‘Kunst is geen toverstaf voor maatschappelijke problemen en presteert ‘bovendien slecht op commando’, aldus Visser. Als de kunst daarentegen de (zowel conceptuele als financiële) ruimte krijgt, ontstaan er vanzelf verbindingen met andere delen van de samenleving.
"[Barbara] Visser begint met de vraag waarom alles toch gemeten moet worden. Dit is volgens haar uit angst voor het onbeheersbare. Om hier verandering in te brengen, wil de AvK als tegengewicht voor de druk naar meetbare resultaten de ‘schoonheid van het (onder)zoeken’ benadrukken. […]
Volgens Visser is er een onderscheid tussen kunst en cultuur. Cultuur is het geheel, kunst is daar een (klein) onderdeel van. Om deze reden heeft de kunstenaar soms afstand tot de cultuur nodig (anders gezegd moet hij ‘autonoom’ kunnen werken), omdat hij die cultuur moet kunnen analyseren en bekritiseren. Die afstand (vrijheid of autonomie) betekent echter niet dat de kunstenaar ’met de rug naar de samenleving’ staat, integendeel!"
Bron: Paradisodebat 2014 | Rune Peitersen, Platform Beeldende Kunst