Brood en vissen, gedeelte uit het boek Rebible van Inez van Oord
Ze kwamen uit andere tijden. Tijden waarin mensen bijeenkwamen om te luisteren naar verhalen, zittend op het gras, aan de oever van een meer. Zonder eten en drinken, met alleen maar toewijding, alleen maar aandacht. De verteller sprak altijd in raadsels. Met een grote omweg. Wie oren had om te horen, die hoorde.
Maar toch, de woorden hadden wel uitleg nodig, allemaal achteraf natuurlijk, en iedereen zei weer iets anders. Langzaam maar zeker hoorde je de verhalen struikelen, vallen en opstaan en uiteindelijk verstomden ze, ze zeiden niets meer.
De tijd veranderde, werd directer en sneller, er was geen geduld meer voor raadsels. De mensen kwamen nog steeds bij elkaar, vaak op plekken waar genoeg te eten en te drinken was. Iedereen apart, aan eigen tafel, met eigen informatie. Wonderen mer broden en vissen zag je niet meer, maar de honger naar geestelijk voedsel bleef. Niet via raadsels. ‘Mag het rechtstreeks?’ hoorde je de mensen zachtjes zeggen en je zou denken dat niemand het hoorde. Maar ik wel, omdat ik net zo dacht.
Alle teksten werden bij elkaar gelegd, alle wonderen op een hoop. Stukken geblokt, gewist. De pen ging erdoorheen. Ga op je doel af, houd het kort! De snelste weg! En aan het einde van de oefening bleef er maar één woord over.
Dat was het. Een woord was genoeg: het woord Zijn, met een hoofdletter. Dat bleef staan. Na alle wonderen, parabels, verhalen. ‘Zijn’ bleef over.
Het lag verborgen in de woorden als brood en vis, wijnstok en licht. Maar nu stond het er gewoon. Kort en krachtig. Zijn. De kortste weg, naar ons, naar binnen, naar mens.
Bron: Rebible - ontdekking van vergeten verhalen door Inez van Oord, genomineerd voor het beste spirituele boek 2018