam ik in aanraking met allerlei nieuwe visies. Ik had veel bewondering voor andermans perspectieven en werk, maar kon mijn eigen draai eigenlijk niet vinden. Veel dingen vind ik interessant, maar hoort het dan bij mij?
Zo besloot ik om meer vanuit mijn perspectief naar de wereld te kijken: wat zijn mijn ervaringen? Begrippen, zoals familie, identiteit, afkomst en geschiedenis, kwamen boven water. Eindelijk had ik het gevoel ergens grip op te hebben.
Toch bleek dat gevoel af te zwakken in het tweede jaar. Ik had een poging gedaan om me verbonden te voelen met mijn roots, maar ik kon me er niet mee identificeren. Er is veel ongelijkheid in de wereld en dat zorgt er denk ik voor dat we gaan verlangen naar iets om ons aan vast te houden. Veel mensen erkennen dat ze ongelijkheid of onrecht hebben gekend, maar we kunnen ons daar gauw mee identificeren. In een slachtofferrol belanden gebeurt dan ook wel eens. Ik zie het om me heen gebeuren en dat wens ik niet voor mezelf. Dit is natuurlijk mijn perspectief op de wereld om me heen. Ieder zijn eigen pad.
“You identify yourself with something in search of security, in search of safety, in search of self-preservation... It gives you some false sense of belonging, which you will anyway shed some day.” - Sadhguru