Volkstelling en beroepentelling in de Franse tijd te Oirsbeek (1796)
In 1796 werden in alle gemeente en dorpen volkstellingen gehouden. Bij een volkstelling wordt, zoals het woord al aangeeft, primair de bevolking van een land of gebied geteld. Daarnaast worden ook gegevens verzameld over de samenstelling van de bevolking. Een volkstelling is niet bedoeld voor genealogisch onderzoek. Toch krijg je nuttige achtergrondinformatie voor bij je stamboomonderzoek.
De Fransen, die het op het eind van de achttiende eeuw in ons land voor het zeggen hadden, waren heel nauwkeurig. Zo maakten zij uitgebreide lijsten waarop de bevolking werd onderverdeeld naar leeftijd en beroep.
Op de website van Historie Schinnen ontdekte ik een transcriptie van de volkstelling van Amstenrade, Schinnen en Oirsbeek [zie het menu linksonder]. Ik heb er voor de zekerheid maar een kopie van gemaakt want morgen kan het verdwenen zijn. Scans van de originele volkstelling van Oirsbeek vond ik op archieven.nl. Overigens via Google gevonden die me zoekend op 'volkstelling 1796' naar de site genealix.nl bracht, die me vervolgens weer doorverwees naar archieven.nl. Met de aangeboden links op genealix kun je per provincie, per plaatsnaam, eenvoudig in één overzicht zien, welke boeken je online kunt raadplegen. Je hoeft niet eerst te zoeken bij welk archief je moet zijn, om vervolgens te verdwalen in de aangeboden mogelijkheden, die een archief kan bieden. De echte archieftijger zal er wel zijn neus voor ophalen maar Ik vond het in ieder geval reuzehandig!
Het gebied van Oirsbeek, waarop de volkstelling betrekking heeft, omvat vier buurtschappen: Oirsbeek, Oppeven, Gracht en Doenrade (Groot- en Klein Doenrade). Kinderen onder de twaalf jaar werden wel geteld maar hun naam werd niet genoteerd. In de vier buurtschappen woonden toentertijd 622 personen die ouder dan twaalf jaar waren. 220 personen hadden die leeftijd nog niet bereikt. In totaal bestond de bevolking uit 842 personen.
Lenssen in de volkstelling van Oirsbeek
De rijen 366, 367 en 368 brengt me bij Wilhelmus Lenssen (1725-1803), zijn vrouw Johanna Nijssen (1731-1796) en hun nog thuiswonende dochter Gertrud. Alle drie woonachtig op de Gracht in Oirsbeek.
Op rij 374 en 375 staat een andere Lenssen woonachtig op de Gracht namelijk Henri met zijn vrouw Catherine Vijgen. Voor mij zijn beide onbekend maar ze zullen vast verwant zijn met Wilhelmus. Op rij 516 vind ik nog Cath(erina?) Lenssen getrouwd met Willem / Wilhelmus Tijssen. Beide, samen met hun 16-jarige dochter, woonachtig in Doenrade. Die leeftijden moet je trouwens met een korreltje zout nemen. Volgens mij is dit maar bij benadering en klopt er niet veel van. In ieder geval niet met de kerkboeken waaruit ik mijn informatie heb gehaald. Persoonlijk heb ik hier wat meer vertrouwen in dan de notering van de volkstelling. De namen worden overigens ook verfranst
Op rij 539 vind ik mijn directe voorvader Gabriël Lenssen (1770-1837) met op rij 540 zijn eerste vrouw Marie Catherine Wehrens. Ze hebben hier al twee kinderen namelijk Joanna Helena, geboren in 1794, en Carolus Josephus geboren in 1796. Gabriël was volgens de telling landbouwer en woonde samen met Marie in (Klein) Doenrade. Waarschijnlijk in de Kluisstraat. Het huis wat de vader van Marie gebouwd had in 1788. Zie mijn post over deze woning.
Op rij 598 en 599 vind ik nog een zekere Jacque en Michel Lenssen. Twee broers die samen met hun moeder Ida Beugels in Doenrade woonde. Beide zijn mij (nog) onbekend. Misschien (verre) neven van Gabriël? Al komt de naam Beugels me ergens weer bekend voor.
Tenslotte vind ik op rij 608 Theodore Lenssen, een oudere broer van Gabriël, en zijn vrouw Anne. Volgens mijn andere bronnen was haar volledige voornaam Maria Josepha. Beide ook woonachtig in Doenrade. Ze hebben één kind volgens de telling. Dat moet dan wel Jan Theodore Lenssen zijn die in 1791 is geboren. Hij zal later zijn dienstplicht gaan vervullen in het leger van Napoleon. Maar hierover een andere keer.
Volgens mij moeten er meer Lenssens zijn dan bovengenoemde. Waar die op dat moment waren? Wilde ze niet geteld worden of waren ze elders aan het werk?
Beroepen
Als je naar de beroepen kijkt zie je dat de landbouwers de hoofdmoot vormden. In de vier buurtschappen waren er 49. Landbouw was duidelijk de voornaamste bron van bestaan in die tijd. Alleen bij de hoofden van het gezin werd het beroep vermeld. Deze 49 landbouwers waren dus hoofden van gezinnen die gezamenlijk 217 personen omvatten. Met andere woorden circa 25% van de bevolking.
Daarnaast waren er nog andere personen die ook met hun gezinnen op een of andere manier van de landbouw afhankelijk waren. Met name de knechten (9 in getal), de hoefsmeden (10), de wevers en spinners (16) en andere
groepen. Een volledig overzicht van de beroepen in Oirsbeek vond ik het in het historisch tijdschrift Schinnen, een uitgave van de werkgroep Historie Schinnen. O.a. te vinden in de collectie van Centre Céramique. Zelfs de bedelaars werden nog geteld!
Naast bovenstaande beroepen waren er in Oirsbeek nog een Pastoor en een Kapelaan. In Doenrade woonde F.J. Limpens, assesseur van de vrederechter.
Bronnen
Beroepstaat in de Franse Tijd te Oirsbeek en Amstenrade (1796)
In: Schinnen: Tijdschrift en contactblad voor geïnteresseerden in de geschiedenis van Schinnen. 1e jrg, nr. 3, juni 1985; p. 21-24
Website Historie Schinnen