'The Campines as Money Makers'
J. Fred N. Kennedy, Birch Cliff, Ontario, Canada (1914)
Rond 1913 besloot de Canadese pluimveehouder J. Fred N. Kennedy (Birch Cliff, Ontario) een proefopzet te starten met gemiddeld 300 Campines. Hij had een mengeling van gouden en zilveren hennen, waarvan een deel al enkele jaren oud was en een ander deel eerstejaars en afkomstig uit Engeland.
Gedurende negen maanden (273 dagen) werd nauwkeurig bijgehouden hoeveel voer er werd verbruikt, hoeveel eieren werden gelegd, en welke praktische lessen men leerde over het ras.
Meneer Kennedy noteerde het volgende over die 9 maanden:
Voor 300 kippen kwam het totale voerverbruik uit op ≈ 6,3 ton gedurende de volledige productieperiode. Dat komt neer op ongeveer 2,3 kg per kip per maand. Of anders gezegd, Fred Kennedy gaf per kip zo'n 80gram/dag.
Een opmerkelijk zuinig voederpatroon gezien vandaag de dag wordt aangeraden om je kippen circa 125gram/dag te voeren, wat zou neerkomen op circa 3,75kg per kip per maand.
Of dat slim was om zo op voer te besparen, kan in vraag gesteld worden. Zijn 300 hennen leverden 38.651 eieren op, of 129 per kip, of nog 4,3 eieren per week in een periode van 9 maanden. We weten hoe de hennen verder legden in de koude Canadese wintermaanden, maar allicht viel dat gemiddelde nog verder naar beneden.
Toch was Kennedy erg enthousiast en had hij het plan om het jaar nadien op te schalen naar een bedrijf met 1.600 Campines. Of hij het ooit wist te realiseren is voorlopig nog onbekend.
Ontdek hier het hele verhaal.