Soms, heel soms, gaat een gesprek niet zoals je zou willen. Haperend wat informatie en beleefdheden uitwisselen, meer is het dan niet. Het gebeurt me niet vaak. Ik kan redelijk kletsen. Ook voor twee. Mitch heeft ook geen moeite een gesprek wat langer aan de gang kan houden dan, strikt gezien, noodzakelijk is. Het is hier dus niet vaak stil op kantoor. Soort zoekt soort wordt wel eens gezegd. We komen vaak in contact met gelijkgestemden. Geouwehoer is het resultaat.
Gister had ik zo’n net-niet gesprek. Het was eigenlijk meer een helemaal niet gesprek. Een collega makelaar wilde met haar klant een huisje bezichtigen. Toen ik aankwam was zij er wel, maar de klant nog niet. Geen probleem. ‘Dan wachten we toch even?’ Ik leidde haar, in afwachting van de klant, alvast even rond. Omdat het een klein huisje is, duurde dat niet lang. We eindigden de ronde in de woonkamer en daar begon het:
‘Dus, jullie werken met z’n tweeën ook? ‘
‘Hebben jullie het druk?’
Ken je dat? Dat je TV zit te kijken en je bij iets ongemakkelijks de neiging hebt om weg te zappen? Nou zoiets maar dan erger. En ik kon deze collega natuurlijk niet weg zappen. Quasi nonchalant pakte ik mijn Blackberry om net te doen alsof ik een heel belangrijke mail had gekregen. Turend naar het beeldscherm zocht ik naar een gespreksonderwerp. Ik probeerde het maar nog een keer:
‘Is je klant er al bijna denk je?’
De klant in kwestie, een meneer uit Taiwan, bleek een aantal haltes te vroeg uit de tram te zijn gestapt. Daarop was hij maar gaan lopen. De wandeling duurde, helaas, ruim 25 minuten. 25 hele lange minuten. Zulke lange minuten had ik nog nooit meegemaakt. En als mijn collega nou zelf ook gewoon haar smartphone erbij had gepakt, dan hadden we allebei wat voor onszelf kunnen doen. In plaats daarvan bleef ze me maar verwachtingsvol aankijken met blik van: nou jongen, vertel eens wat leuks. Onder druk presteer ik blijkbaar het slechtst want, voor ik het wist, begon ik over (ja hoor!) het weer:
‘Koud he? Met al die sneeuw en zo.’
‘Best gevaarlijk zo fietsen ook he?’
Ik was bijna in staat om een lied te gaan zingen. Een lied over het land waar de tijd stilstaat. Of een lied over de stilte wellicht. Alles om de boel maar op gang te krijgen. Net op dat moment kwam de klant binnen. Hij was heel erg sorry dat-ie te laat was. Mij maakte het allang niet meer uit. Hij praatte namelijk honderduit. Een spraakwaterval leste mijn dorst. Het wonderlijke was, dat mijn collega opeens Brugman heette. Ze leidde haar klant rond en vertelde meer over de woning dan ik ooit zelf zou hebben gekund. Best knap, aangezien wij hem verhuren. Met stomheid geslagen door deze metamorfose, hobbelde ik er maar een beetje achteraan. Ik wilde haar niet storen want ze zou zomaar weer kunnen dichtklappen.
Nadat ik ze vriendelijk had uitgelaten spoedde ik me weer naar kantoor. Ik wist dat daar mensen zouden zijn die dingen tegen me gingen zeggen. Zomaar. Onderweg praatte ik hardop tegen mezelf. Gewoon, omdat ik dan zeker wist dat er iemand terug zou praten. Nog meer ongemakkelijke stilte zou pijn doen aan mijn oren.
Sjoerd Kok,
Cocq Makelaars