Opleiding: Kunsten Utrecht (HKU) Bachelor Fine Art, Arnhem
De Ateliers, Amsterdam 2018 - 2020
Kun je je atelier omschrijven?
Momenteel ben ik bezig met een residentie in Blaricum. Dit is één van de residentie-ateliers van de Dooyewaard Stichting. Het residentie woon-atelier waar ik in zit, is het stipendium atelier. Elk jaar mag er een nieuwe net afgestudeerde Fine Art student van de HKU voor één heel jaar in dit woon-atelier werken en wonen. Ik ben dit jaar de gelukkige die deze prijs heeft gewonnen.
Het is een huisje met een rieten dak in omgeven door redelijke rust met een binnenkant van lichte chaos van tekeningen, schilderijen en materialen. Door de rust in de omgeving kan ik mij enorm focussen/concentreren op het bedenken en maken van werk.
Van alles, soms momenten in je directe omgeving. Laatst fietste ik in de nacht terug naar huis. Dit fietsen deed ik op een ietwat lange weg tussen weilanden. Opeens zag ik schapen liggen achter het hek van een weiland. Pas toen ik afstapte en een foto met flits gemaakt had zag ik de glinsterende oogjes turen. Ze lagen verscholen in het gras te kijken naar willekeurige voorbijgangers. Het is niet dat ik dan gelijk schapen ga schilderen (al zal dat ook geen slecht idee zijn), maar de sfeer van dat moment kan gevangen worden in de foto en later vertaald worden door een schilderij van bijvoorbeeld glurende wezentjes.
Inspiratie haal ik ook uit mensen of onderwerpen die ik online of offline ontdek. Ik word geïnspireerd door verschillende mensen en onderwerpen. Een voorbeeld is de ontwikkelingen in de technologie die invloed heeft op de mens. Bijvoorbeeld lichamelijke extensies of bepaalde gereedschappen. De mens is een gereedschap makend wezen, van hamer tot huis. Je hebt gereedschappen waardoor de mens steeds meer van de wereld, en dus ‘waarheid’ kan zien.
Dit kan bijvoorbeeld door een thermografische camera , dat maakt het mogelijk om op een bepaalde manier visueel hitte te aanschouwen. Mensen die ik interessant vind zijn bijvoorbeeld Hiroshi Ishiguro. Hiroshi Ishiguro heeft onder andere een bepaald soort type robot gemaakt/laten maken die erg veel op hem lijkt. Later heeft hij lichte plastisch chirurgische ingrepen voor zijn gezicht toegepast om te blijven lijken op die robot, want hij verouderd natuurlijk sneller dan die robot, waardoor hij niet meer op zijn toenmalige ik en dus die robot lijkt.
Een ander interessant en bekend voorbeeld is Neil Harbisson. Deze meneer is kleurenblind en heeft een apparaat in zijn hoofd laten zetten waardoor hij onder andere de kleuren om hem heen kan ‘horen’.
Heb je tijdens je academietijd je eigen geluid ontdekt of erna?
Tijdens de academietijd heb ik een eigen geluid ontwikkeld of ontdekt. In mijn eerste jaren heb ik veel geëxperimenteerd met verschillende vakken. Maar uiteindelijk begon ik steeds meer te schilderen. En in het laatste jaar ontstonden het soort figuratieve verhalende schilderijen waar ik nu nog op door werk.
Kun je vertellen over hoe je begint aan nieuw werk? Start je met een idee, een verhaal of een beeld?
Verschillende schilderijen hebben verschillende toenaderingen nodig. De kleinere, meer intuïtievere schilderijen begin ik gewoon aan. Dit doe ik zonder schets of idee. Ik probeer het schilderij gewoon te laten ontstaan.
Voor de, meestal grotere, schilderijen maak ik schetsen. De schetsen maak ik meestal met stift op papier. Dan bedenk ik de compositie en het hoofdverhaal. Tijdens het schilderen kan er nog veel gebeuren en dus veranderen, maar het verhaal blijft vaak hetzelfde. Bijvoorbeeld, slangen die jagen op een voet terwijl een meerval die slangen al lang weer te pakken heeft en een ander wezen de meerval goed in de gaten houd. Of een breder verhaal, waar allerlei figuren een ketting met ogen en parels proberen te pakken. Natuurlijk kunnen er tijdens het schilderen zij verhalen ontstaan, maar het hoofdverhaal blijft grotendeels hetzelfde.
Kun je je nog herinneren dat je besefte dat je een werk gemaakt had dat uniek was en dat je achteraf als een soort startpunt zou kunnen markeren?
Dit kan ik mij deels nog herinneren. voor het eerst of in hele lange tijd had ik een schilderij gemaakt zonder te bedenken wat erop moest. Toen kwam er een schilderij uit die later het begin leek van mijn schilderijen met herkenbare figuren in een jungle omgeving. Voor dat moment schilderde ik vooral figuren waarin ik figuren zag - en de meeste mensen wat strepen.
Ik vind het interessant dat ik juist duidelijkere schilderijen ben gaan maken door het toen los te laten van een duidelijk schilder-plan. Nu kan ik schetsen maken voor mijn schilderijen met de gedachten dat sommige figuren duidelijk worden en andere meer vervreemd.
Wanneer is een schilderij af voor jou?
Ik probeer ‘intuïtieve’ en ‘verhalende deels georkestreerde’ schilderijen te maken. De intuïtieve schilderijen begin ik aan zonder plan of schets en voor de ‘verhalende deels georkestreerde’ schilderijen maak ik schetsen voor de compositie en bedenk ik een hoofdverhaal.
Persoonlijk vind ik het vaak erg moeilijk wanneer een werk af is. Je kan te lang door schilderen of te vroeg stoppen. Ik poog een evenwicht te brengen in de onduidelijkheid en duidelijkheid in het beeld. Ook probeer ik bij de verhalende en deels georkestreerde werken een hoofdverhaal en meerdere zijverhalen toe te voegen. Een voorbeeld is dat grote wezens een ketting met ogen en parels proberen te bemachtigen maar ergens in het schilderij kleine wezens met elkaar worstelen om iets totaal anders.