Metropool
Ik ben een grote oude stad. Mijn stadswallen rijzen sterk en hoog om mij heen. De stevige houten brug en hoge poort maken mij voor alles en iedereen toegankelijk.
Als toerist wil je mij bezoeken. Ik ben bekend, berucht, geliefd en excentrisch. Je waant je door mijn gezellige straten vol kleur, cultuur en wekenlang durende festivals.
Ik geef je het anonieme vrije gevoel van opgaan in mijn menigte en het knusse van samenhorigheid. Onder invloed van drank en drugs word je één met mij en kom je klaar in poelen van een gevoel van liefde.
Je voelt herkenning en warmte verrassing en begrip. Ik nodig je uit om te blijven binnen mijn stadsmuren om mij verder te ontdekken en te waarderen.
Je bekent; je voelt je al thuis en wilt je settelen in mij. Je dwaalt nieuwsgierig verder rond en komt bij één van mijn vele onbekende steegjes. Het begint smal maar het opent zich in een open groen, omringd door stadsmuren. De stilte van al mijn begraafplaatsen lijkt het er te bevangen.
Het zijn mijn dagenlang durende zondagen van poelen van stille gedachten en rust. Daar leven ze in mijn geheime tuin waar alleen vaste bewoners weet van hebben.
Je staat versteend, waar dagenlang de muziek schalde klinkt je eigen adem nu als een echo over mijn vlakte. Het lijkt een verstikkende rust die maar enkelen zullen begrijpen en kunnen verdragen.
Ik voel dat dit moment van zoveel niets jou benauwd. Je keert om, struikelt en maakt haast. Je weet snel maar met moeite mijn brug te bereiken. Aan het einde draai jij je nog één keer verward en niet begrijpend om.
De nu vriendelijke rust zwaait je gedag en een briesje fluistert zacht en lief in je oor; “Bedankt en tot ziens in het tegenpool van mijn Metropool”.

















