Te doen gebruikelijk had ik u nu verslag gedaan uit het buitenland. Verhalen over prachtige plekken en navenante vondsten. Maar dit jaar zit dat er niet in; dit jaar geen ‘Brilmans in het buitenland’. Vanwege de Corona is dat geannuleerd. De familie Brilmans had geen zin in gedoe. Als alternatief is er gekozen voor diverse locaties in eigen land. Te beginnen met Cottessen een gehucht op de grens met België nabij, Neerlands hoogst gelegen kerkdorp, Vijlen.
De omgeving van Cottessen en dan heb ik het over het gebied dat met gemak aan te wandelen is, is prachtig. Het glooiende boerenland waaruit het gehucht zelf voornamelijk bestaat is op de campings na zo landelijk als het maar kan. Boven op de heuvel strekt het Vijlenerbosch zich uit en beneden in het Geuldal, onze eigen kleine ‘canyon’ is het werkelijk prachtig. De flora en fauna is fascinerend gevarieerd en ook geologisch gezien is het gebied buitengewoon interessant. In de directe omgeving van Cottessen liggen namelijk drie oude groeves die een mooie kijk geven op het oudste dagzoomende sedimentaire gesteente van Nederland.
Direct onder Cottessen ligt de Cottessergroeve. In deze groeve zijn
zandstenen en schalies ontsloten die deel uit maken van een anticlinale plooi (een plooi met naar beneden wijzende flanken, waarbij de aardlagen aan de binnenzijde het oudst zijn). In wat rest van deze groeve, het is tegenwoordig een geologisch monument, valt de plooiing nog steeds waar te nemen.
Wat ook goed te zien is, is hoe de schalie aan verwering onderhevig is. Onder aan de wand liggen brokken schalie die aan de buitenkant inmiddels weer tot klei zijn vergaan.
Iets verder naar het westen ligt nog een geologisch monument en tevens een begrip in geo- en paleontologisch Nederland: de Heimansgroeve. De groeve die vernoemd is naar de Joods-Nederlandse onderwijzer en natuuronderzoeker Eli Heimans (1861- 1914) die deze groeve beschreef in zijn boekje 'Uit ons Krijtland' (1911).
In de groeve komen kolenzandsteen en schalie uit het Boven-Carboon aan het oppervlak. Deze gesteente zijn zo’n 330 miljoen jaar oud.
In de tijd van Heimans kon je door de donkere stenen in de groeve voorzichtig te splijten prachtige fossielen uit de Carboontijd vinden. Vooral plantafdrukken. Tegenwoordig niet meer. Tenminste niet zonder een geologisch monument om zeep te helpen. Wat wel kan is tussen de duizenden losse stukken schalie en zandsteen die op de bodem van de groeve liggen je geluk beproeven. Wie weet vind je een klein fragment. Als dat lukt heb je wel een endemisch fossiel van 330 miljoen jaar oud!
De laatste groeve aldaar is de Kampgroeve. Deze ligt op steenworp afstand van de Heimansgroeve. Toch zullen velen zonder het door te hebben aan deze groeve voorbij lopen. Dit omdat er in tegenstelling tot de Heimans- en Cottessergroeve geen informatiebord bij staat, maar bovenal omdat de groeve op een kleine vierkante meter na volledig overwoekerd is. Alleen de vorm verraadt de oude mijn. In het laatste stukje zichtbare gesteente valt nog wel iets interessants waar te nemen: Tussen de zandsteenbanken bevinden zich dunne laagjes op schalie lijkend gesteente. Maar dan net iets schilferiger. Dit is brandlei. Als we een stukje hiervan tussen je vingers fijnwrijft, blijft er een stoffig zwart goedje op je huid achter: dit is koolstof. Het is een overblijfsel van de planten die tijdens het Namurien groeiden.
De Kampgroeve verstopt onder een rijke vegetatie.
Een laag brandlei tussen het zandsteen in de Kampgroeve.
Mocht uw buitenlandreis door al het COVID-19-gedoe ook niet doorgaan, treur niet, Nederland heeft prachtige plekken en Cottessen is daar een van!