Plato's grot en de invloed van film op ons wereldbeeld
In zijn recent verschenen boek Shadow Philosophy: Plato’s Cave and Cinema betoogt Nathan Andersson dat Plato’s grot als allegorie perfect te plakken valt op film. Voor wie daadwerkelijk in een grot geleefd heeft: met deze theorie betoogde Plato dat wij mensen niet verder kijken dan onze eigen wereld, dat wij geneigd om wat wij zien te accepteren als de volledige werkelijkheid en niets dan de werkelijkheid en niet verder denken dan onze blik reikt. En dat zou precies de functie zijn van de hedendaagse film. Het cinematografische equivalent van het jongetje dat met zijn iPhone datingsites afstruint in een overvolle trein en zich derhalve niet bewust is van het meisje dat naast hem zit. Dat. Een vrij cynische lezing.
Geloven wij zonder enige reserve alles wat ons in de bioscoop wordt voorgeschoteld? En vertellen wij, zowel onszelf als anderen, van niet omdat wij ook-wel-weten-dat-Hollywood-onzin-verteld, maar laten wij de opgestapelde ervaringen in de bioscoop toe om zich te nestelen in ons wereldbeeld? Met andere woorden, in hoeverre kleurt dat wat wij ons in bioscoop of filmhuis voorgeschoteld krijgen (stiekem) onze wereld?
Denk aan de Rwandese genocide en menigeen ziet als eerste Don Cheadle’s hoofd voor zich in het Oscarwinnende Hotel Rwanda. De slag van 1993 in Mogadishu had nooit een gezicht gekregen zonder Ridley Scott’s Black Hawk Down en de bloeddiamantenkwestie is door Edward Zwick en Leonardo DiCaprio behandeld in Blood Diamand. Vorig jaar werden velen voor het eerst pas echt bewust van de gruwelen van de slavernij door Steve McQueen’s 12 Years a Slave, straks komt Jon Stewart (ja, die Jon Stewart) met drama Rosewater over Iran, gevolgd door de zoveelste visie op de 'war on terror', dit keer van Clint Eastwood met American Sniper. De lijst is eindeloos, newspaper headlines zijn meer dan ooit hot filmmateriaal.
Dit is prima wanneer het films voortbrengt als Gillo Pontecorvo’s The Battle of Algiers uit 1966, een werk dat op de dag van vandaag nog voorafgegaan moet worden met de titelkaart dat, nee, het betreft geen documentaire, en ja, dit alles is in scène gezet met een zeer hoog realisme. Of Joshua Oppenheimer’s The Act of Killing, een documentaire waarin via het medium film gewroet wordt naar de feiten achter de Indonesische doodseskaders. Maar emotioneel complexe projecten trekken doorgaans niet het grootste publiek. Het zijn de films waarbij de regisseursvisie vertroebeld wordt door een grote studio met een agenda die verder reikt dan een gedegen geschiedschrijving (lees: geld) waar de massa op af gaat. Een film als Paul Greengrass' Captain Philips, waarin de Somalische piraterij van twee kanten belicht wordt, is helaas zeldzaam (en, althans in Amerika, nog steeds vrij controversieel).
Zo is het niet de onafhankelijk gemaakte film Lebanon waar de meeste mensen naar kijken voor hun beeldvorming over het soldatenleven in een tank, maar hengelt het bombastische Brad Pitt-actievehikel Fury het grote geld binnen. Meer nog dan bij literatuur (waar meer ruimte is voor het belichten van diverse kanten, en waarbij minder geld gemoeid is in de conceptie ervan) is film een medium dat zich vaak beperkt tot tunnelvisie en veilige antwoorden. Ieder einde van een mainstream film is zo ontworpen dat jij de zaal uit loopt en denkt, ja, daar ben ik het mee eens. Zonder daar verder nog bij na te hoeven denken. In hoeverre laat jij toe om al het voorgaande aan dat einde zonder enige scrupule toe te voegen aan je wereldbeeld en per direct de mening die regisseur (lees: studio) is toebedeeld te kopiëren naar je eigen opinievorming?
Maar doet film dan werkelijk meer kwaad dan goed? Is het beter om een verdraaide waarheid te kennen, dan in het geheel niet op de hoogte te zijn? Het antwoord op deze vraag zal verschillen van persoon tot persoon. Maar het is hoe dan ook beter als wij ons ervan bewust blijven dat de films Ăn de grot worden vertoond. Zodat wij, na het rollen van de credits, actief op zoek kunnen naar de werkelijkheid achter de vertelling. Dus als je straks de bioscoop uitstrompelt na het zien van David Ayer's big budget WWII actiefilm Fury, lees dan ook weer eens even een artikel van een veteraan. Voor het balans. Op internet, of zo.
En dan nog even dit. Fritz Lang's meesterwerk M (1931), over een kindermoordenaar en een stadje dat zelf wel even gerechtigheid zal halen, werd eens door de producent van een grote filmstudio vertoont aan zijn onderdanen. "Dát soort films wil ik maken", zei hij na de screening enthousiast. "Met die impact. Maar alsjeblieft niet over kindermoordenaars, zeg". Het is moeilijk voor te stellen dat een gewaagd werk als M vandaag de dag nog door een groot publiek gezien zou worden. Staren we ons blind op dat commerciële aanbod, dan wordt onze dode hoek steeds groter.
Nathan Andersson's Shadow Philosophy: Plato’s Cave and Cinema is nu verkrijgbaar. Fury draait sinds afgelopen donderdag (23 oktober) in de Nederlandse bioscopen.