Stel je eens voor dat we iets slims kunnen bedenken voor mest. Iets waardoor:
- dieren in een frisse stal staan
- de boer in een frisse stal werkt
- buren frisse lucht ademen
- mest minder stinkt bij het uitrijden
- mest zorgt voor een gezonde bodem
- kunstmest overbodig wordt
- de waterkwaliteit verbetert
Iets wat ook nog voordeel oplevert voor de boer. Dat zou toch prachtig zijn?!
In feite is dit de visie uit de mestdialogen. Afgelopen vrijdag gingen we samen met deskundigen, jonge boeren en enkele ambtenaren en politici op zoek. We deden inspiratie op en geven er een vervolg aan: we gaan kijken of het in de praktijk echt gaat werken. Bekijk het filmpje als je meer wilt weten!
Even ter geruststelling voor de zwartkijkers: natuurlijk zorgt dit niet voor minder mest. Want bij teveel mest gaat het om teveel stikstof en teveel fosfaat. Dat wordt hierdoor niet minder. Er zal dus nog steeds iets moeten gebeuren om het mestoverschot aan te pakken. In Brabant gaan we ervoor zorgen dat er geen dieren bij komen op de zandgronden. En dat er zelfs een lichte afname zal zijn. Dat is revolutionair te noemen! Geen enkele provincie heeft dit geregeld. En het rijk heeft ook nog niets geregeld. De een zal het veel te weinig vinden, de ander al veel te veel. Het is een historische stap. En de tijd zal leren welke stappen daar op volgen.
Op de laatste dag van het kerstreces nog een laatste terugblik op 2016. En niet de minst belangrijke. Van de drie portefeuille-onderdelen is mijn tijd het meeste gaan zitten in agrarische ontwikkeling. Daarbinnen een duidelijke rode draad voor de top 3: samenwerking met als doel een innovatieve, duurzame en toekomstbestendige landbouw.
Gezondheid
Veel mensen maken zich zorgen over de gevolgen van veehouderij op hun gezondheid. Het is echter een lastige discussie als er weinig feiten bekend zijn over de werkelijk effecten. Het verschijnen van het langverwachte Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) onderzoek van het RIVM was dan ook een belangrijk moment in 2016. Zoals ik toen aangaf: “Er reden tot bezorgdheid, maar geen reden tot paniek.”. Voorop staat voor mij dat we nieuwe knelsituaties per direct voorkomen. Dweilen met de kraan open heeft immers geen zin.
Het rijk heeft bij aanvang van 2017 nog steeds geen handvatten gegeven om het VGO te vertalen naar concreet beleid. Gelukkig hebben wij in juli binnen één week twee maal overleg gehad met een afvaardiging van de Brabantse gemeenten en binnen enkele weken alle Brabantse gemeenten een eerste suggestie voor handelen gestuurd, gevolgd door een nadere uitwerking in september. En inmiddels bestaat er ook een Brabantse handreiking voor de vergunningverlening. Dit steeds in nauwe samenwerking met onze gemeenten en omgevingsdiensten. Nogmaals dank aan iedereen die hier zijn schouders onder heeft gezet. Het heeft buiten Brabant geleid tot onbegrip en daarmee gepaard gaande kritiek. Ik kan dat in dit geval alleen zien als een groot compliment voor onze werkwijze die voortvarend en zorgvuldig tegelijk is geweest.
Mest en dieren
2016 was het jaar van de ‘mestdialogen’. Mensen - dus niet vertegenwoordigers van organisaties - zijn met elkaar in gesprek gegaan over mestbewerking en de hoeveelheid vee in Brabant. Vijf intensieve rondes hebben tot mooie resultaten geleid. Kort samengevat: mestbewerking mag, mits schoon en veilig en op daartoe geschikte industrieterreinen, enkele uitzonderingen daargelaten. In grote delen van Brabant hebben we genoeg vee. Een kleine krimp zou in deze delen wenselijk zijn.
Onderstaande ‘ongesensureerde’ versie van de wereld van mest en dieren wil ik u niet onthouden.
Ook hier een bijzonder woord van dank voor al degenen die geholpen hebben om de mestdialogen tot een succes te maken. Voor 2017 is de uitdaging om de uitkomsten van de mestdialogen om te zetten in uitvoerbare en handhaafbare regelgeving, in samenhang met ander (provinciaal) beleid.
Kiemen van de landbouw van de toekomst
Als laatste in de top 3 een niet onbelangrijke. Want elke boer weet dat je moet zaaien om te kunnen oogsten. Als het om innovatieve, duurzame en toekomstbestendige landbouw gaat hebben we in Brabant gelukkig veel boeren, burgers en andere organisaties die zaaien. Vele zaadjes kiemen en ik mocht er diverse bezoeken. Soms stond ik letterlijk met mijn voeten in de klei. Het voelt bevoorrecht om op de bedrijven te mogen luisteren naar al die persoonlijke verhalen van vaak zeer bevlogen ondernemers. Ik heb grote waardering voor de manier waarop zij idealisme en ondernemerschap weten te combineren.
Het voert te ver om al die bezoeken hier weer aan te halen. Graag verwijs ik u naar mijn vorige blogs. En natuurlijk naar de pagina waarop alle uitreikingen van de agrofoodpluim op een rij staan. Ik sluit af met een paar woorden die de vele innovaties duiden: relatie met consument, circulair, energie-efficiënt, brandveilig, (hightech) biologisch, educatief, tegen voedselverspilling, mensinclusief, natuurinclusief en omgevingsbewust.