Een nachtmerrie deel 1
28 december 2022 Mijn man en ik staan in onze woonkamer. Een half uurtje daarvoor is hij naar de supermarkt geweest. Bij terugkomst stond de buurman van nummer 13 aan de deur. Twee dagen daarvoor is hun busje in brand gestoken. Mijn man heeft die nacht de brand ontdekt en hierdoor heftiger weten te voorkomen. De woningbouw stichting reageerde er maar laks op. ‘Dan moet je maar beter op je spullen letten’. De buurman was daar natuurlijk niet heel erg tevreden mee. En kwam mijn man dit vertellen en hem even bedanken. Hun busje kon gelukkig hersteld worden.
20:00 Mijn man en ik hebben het over de voorvallen van de afgelopen tijd. Ongelofelijk hoe de woningbouw hierop reageert. De laatste weken slapen wij amper. Bram durft niet meer alleen te slapen en wilt elke nacht bij ons liggen. De avond daarvoor is er weer een poging tot brandstichting geweest en een uur later is een auto in de straat achter het pand bekogeld met stenen en vuurwerk. Al dagen hingen er weer vreemde types rond in de parkeergarage onder ons pand. Mijn man liep ’s nachts maar rondjes door en rondom het pand. Omdat in de nacht dat het busje van onze buren in brand werd gestoken er een zwerver zich weer toegang tot het pand had verschaft. De meldkamer vroeg aan mijn man of dat hij kon controleren of dat alle deuren gesloten waren in het appartementencomplex. Tijdens zijn ronde ontdekte hij de brand. In no time werd het pand toen ontruimt omdat er al snel rook in de woningen naar binnen trok. Dit liep gelukkig met een sisser af. Binnen een uur mochten we weer terug onze woning in.
20:10 We hoorde een harde knal en alles stond te trillen in onze woning. Mijn man zuchtte en wilde weer gaan kijken. Wacht! Ik loop meteen mee dan kan ik meteen de meldkamer bellen als het weer nodig is. We liepen de trap af. Niks te zien. Even controleren bij mijn man zijn auto die naast de vernielde auto van die week stond. Niks aan de hand.
20:13 We lopen terug en zien rook uit de parkeergarage komen. Mijn man rent er heen en begint te gillen dat ik de brandweer moet bellen. Hij rent naar binnen om een brandblusser te pakken die hij wist te staan in de parkeergarage. Echter begreep de meldkamer maar niet dat het om de parkeer garage aan de Architect Peutzweg in Breda ging. Ik bleef het maar herhalen. Uiteindelijk maar schreeuwen. De rook en het vuur werd heftiger ik zag mijn man niet meer en begon te gillen dat hij naar buiten moest komen. Ondertussen hing ik nog met de meldkamer aan de lijn. Mijn man kwam op handen en voeten en hoestend de garage uit. De brandblusser smeet hij kwaad tegen het hek.
We vlogen naar binnen. Ik gaf de telefoon over aan mijn man. Huilend riep ik ze snappen het niet! Ik riep tegen bram dat hij zijn schoenen en jas moest pakken. Ik legde ferry in de wandelwagen. Pakte de luier tas mee. Een tas met spulletjes die ik na de afgelopen keer had klaar gezet voor het geval dat en zette die in de gang bij de kinderen klaar. Steffan pakte de honden. Ik pakte de bench van stitch. Het was heet in het ketelhok… ik rende de woonkamer in. Ik kreeg stitch te pakken en wilde haar in de bench zetten. Ze wist zich los te trekken en schoot weg. Mijn man dook achter haar aan maar kreeg haar niet meer te pakken. Continu hoorde wij enorme knallen en stond alles te trillen. Eruit eruit! Schreeuwde mijn man We moeten er Nu uit! De rook kwam via de ramen, deuren, ketelhok en meterkast naar binnen. En het laminaat kwam omhoog geklapperd. Stitch was de slaapkamer in geschoten. Mijn man heeft de deuren dicht getrokken. Ik pakte Bram en de honden. Mijn man pakte Ferry mee. Op de galerij was het pikken donker. De noodverlichting was uitgevallen. Ik focuste mij op mijn man en zo snel als wij konden vlogen we naar het hek toe de trap af naar buiten. Daar was de Brandweer er goddank dan eindelijk!
Buren van de overkant van het complex kwamen toegesneld. Of ik met de kinderen liever bij hen binnen wilde zitten. Mijn man stond met de hulpdiensten te praten. Ik gaf aan dat ik liever even op mijn man wilde wachten. Ik belde mijn vader. ‘Papa! Je moet komen! Alles brand!’ Mijn vader had meteen door wat er gaande was en vloog de auto in. Ineens voelde ik twee handen op mijn schouder. Het was mijn schoonbroertje. Mijn schoonmoeder volgde niet snel daarna. Ze pakte mij vast. ‘Zijn jullie in orde? Is iedereen uit huis?’ Ik begon nog erger te huilen: ‘stitch is nog binnen ik kreeg haar niet te pakken’. Mijn schoonmoeder begon te vloeken. Wij mochten niet meer naar binnen om haar te pakken en de brandweer ging ook niet meer naar binnen.
Aan mijn man werd gevraagd of dat hij rook had ingeademd. Hij gedroeg zich zoals altijd weer stoer en gaf aan niet nagekeken te hoeven worden. Ik werd op dat moment echt kwaad. En begon te roepen dat hij nagekeken moest worden en de kinderen ook want we hadden allemaal in de rook gestaan in onze woning. We werden naar de ambulance begeleid. We moesten onze neuzen snuiten. Er kwam roet uit, In no time hingen we allemaal aan de zuurstof. Ik probeerde mijn moeder te bellen geen reactie. Een appje geen reactie. Ik appte haar man. En binnen een paar minuten belde mijn moeder. Ze kwamen naar het ziekenhuis. Mijn man werd samen met Ferry in een andere ambulance overgezet. Ruim een uur later werden Bram en ik in een andere ambulance gezet en ook naar het ziekenhuis gebracht.
In het ziekenhuis vonden er al snel onderzoeken plaats. Maar duurde het enorm lang voordat wij weer herenigd werden als gezin. Wat een hel is het om je kleintje van net 6 maanden te horen krijsen en gillen en er niet heen mogen. Bram moest in bedwang gehouden door mij, mijn moeder en mijn vader en nog een verpleegkundige om geprikt te worden. De eerste keer ging fout. Dus de tweede keer was een hel! We hadden allemaal een koolmonoxide vergiftiging opgelopen.
Familie en vrienden stonden er allemaal. Wat was dat enorm fijn! En ik werd er zelfs een beetje stil van…. Steun die echt even nodig was. Ik was echt in de veronderstelling dat er niks meer over was. Dat stitch dood was. Wat nu? Hoe verder? Ik wilde graag naar mijn vader. Op mijn eigen kamer, In mijn eigen bed. Op een plek die altijd veilig is.
’s Nachts mochten wij het ziekenhuis verlaten. We gingen terug naar de woning. Bij de Jumbo werd iedereen opgevangen. Een vrouw die de opvang begeleidde raakte met ons in gesprek. Ik begon over de kat. Ze is daarop gaan bellen en onder begeleiding mochten wij met de brandweer naar binnen. Een buurman van een paar woningen verder op stond samen met zijn vrouw al bij het pand. Meteen beschuldigend naar mijn man te wijzen…. Hij zou dit allemaal wel gedaan hebben. Hoe in en in triest kunnen mensen zijn? Ik weet dat mijn man bij mij en de kinderen was. En dat hij nooit maar dan ook nooit zijn gezin zo in gevaar zou brengen.
De brandweerman ging met een pak aan en masker met zuurstof op onze woning in. Metingen doen. Al snel kwam hij naar buiten. Het is te gevaarlijk om naar binnen te gaan. Ik begon weer over de kat. Of dat hij dan misschien wel mocht kijken? Ja dat mocht hij wel. Hij ging naar binnen. We gaven aan waar ze zicht verstopt had. En de brandweerman begon alles overhoop te trekken. Een hoop gebonk was te horen. Het duurde maar en duurde maar en ineens kwam hij naar buiten zonder stitch. Ik keek hem verdrietig aan en vroeg: ‘ze is dood he?’ ‘Nee ! antwoordde hij! En hij begon te beschrijven hoe ze eruit zag maar dat ze weer weg gevlucht was. Hij ging terug naar binnen deed opnieuw metingen. We mochten mee naar binnen maar niet te lang. Hoe vaker zijn apparaat begon te piepen hoe korter de tijd werd. Spullen pakken die we nodig hadden om de nacht door te komen. En toch stitch proberen te pakken. Weer schoot ze weg ! En ja hoor het apparaatje van de brandweerman begon toch wel erg snel achter elkaar te piepen. Ik moest met mijn schoonbroertje naar buiten mijn man heeft samen met de brandweerman overal brokjes gestrooid, Water wat in de waterkoker zat was nog te gebruiken. Dus hup een bakje met water klaar gezet voor stitch. De ventilatie was open en aan gezet. Dit zou volgens de brandweer er voor zorgen dat ze makkelijk tot morgen kon overleven.













