Andreas Kinneging en zijn inhoud
#dewaan #kinneging #rechtsfilosofie Eén van mijn ochtendrituelen is het kijken naar de televisie, terwijl ik wat eten nuttig. Deze keer was de herhaling van De Waan van de Dag van de dag ervoor op TV. Dat is een programma over journalistiek en naar aanleiding van het akkefietje met John Leerdam was Andreas Kinneging uitgenodigd. Het ging uiteraard ook over zijn uitspraken met betrekking tot het binnenhof. Mijn ergernis begint al meteen ergens aan het begin van de uitzending. Kinneging maakt een generaliserende opmerking, waarop Harm Tasselaar als volgt reageert: ‘Je generaliseert nu al’ Kinneging: ‘Dat mag heh’ Nee, generaliseren mag niet. Dit behoort een hoogleraar rechtsfilosofie te weten, zou je denken. Overhaaste generalisatie behoort tot de drogredeneringen en de definitie van een drogreden luidt als volgt: ‘redenering die juist lijkt maar het niet is’ (uit: http://www.woorden.org/woord/drogreden) Dat lijkt me toch redelijk helder. Een drogredenering is per definitie fout en derhalve is een generalisatie fout en mag het dus niet. Een 'goed' begin dus voor onze hoogleraar rechtsfilosofie, maar gelukkig volgt er nog meer. Tijdens de uitzending hamert Kinneging telkens maar weer op de inhoud van de journalistiek. Deze is er volgens hem niet. 'De meeste journalisten hebben geen inhoud,' aldus Kinneging. Natuurlijk gaat de eerder genoemde Tasselaar hier op in door te stellen dat bij RTL Z wel journalistiek van niveau is. Kinneging is echter van mening dat RTL Z ook enorm oppervlakkig is en dat journalisten mensen behandelen als kleuters. Bij deze uitspraak kan je ervan uitgaan dat alle mensen worden bedoeld, maar dat is niet geheel juist, want je kan niet schrijven voor een groot publiek. Waarom niet? Hebben we inderdaad te maken met kleuters die nergens iets van begrijpen? In dat geval is het toch helemaal juist van die journalisten om mensen als kleuters te behandelen? Het punt van onze hoogleraar rechtsfilosofie, ik benadruk het nog maar eens, ontgaat me even... Vervolgens gaat het programma over Leerdam, waarna het volgende gesprek plaatsvindt: Kinneging: Is het je taak als journalist om grappen uit te halen? Polak: Is het een journalist? Kinneging: Hij heeft een microfoon bij zich en stelt zogenaamd een inhoudelijke vraag, dus een journalist Tasselaar: Het is toch geen journalist, die jongen heeft een caberet-achtige rol en het was zeer relevant wat hij deed! In dit gesprek zou ik de punten toch toeschuiven naar Kinneging, maar wijselijk besluit hij om er dan maar omheen te draaien. Hij vraagt zich namelijk af of dit soort jongens op het binnenhof zouden moeten komen, de ja of de neen. Hij stelt vervolgens dat 'we' (merkt u wederom de generalisatie op) graag serieuze politiek en bijbehorende serieuze journalisten willen. Hij stelt dat we beter een voorbeeld kunnen nemen aan het buitenland, want natuurlijk is het buitenland beter. Een voorbeeld: In het buitenland zou iemand niet kunnen vragen of je nog geneukt hebt Althans, dat denkt Kinneging. In het buitenland hebben we natuurlijk ook niet zoiets als de lullo's. Afijn, zo'n vraag zou natuurlijk nooit in het hoofd van de journalisten uit het buitenland te binnen schieten. Niet in het buitenland in ieder geval. Op de vraag hoe Kinneging dit weet, antwoord hij als volgt: Nou, dat weet ik heel goed, omdat ik iets van die landen weet en iets van die journalistiek weet en u trouwens ook, u weet dat ook. (richting Polak) Polak: Nee, ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik benadruk nog maar eens dat Kinneging een rechtsfilosoof is en nog hoogleraar ook... 'en u weet dat ook' is wederom een drogredenering. Het is woorden in de mond van een ander leggen en dat hoort niet. Het zoveelste argumentatieschema waarbij een drogredenatie om de hoek komt kijken. Ik vraag me bijna af op welke school hij heeft leren redeneren, school van de Journalistiek misschien? Of niet, want daar heeft hij blijkbaar geen hoge pet van op, zo blijkt uit het volgende deel van het gesprek: Kinneging: Heel veel journalisten komen uit de school van Journalistiek, we hebben nu die kwestie Windesheim gehad, school van Journalistiek, maar er is er één in Tilburg, er is er één in Utrecht et cetera. Wij weten allemaal dat de kwaliteit van Windesheim geëvenaard wordt door die van Tilburg en Utrecht en andere scholen van Journalistiek. Tasselaar: Ik weet het niet, jij zegt het Kinneging: Goed, ik zeg het, maar als je nu eens kijkt naar die engelse journalistiek, naar de kwaliteit van de kranten, bijvoorbeeld The Guardian, The Economist of The Times, Tasselaar: Zijn er een paar heh, meeste journalisten zitten echt bij die tabloids Kinneging: Tabloids interesseren mij niet, het gaat mij om de politiek en de politiek moet inhoudelijk en serieus zijn, dus die worden niet bediend door de Tabloids, maar die worden door de serieuze journalistiek bediend. Waar komen die vandaan, die journalisten? Van Oxford of Cambridge, dus die zijn slim, goed opgeleid en dat leidt tot goede journalistiek en dat leidt weer tot goede politiek. Waarom ben je meteen slim en goed opgeleid als je op Oxford of Cambridge hebt gestudeerd? Naar mijn weten zegt studeren aan een of andere universiteit niets over de mate van slimheid. Kinneging schijnt ook cum laude te zijn geslaagd en uit dit gesprek blijkt toch maar weer dat hij, ondanks zijn hoogleraarschap rechtsfilosofie, niet met drogredeneringen weet om te gaan (wat toch wel een essentieel onderdeel is van de opleiding filosofie). Goed, dit is dan een aanval op de persoon, wat natuurlijk zeer gemakkelijk is, dus laten we ons nu concentreren op de inhoud. Dat is wat Kinneging wilt, concentratie op de inhoud. Dit geluid heb ik wel vaker gehoord. Neem bijvoorbeeld onze goede vriend Maarten van Rossem, die van mening is dat factfree politics (politiek zonder inhoud) de samenleving niet goed doen. Hij scoorde dan ook zeer goed toen hij een oudejaarsconference hield over feiten. Tijdens zijn laatste lezing over de kredietcrisis krijgt hij (op 1:56:00) bovendien een vraag over de media. De steller van de vraag is net als Kinneging, maar ook net als van Rossem teleurgesteld in de media en de inhoud ervan, zijn (=Maarten) advies: kijk niet. De inhoudsloze media is niet gemaakt voor de intellectueel, maar voor de massa. Het is dan ook niet voor niets massamedia. Kennelijk is inhoud niet wat de massa wilt, dus is het ook zinloos om van de media te vragen om voor inhoud te zorgen: men (de massa) kijkt toch niet of begrijpt het niet. Uitgaande van het feit dat media (en dan met name de televisie) er is voor de massa en dat politiek er ook is voor de massa (democratie gaat uit van een meerderheid en de meerderheid is gelijk aan de massa) en concluderende dat de massa geen (of niet zoveel) inhoud hoeft, is het vreemd om te stellen dat er meer inhoud in de media moet komen, maar is het ook vreemd om van de politiek meer inhoud te vragen. Kortom: roepen om inhoud is zinloos. Daarbij is het maar de vraag of inhoudelijke journalistiek ook daadwerkelijk leidt tot een inhoudelijke politiek, want als er één land is dat absoluut niet door middel van inhoud propagandeert, dan is het wel de VS. Toevallig was de VS juist één van de voorbeelden van Kinneging als het gaat om die buitenlandse jounalistiek (en dus politiek) die zoveel beter zou zijn... Ten slotte wil ik dan nog even noemen dat ik het een schande vind dat een hoogleraar rechtsfilosofie met zo'n slecht inhoudelijk betoog komt voor de inhoud. Geef dan in ieder geval het goede voorbeeld door zelf met een goed inhoudelijk betoog te komen, maar kom niet aanzetten met een betoog dat vol zit met drogredenaties en andere fouten.











