16 juni. Hij: “Wat is dat?” Zij: “Dat zijn kikkers.” Hij: “Je zult hier maar net een huis hebben gekocht. Daar kun je toch niet van slapen. Wat een lawaai.” Zij: “Ik weet niet wat ik erger vind.” Denkend aan de auto’s die op de rotonde zo hard optrekken dat ze hun knalpijp een paar meter verderop verliezen. Hij: “Kwaken ze het hele jaar?” Zij: “Nee. En anders doe je toch oordoppen in.” (Of je gehoorapparaat uit. He, buurman bollenboer. Wat een leuk verhaal, buurvrouw.) PS Zijn het groene kikkers? Of bruine kikkers? Misschien zijn het wel paddengeluiden. Nee, padden kwaken niet. Die knorren. (Net als Hij. En buurman bollenboer kan het ook. Heel goed.)

















