Voorbij Diemen begint het einde van de wereld. Tussen de Vechtstreek en de Oeral strekt zich een dunbevolkte negorij uit, bewoond door stugge keuterboeren die generatie na generatie ploeteren op armzalige zandgronden. Als sprankelende meteorieten zijn in dit zich over vier tijdzones uitstrekkende mega-Drenthe nog Berlijn, Warschau en Moskou terecht gekomen. Eilanden van mondaine cultuur te midden van de grove dennen, heidevelden en pingoruïnes.
Het zand is daar niet sexy genoeg voor. Twee ijstijden sloegen dit deel van Europa volledig plat. Eerst walsten de gletsjers er overheen, waarna een dik pakket grof zand werd afgezet. In de Middeleeuwen ging de bijl in de eikenwouden en werd de bevolking in horigheid en lijfeigenschap onderworpen. Een zwaarmoedige verzameling Germaanse, Slavische en Baltische volkeren bewoont nog altijd het gebied. Gesloten, wantrouwend en dranklustig. Podzolvolk.
Ons land heeft mentaal altijd met de rug naar de zandgronden gestaan. Maar Amsterdam is niet in de eerste plaats rijk geworden met handel in specerijen en slaven, zoals velen zo graag geloven. De echte fortuinen zijn in de Gouden Eeuw vergaard met de handel in graan op de Oostzee. Dat graan werd overigens wel verbouwd door onvrijen, door Polen vooral. Naast graan kwamen er ook mensen richting Amsterdam. “Polakke, Sweede, Deenen, Noor-Luyde, Jutte, Hamborgers, Bremers, Lubekkers, Dantzikers, Koninxbergers, Hoogduytse, Oosterlingers, Westfaalders, Bergse, Gulikse, Kleefse, en voort alderhande Moffen, Poepen, Knoete, Hannekenmaijers en andere groene kassoepers, die ’t gras nog tussen de tanden steekt.”
De handelsmetropool Amsterdam leefde lange tijd op goederen en mensen uit het Oostzeegebied. Die kalme zee, omringd door weinig spectaculaire landschappen, waar de lulligste morene stuwing al een berg wordt genoemd. Podzolia, waar het socialistische experiment een aanvang nam en ontaardde, waar de Europese democratie bijna sneefde en de grote positivistische droom eindigde in een industriële moordpartij zonder weerga. De schaapskudden zijn verdwenen, Dantzig heet Gdansk en de boer: hij ploegt voort.