Sturen op output
In onze verandertrajecten zien we regelmatig de negatieve effecten van inputsturing. Input is bij kenniswerk makkelijker te meten en de meeste meetsystemen zijn rondom input opgezet: hoeveel uren hebben we aan welk werk besteed? Onder de aanname dat input en output direct aan elkaar gerelateerd zijn, gaan we sturen op bezettingsgraad (zorgen dat iedereen goed volgepland is, want dan leveren we maximaal), gaan we schuiven met codes (uitnutting moet kloppen met budget, want dan zijn we voorspelbaar), gaan we gemaakte uren relateren aan voortgang (aantal bestede uren zeggen iets over voortgang), etc.
Het is geen rocket science om in te zien dat hier een hoop aannames worden gedaan die in veel gevallen niet opgaan. Helaas blijven deze meetsystemen en meetmethoden in stand. Deels vanuit gewoonte maar deels ook vanuit onbekendheid - onbekendheid met dat het anders kan en hoe je dat dan doet.
In dit kader het ik met interesse “Leiding geven zonder cijfers” gelezen van Filip Vandendriessche en Han Looten. In het boek wordt outputsturing uitgelegd en worden de verschillen met inputsturing helder uiteengezet. Vervolgens gaan de auteurs in op wat er komt kijken als je outputsturing als leidend principe in je organisatie toepast - voor manager en medewerker.
Het boek is lichte kost en vooral goed te lezen als beeldvorming - wat is dat nou, die outputsturing? - en een handreiking om de discussie over input- en outputsturing in je organisatie aan te zwengelen.
Een belangrijke constatering van de auteurs is dat een stap naar outputsturing vereist dat er vertrouwen is binnen de organisatie van management in medewerkers v.v. Dit is wat mij betreft een centrale vraag die in meer van de bewegingen van het “nieuwe werken” of “nieuwe organiseren” een cruciale rol speelt.











