16 — Geen tegenspraak, geen geduld
Ik wil onmiddellijk begrijpen. Ik wil er onmiddellijk bijhoren. Ik ga naar een concert, en ik vraag je of je het goed vindt. Je zegt “Ja!” en ik zeg ook “ja!” Maar ik weet niet wat ik gezegd zou hebben als je “nee” had gezegd.
That is the nature of taste — in a culture of honesty.
Mij maakt de feitelijke waarheid niet veel uit. De sociale wel. En die is politiek, in de zin dat ze gebouwd is op overeenkomsten. Ik wil dat we overeenkomen.
Houdt dat een beetje steek?
Wat jij leuk vindt, is wat anderen leuk vinden aan jou. Dat is toch min of meer hoe het behoort te zijn, lijkt mij. Wij mikken nogal op herkenning, is mijn indruk. Wij willen herkend & erkend worden, daarom tonen we ook wat we leuk vinden, waar we van houden, waar we iets van afweten; wat we begrijpen. In de hoop begrepen te worden.
(Ergens houdt een backup harddrive een geschiedenis bij, van al jouw ‘likes’. Dat is je identiteit.)
Smaak staat ons toe gemeenschappen te maken. En dus ook, zo wil de woordspeling, gemeenschap te hebben. Smaak is hoop. Smaak kan de wereld redden.
(Een kleine bibliografische voorspelling: de kroon op het werk, op alle werk, moet een trilogie zijn. A Politics of Taste. Geen smaak zonder interactie, daarover gaat het, ongeveer. De drie respectieve delen heten A Grammar of Taste, A Rhetoric of Taste en A Symbolic of Taste. Exhaustief, jazeker.)
Wat de wereld nu nodig heeft, is smaak. Zoete smaak. Of zure. Of zout, bitter, umami, en meer. Maar zoals we nu wel weten: geen smaak zonder interactie.
Eigenlijk moet er ook hier interactie zijn. Heb ik mijn deel gedaan?