Lijfbieder
De hij als vestiging die als een loting in het dienstgras ligt. Hopen, nee bidden, dat je opgeroepen wordt. Ze hebben het legergroen al je huid in gewreven, de strijdvaardigheid. Met welke naam je gecommandeerd wil worden, schelm die je bent, lorejas. Ze vragen je een lichaam te bedenken dat zeer heeft, dat lichaam te worden, om vanuit dát gestel te denken. Waar ligt de pijngrens van dit zoeken? Lijd je meer vanuit het bedachte lichaam of vanuit de eigen kolonie? Het antwoord is er een waar je zuinig op moet zin, koester het, zoals je dit veldliggen koestert. Er zijn mogelijkheden, jazeker. De borstkas kunnen we openbreken, en de zij het lam, eruit halen. Grofweg zijn er twee type scheuren: in de metselmortel of in het stuccen. De één is gevaarlijk, de ander vooral lelijk. Je moet weten: er is kans op woononveiligheid. Ze vragen je de loting te bedenken die heimwee heeft. Wat ga je doen als je door melancholie bevangen wordt? Het lam kan niet worden teruggestopt, onthoud: niet worden teruggestopt. Eenmaal in het tweegevecht is het onmogelijk nog je vuisten te laten zakken. Ze vertellen gewoon de mogelijkheden, gladbek die je bent. Ze kunnen je wat vellushaar boven de lippen beloven, donkere wenkbrauwen als zwerken boven die hemelachtige ogen. De kwetsuren met ontleedmesjes verwijderen, maar nooit het gedonder van de dodemansmars op de lessenaar. Ze kunnen alleen voor kit of cementpleisters zorgen. Pas als de wapening in de constructie gaat roesten, wordt er actie ondernomen. Ze vragen je een lijfbieder te bedenken, om hem te worden, om vanuit het schaap te denken en leven te schenken.
Lucas Rijneveld, Komijnsplitsers














