Nog een mooi voorbeeld is Birds van Anouk. Ik weet niet of ik die song nou geniaal moet vinden of dat het een draak is. Wat ik wel weet is dat hij qua akkoorden wel langs erg veel toonsoorten meandert. Er is bijna geen grip op te krijgen en dan is het laatste refrein ook nog eens een toon hoger dan eerste twee!? Het is prachtig gezongen en gearrangeerd, maar het is wel bont. Heel bont.
Mijn ervaring is dat je je trucjes spaarzaam moet gebruiken en dat ze op die manier extra krachtig zijn. Kijk naar de song van Sinead O’Connor. Met maar twee akkoorden creëert ze een wereld van verschil en een moment wat daardoor heel erg beklijft. Als je dat te vaak doet verliest het concept zijn kracht.
We beginnen langzamerhand aan het einde van deze serie te komen. Volgende keer een ander voorbeeld van mooi meanderen met De Beatles.
Aan het einde van het couplet klinkt een niet laddereigen A majeur. Die leidt vervolgens naar de D# majeur die het refrein opent. Dat akkoord klinkt als een klap in je gezicht, schudt je wakker en Sinead kan er al haar frustratie in haar zang over kwijt door eens goed uit te halen. Ze wil echt tot haar geliefde door dringen op dit moment en dat doet ze! De rest van het refrein is opgebouwd uit Bb, Dm en C. Gewoon weer netjes in de toonladder van F dus. Maar dat éne momentje dat ze naar die D# grijpt. Die maakt de song! Dit nummer werd trouwens geschreven door Prince.
Tot nu toe hebben ik je een aantal mooie voorbeelden laten horen. Er zijn echter ook mensen die het wel heel bont maken op het gebied van harmonische changes. Daarover volgende keer meer...
Het couplet van deze song staat in C mineur, maar het refrein staat in F mineur! Je hoort hier een heel duidelijk contrast in de feel van het refrein ten opzichte van het couplet. Geweldig mooi gedaan. Die kerels (en dame) van No Doubt houden overigens wel van dit trucje geloof ik want ze gebruiken het ook in hun hit It’s My Life. Ook hier staat het refrein in een totaal andere toonsoort. Het couplet staat in E majeur en het refrein in Bb mineur. Zo moduleren beide songs eigenlijk heen en weer. In It’s My Life merk je echter wel dat het moeilijk is om weer terug te komen naar de toonsoort van het couplet (1.14min). Ze hebben wel 4 maten van praktische stilte en productionele trucjes nodig. Heen moduleren is vaak makkelijker dan terug ;). It’s My Life hebben ze overigens niet zelf geschreven. Het is een cover van Talk Talk.
Volgende aflevering: Sinead O’Connor. Die heeft maar 1 akkoord nodig om je op te tillen...
Toen ik thuis kwam ben ik het nummer eens uit gaan zoeken en wat blijkt is dat het couplet in Fm staat en het refrein in Ab. Niet echt een andere toonsoort dus aangezien Fm de mineur parallel (wat dat betekent lees je hier) is van Ab, maar toch een verklaring voor de veranderende feel. Ab majeur is gewoon de 3e trap in de toonladder van F mineur. Het is het zelfde harmonische materiaal, maar hij verlegt de nadruk van de grondtoon. Een ander leuk detail is overigens de verlaagde kwint die hij in het refrein zingt (0.55min).
Mijn enthousiasme over deze song zette me aan het denken over refreinen en hoe die zich harmonisch verhouden tot het couplet. Heel veel liedjes (heeeeeel veel liedjes) zijn opgebouwd uit 1 toonsoort en gebruiken bijna geen akkoorden die niet in die toonsoort zitten. In het refrein is het eerste akkoord dan 9 van de 10 keer de grondtoon van de toonsoort. Maar het kan ook anders en je zult zien dat je met een andere benadering vaak een groot ‘lift’ gevoel kunt bewerkstelligen.
Welke ‘trucs’ kun je allemaal uithalen en hoe kun je een contrast creëren tussen je couplet en je refrein? Ik heb er een soort miniserie over geschreven en de blog van vandaag vormt aflevering 1. De komende tijd analyseer ik nog veel meer voorbeelden. Qua muziektheorie wordt het hier en daar misschien best even pittig, maar ik daag je uit me te volgen... In de volgende aflevering: Avril Lavigne!
Liefs Daniel.