Corpsballen
Een tijd geleden schreef ik een stukje over studentensletten. De onverzorgd uitziende studentes met lange blonde haren, (te) korte rokjes, (te) dunne zwarte panty's en cowboylaarzen aan die nog goor zijn van de avond zuipen ervoor. Niet minder erg is hun mannelijke equivalent: de corpsbal. Net zoals studentensletten zien ook corpsballen er allemaal hetzelfde uit: lange vette haren (want voor de kapper hebben ze geen tijd/zin/geld?), jasje dasje voor speciale gelegenheden en Nike Air Max voor een middagje studeren in de U(niversiteits) B(ibliotheek). Maar gisteren viel mij iets op. Ik was zojuist met vriendlief wezen uitwaaien op de (verschrikkelijke) boulevard van Scheveningen - waar we per ongeluk op een kerstmarkt stuitten, ik oliebollen en chocomelk voor het goede doel kocht en in de rij ging staan voor een stuk banketstaaf zo lang als de winkelstraat zelf - toen in de trein van Den Haag HS naar Rotterdam CS drie corpsballen mijn aandacht trokken. Deze drie mannen zagen er namelijk niet alleen precies hetzelfde uit, ook spraken ze op precies dezelfde manier: gebrabbel met een Gooische 'r' en in het bezit van een vocabulaire waar Jort - hoe heurt het eigenlijk - Kelder jaloers op mag zijn. Maar hoe kan dat? Hoe kan het dat jongens van verschillende middelbare scholen, uit verschillende delen van het land en met verschillende ouders zich een bepaalde manier van spreken aanmeten en dit - bovenal - de normaalste zaak van de wereld lijken te vinden? Is het aanleren van dit studentengezwets een vast onderdeel van de ontgroening - evenals de bangalijst - of wordt hen het zwijgen opgelegd als ze deze spreekwijze niet hanteren? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik het als ouder genadeloos af zou straffen. Het klinkt niet alleen belachelijk, maar het zorgt er ook voor dat je onderdeel wordt van een eenheidsworst. Of ik die worst lust? Ja. Rauw graag.












