Deze weblog is als opinie-artikel gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad van 5 februari 2019
Samen genieten, midden in de natuur. Zo presenteert Bospark ‘t Wolfsven in Mierlo zich aan vakantieminnend Nederland, Vlaanderen en ongetwijfeld ook Duitsland. Het is er goed toeven, zo weet ik uit eigen ervaring. Niet als vakantieganger, maar als tijdelijke bewoner voor vier maanden met toen een jong gezin - in between houses. En we waren ook in 2007 niet de enigen. “Wij zitten in een huisje op ‘t Wolfsven” stond in die tijd in de regio gelijk aan “we zijn aan het verhuizen”. Je moest wel opletten om meervoud te gebruiken. Want “Ik zit op ‘t Wolfsven” stond gelijk aan de mededeling dat je in een echtscheiding zat.
Wat als de markt faalt
Er is weinig mis mee dat vakantieparken dit soort natuurlijke fricties op de woningmarkt helpen oplossen. Maar fricties zijn er teveel in Brabant, met een woningmarkt die ruim een decennium na de kredietcrisis nog altijd niet in evenwicht is. Met een derde van de vakantieparken dat niet kan overleven zonder minstens 20% van de huisjes te verhuren aan niet-vakantiegangers. Met meer dan 100.000 arbeidsmigranten die verblijf zoeken, terwijl er toch al een nijpend tekort aan betaalbare huisvesting is.
Als markten falen, is een zichtbare hand van de overheid nodig. Aan de slag dus. Niet voor niets lanceerde de minister van BZK eind november samen met onder meer onze provincie een Nationale Actieagenda Vakantieparken. Een actieplan waarin zes Brabantse gemeenten als proefcasus fungeren. Gisteren lieten ook Provinciale Staten zich door een groot aantal (ervarings)deskundigen bijpraten over de dilemma’s rond vakantieparken.
Dilemma
Als we wonen zonder meer toestaan op al onze vakantieparken, dan breng je de dorpen en middelgrote steden in de problemen. Plekken die de woningbouw hard nodig hebben om bijvoorbeeld winkelleegstand op te lossen, de basisschool open en de leefbaarheid op peil te houden. Zonder meer toestaan doet ook inbreuk op de natuurlijke omgeving waarin veel parken zich bevinden. Een recreant heeft nou eenmaal een ander leefpatroon dan een bewoner, denk alleen al aan het veel intensiever autogebruik.
Maar als we wonen overal en per direct verbieden op de vakantieparken, treft dat ook mensen voor wie de reguliere woningmarkt (nog) niet toegankelijk en betaalbaar is. Ook komt dan de helft van de vakantieparken verder in financiële problemen, omdat ze al jaren te weinig (kunnen) investeren om op de recreatiemarkt het hoofd boven water te houden. En daarmee komt ook de werkgelegenheid op vakantieparken onder druk, waar in Brabant 63.000, vooral praktisch geschoolde mensen hun boterham verdienen. In Vlierden zette Roompot per direct vakantiepark De Bikkels leeg, omdat de gemeente Deurne niet met hen mee wilde gaan in het ‘omkatten’ van het park naar grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten. Maar wie neemt vervolgens verantwoordelijkheid voor zon leegstaand vakantiepark?
Ook de huidige, permanente bewoners op mooie parken als De Noenes in Haaren, L’Air Pur in Baarle-Nassau en Groenendries in Woensdrecht voelen onzekerheid. Zij mogen nu hun woning niet als permanente woning verkopen. Maar op de veel te ruime markt voor vakantiewoningen raken ze de woning nauwelijks kwijt. Dan zit er weinig anders op dan verhuur. Met als gevolg dat bewoners – zo vrezen zij – elkaar niet meer kennen en zich niet langer verantwoordelijk voelen voor het reilen en zeilen op het park. Verpaupering en criminaliteit liggen dan al snel op de loer.
Eén park, één plan
Aan de slag betekent voor mij: per park een plan. En dus géén generieke, algemeen geldende maatregelen, omdat die de problemen niet oplossen, maar verergeren! Alleen maatwerk kan de oplossing bieden, en dat is precies wat de nieuwe Omgevingswet biedt. Zo kan een gemeente er voor kiezen om alleen de huidige permanent bewoonde woningen op een park te legaliseren, maar meer echt niet toe te staan. Dan is het denkbaar dat een enkel goed ontsloten vakantiepark transformeert naar huisvesting voor kortverblijvende arbeidsmigranten, zonder dat het een ‘recht’ wordt voor iedere parkeigenaar om dat te doen. En dan kan een gemeente vol overtuiging een investering in de vitaliteit van een vakantiepark faciliteren, zonder dat het zich gedwongen voelt om niet levensvatbare ambities van andere parken te steunen. Niet wegkijken, niet toekijken, niet aankijken of de vrije hand laten, maar aan de slag. Het moet, het kan, per park een plan!