Delen
Met de lancering van taxiservice Uber en het ecclatante succes van Airbnb is het nieuwe delen ineens hot. De herauten van de nieuwe tijd hameren op de grote voordelen die delen biedt. Wist u dat een gemiddelde boormachine slechts 1,5 uur gebruikt wordt? Jarenlang ligt dit soort gereedschap ongebruikt in bergkasten en schuurtjes weg te roesten. Auto's staan een groot deel van de tijd schaarse parkeerruimte bezet te houden. Alleen al omwille van de efficiëncy zouden we meer moeten delen. Wat een groot geluk dat internet dit nu ineens mogelijk maakt. Op dit moment zijn vooral de sites die het verlenen van diensten faciliteren populair. Airbnb en Uber zijn hier twee voorbeelden van. Strikt genomen gaat het hier niet om delen. Voor deze diensten moet gewoon betaald worden. Nieuw is dat diensten geleverd worden zonder tussenkomst van vervelende multinationals of halfcriminele organisaties. Dat is winst. Er blijft immers veel meer geld aan de strijkstok van de dienstenaanbieder hangen. Geld blijft daarmee in de stad en verdwijnt niet naar anonieme aandeelhouders die er toch alleen maar statusverhogende appartementen in Londen en New York mee zouden kopen. Het lijkt een anarchistische droom die werkelijkheid wordt. Totale gelijkheid tussen aanbieder en koper en tussen aanbieders onderling. Volledige transparantie en betrouwbaarheid dankzij openbare reviews van dienstverleners door afnemers. Toch worden er ook bezwaren opgeworpen. De bedrijven die de peer to peer dienstverlening faciliteren laten zich voor hun rol als facilitator goed betalen. 20% in het geval van Uber. Ook zijn bedrijven als Uber in essentie enorme servers die informatie over hun klanten verzamelen en deze vermarkten. En over wat voor soort economie hebben we het eigenlijk? Internetdienstverlening kan goed geld opleveren, maar het is geen baan met inkomenszekerheid, pensioenopbouw en ziekteverlof. En er wordt gewaarschuwd voor de corrumperende invloed van al dit microkapitalisme op de saamhorigheid tussen burgers. Veel dingen die je voorheen gratis voor anderen deed, je huis lenen aan familie bijvoorbeeld, leveren ineens geld op. Dan is voor velen de keuze snel gemaakt. Sorry familie: kassa! Bedreigender nog is het feit dat internetdienstverlening door particulieren een sterke netwerkvorming tot gevolg heeft. Er ontstaan namelijk geen netwerken die voor iedereen toegankelijk zijn en waar iedereen gelijk van kan profiteren. Peer to peer kan je vrij letterlijk nemen. Het bedienen van de eigen peergroup dus. Én het creëren van banen in de eigen peergroup. Airbnb knaagt bijvoorbeeld aan de markt voor 3-sterren hotels. Deze hotels hebben schoonmakers, bewakers, koks en bediening in dienst. Geen goedbetaald werk, maar wel werk voor een segment van de samenleving dat steeds lastiger aan de bak komt. Airbnb-verhuurders hebben meestal geen personeel in dienst. Als er al iemand fungeert als kamermeisje door het afgeven van sleutels, verschonen van bedden etc., dan betreft het iemand uit eigen kring. Wie een internetdienst inkoopt doet dat bij voorkeur bij iemand uit de eigen sociale groep. Liever een vlotte student als taxichauffeur dan een slecht Nederlands sprekende immigrant. Liever een kamer huren in een hip ingericht appartement dan in een volks rijtjeshuis. Opnieuw blijkt de netwerksamenleving allesbehalve inclusief en geïntegreerd. Internet versterkt 'makkelijke' netwerken en vernietigt de 'moeilijke'. En juist de moeilijke netwerken, waarin mensen met verschillende achtergronden en opvattingen met elkaar geconfronteerd worden, zijn het cement van de samenleving.
















