Boerka's en blinddoeken
Sinds de goedkeuring van het boerkaverbod in de plenaire Kamer afgelopen week is er een hele heisa ontstaan over de "dissidente" stem van Eva Brems. Als enige parlementslid stemde zij tegen een verbod. Twee anderen Groen! leden onthielden zich in een voor de rest unaniem aangenomen wet die een verbod legt op het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Ondanks de naam weet iedereen dat deze wet het doel heeft de boerka's en niqabs uit het straatbeeld te weren.
In eerste instantie kun je meerdere bedenkingen maken zoals: Is deze groep zo groot in België dat het problematisch wordt? Exacte cijfers zijn er niet, maar een ruwe schatting gaat uit van zo'n 200 a 300 vrouwen die een boerka of niqab dragen. Daarnaast kun je je afvragen of de huidige wetgeving al niet verregaand genoeg is in deze materie. Je moet immers identificeerbaar zijn voor de politie. Ik zou het daarentegen verder willen hebben over het vrijheidsvraagstuk dat gelinkt is aan dit thema. Dit was tevens het thema dat Eva Brems aansneed in dit debat.
Kunnen wij als maatschappij iemands vrijheid beperken, en hoever mogen we daarin gaan? In dit specifieke geval beperken we de godsdienstvrijheid en zijn beleving ervan. Mijn antwoord in dit specifiek geval is neen. Het hoofdargument dat in dit debat meestal gebruikt wordt, is de onderdrukking van de vrouwen die een boerka of niqab dragen. Dit gaat echter voorbij aan het feit dat er tevens vrouwen zijn die de vrije keuze hebben genomen om deze kledingstukken te dragen. Vrijheid die de liberale denker Dirk Verhofstadt nochtans hoog in het vaandel zou moeten dragen. Maar in zijn geval staat het dragen van een boerka gelijk aan onderdrukking. Dit is toch wel een erg simpele gevolgtrekking.
Indien de onderdrukking van de vrouwen zo centraal staat, verwacht men toch dat men hieraan iets doet in de nieuwe wet. Het tegendeel is echter waar. De wet voorziet in geldboete voor de vrouwen die een niqad of boerka dragen. Aangezien deze kledingstukken als onderdrukkingsmiddel worden gebruikt door een onderdrukker, is het dan niet logischer dat men de onderdrukker straft? Is het oplossen van dit "maatschappelijk probleem" dan geen doel, of wil men het enkel uit het straatbeeld doen verdwijnen? Het probleem is zwaar genoeg voor een nieuwe wet, maar als oplossing kiezen we het wegstoppen van het probleem. Toch een beetje tegenstrijdig volgens mij.
Vrijheid van godsdienst beleving, en in dit geval van klederdracht in die beleving, zijn onderdelen binnen ons concept van vrijheid voor de mens. Vrijheid die we in het Westen hoog dragen. Denken we maar aan onze sympathie voor de revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Daarnaast zou ik even willen herinneren aan de heisa die er enkele jaren geleden is geweest omdat enkele Westerlingen in Dubai een boete hadden gekregen omdat hun kleding te verhullend was. Wat is het verschil met ons nu? Wat maakt ons beter om te bepalen wat juist is?Is vrijheid dan niet voor iedereen?
Heel dit debat is echter een non-debat in een anti-migranten sfeer die de laatste tijd weer opkomt in Europa. Het wordt gedomineerd door een hoog "ocharme die domme nog gelovende Moslims, we zullen jullie eens snel helpen ontwikkelen" gehalte. Buiten een kans om zichzelf te kunnen profileren als partij, heeft deze wet geen enkel nut. Iedereen mag mij van het tegendeel proberen te overtuigen.
Dit stuk is een reactie op:
De boerka: hedendaags equivalent van de Jodenster











