NVDS — Geen nieuwe onzin?
We moeten weerloos zijn, om waardevol te worden.
We blijven ronddwalen in het wilde woud der Westerse waarden. Eerder had ik het al over de Grote Vraag: welke waarde is essentieel? Waar klopt het hart van het Avondland nu écht? Kunnen wij, vrij en democratisch zijnde, het over onze prioriteiten eens geraken?
Heeft prioriteit een meervoud?
Laat ik dit keer beginnen met wat ik nét in de krant las: “de rechtsstaat is het hart van de liberale democratie.” Dat zegt politicoloog Hanspeter Kriesi tegen correspondent van De Standaard Marc Reynebeau. Maar je weet: grote woorden komen nooit alleen... en het is blijkbaar niet zo’n grote sprong, van ‘liberale democratie’ naar ‘Europa’. Kriesi definieerde namelijk lustig verder, en identificeerde meteen ook wat ‘de Europeanen’ zoal willen in het leven:
“Wat ze echter nog meer prioritair vinden, behalve de rechtsstaat, is sociale democratie en rechtvaardigheid. Ze zien de welvaartsstaat als een integraal onderdeel van de democratie.”
Het hart van de Europeaan heeft vele kamers. Daarin verschilt hij niet veel van de andere wereldburgers, me dunkt.
De vraag van de correspondent — waarom populisme zo, euh, populair is (gevolgd door de vraag, wát zij precies is) — is op zich best intrigerend. Immers, ‘het Westen’ lijkt daar in de politiek nogal mee te worstelen: de EU lijkt haar unieke eensgezindheid kwijt te geraken, in crisis na crisis na crisis, en ook ons lichtend voorbeeld, de Verenigde Staten, ziet zich onverklaarbaar schaak gezet door de meest postmoderne presidentskandidaat uit hun korte geschiedenis.
Populisme - democratie: 1 - 0?
Anderzijds is populisme ook gewoon een verderzetting van wat we in de economie zien. Want is populisme geen letterlijke vertaling van kapitalisme naar democratie? Is het een toeval dat Trump een zakenman is? Populisme als aanbod, dat luistert naar de vraag van het volk.
Politiek als economie, voortgezet met andere middelen.
Ik besef dat kapitalisme een zéér beladen term is. Maar ook zij wordt vaak met ‘westersheid’, Verlichting en de seculiere samenleving in verband gebracht — dat is deel van haar beladenheid. Daarom kunnen we het daar gerust even over hebben. Vrijheid van meningsuiting enzo.
Kunnen we het er niét over hebben?
De waarde van geld heeft de andere waarden naar haar hand gezet. Zo zie ik het, met mijn beperkte blik. Zegt de theorie niet dat er een wisselwerking is tussen de economische realiteit (de onderbouw) en hoe het menselijke gedrag zich uit (de bovenbouw)? De relatie is niet één-op-één, maar dat ze wederzijds afhankelijk zijn, lijkt mij vanzelfsprekend. Zowel in vette, als in magere jaren.
(Als de onderbouw het overneemt, het zuiver economistisch denken, is efficiëntie het eeuwige modewoord. Geld stroomlijnt organisaties, dicteert prioriteiten, en geeft machthebbers gelijk. Geef nu toe: efficiënt is toch beter dan inefficiënt? De bovenbouw, van zijn kant, kijkt een beetje neer op de onderbouw, alsof zij alleen maar aan geld denken, alsof zij geen verbeelding hebben; alsof er een soort spirituele winst bestaat, die niet exact becijferd kan worden. Cijfers tegen letters, bijna.)
De dynamiek van vraag en aanbod is de essentie van elke economische redenering, het is de basisvoorwaarde, de oerpremisse. Dus lijkt het mij wel waardevol om daar ook even bij stil te staan, in het kader van ons waardenonderzoek.
Het vrij handelen, naar de dictatuur van vraag en aanbod, zou er automatisch voor zorgen dat diensten en goederen optimaal verdeeld geraken. En het lijkt inderdaad vanzelfsprekend dat een overproductie (of overaanbod) op de ene plek uit zichzelf op zoek gaat naar een andere plek waar een tekort is, wat zich dan vertaalt in de prijs, zodat het gedrag van consumenten in de goeie richting gestuurd wordt. Bijzonder logisch. Daaruit volgt, in theorie, dat de prijs die je betaalt altijd rechtvaardig is.
De prijs is altijd juist, in theorie.
In de praktijk voelt dat natuurlijk anders. Kijk maar eens naar de o zo belangrijke huizenmarkt: aangezien Brussel de duurste stad is om te wonen, moet zij dus ook het meest waardevol zijn. Ah ja?
En laten we ook even kijken naar cultuurconsumptie, want... waarom niet? Talloos zijn de verzuchtingen van kunstenaars, acrobaten, muzikanten, mediamakers, schilders en schrijvers die in de mainstream zien dat wat meest opbrengt — wat het meeste invloed heeft —, meestal een vlekkeloze, smetteloze, zielloze imitatie is van een eerder succes. Een hol herkauwsel. Een verarming, gestuurd door verrijking.
Karikatuur: heeft X al gewerkt? Dan gaan we — vóór we eens iets anders proberen — nóg eens voor X!
En wat van de film? Vans gelijke! De blockbuster-wereld is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van deze problematiek. Duidelijk en groot is de consensus anno 2016 in de niet (exclusief) op tieners gerichte media: enkel sequels doen het nog goed. Echt goed, dan toch. Zij zijn de recordhoudende regel. Ik noem het Avengers-universum van Marvel: het duidelijkste voorbeeld. Het studiosysteem zit nu zo in elkaar dat het daar op grote schaal kan investeren, met winst. Pure vraag en aanbod: het kost véél dineros om te maken, maar de investering is solide, omdat die films iedereen (nou ja) een béétje aanspreken. De structuur van multiplexen laat dat ook het beste toe. Een voorbeeld, of een uitwas, van, jawel, populisme. Populariteit als kunstvorm.
En de acteurs en regisseurs zien hun broodjes zo ook gebakken: zij krijgen hun deel van de koek, wat ze in het béste geval gebruiken om wat onafhankelijker, eigenzinniger films (of andere projecten) uit de grond te stampen. En zo ontstaat een conservatieve ecologie: je hebt de grote brol nodig, om de kleine juweeltjes af te leveren.
Denk daar maar eens onpartijdig over na!
Wat doen we met de link tussen het Westen en het kapitalisme? Of ook, en dat is al evenzeer speculatie, de familieband tussen Verlichting en rationalisme? Of toch minstens rationalisering?
(Heeft Verlichting immers geen voedingsbodem in de economie? Of heeft de Verlichting dezelfde voorouders als het kapitalisme?)
Een kleine theorie: wie Verlichting zegt, zegt waarheid, een ontsnappen aan onnodige, onhoudbare, zelfopgelegde beperkingen. En dus ook: een soort efficiëntie. Een optimalisering van het geestelijke leven. Een kritisch omgaan met de essentie.
Het gekke is: bekende figuren uit de ‘lange achttiende eeuw’, zoals Voltaire en Leibniz — die mee de Verlichting hebben, euh, aangestoken —, waren net zot van China, en het Verre Oosten! Zij zagen daar namelijk voorbeelden in om na te volgen, in de intellectuele ontvoogdingsstrijd van hun tijd. Hoe Westers is dat dan nog? Of denk aan Spinoza, nog zo’n kanon in de canon: van alle centrale filosofen (van Europa en Noord-Amerika, dus) wordt er niémand als méér 'Oosters' ervaren dan hij — als afvallige Joods-Nederlandse meetkunde-theoloog kan dat wel tellen.
En toch kon de Verlichting blijkbaar enkel hier, uit een christelijke traditie, ontstaan?
De tegenstelling tussen West en Oost heeft zich al in myriaden verschillende gedaanten gemanifesteerd, de ene al gedrogeerder dan de andere. De laatste twintig (?) jaar wordt ze voornamelijk economisch uitgedrukt. En het Westen leidt, right? Toch nog even?
Maar hoe gaat dat precies in zijn werk? Is het feit dat de Hollywoodfranchises worden uitgevoerd naar de Aziatische markt dan een voorbeeld van verwestersing? Als ‘ons geld’ naar daar gaat, gaan onze waarden dan mee? Is er dan ook culturele vermenging als ‘hun winst’ naar hier komt? Anders gezegd: kan de bovenbouw invloed uitoefenen op de onderbouw?
Wordt de Verlichting verduisterd door de export van goederen?
We denken dat we westers zijn, en dat dat een (verlichte) verdienste is. Maar elke benadering van die idee, of een idee dat erop lijkt, kan al snel problematisch blijken.
(Wie er trouwens vanuit gaat dat de economie effectief de onderbouw is, die alle bovenbouw regeert (cultuur, mening, maatschappij), zal moeten toegeven dat de dominante (westerse) waarden strictu sensu niet eens moeten verdedigd worden. Ze verdedigen zichzelf toch wel, met hun recht van hoger bod, hun powerpoints en rentepunten? Het lijkt wel een wetenschap. Spreek tegen, wie dat wil, maar zijnhet niet eerder de rechts-liberale ideologen die de verdediging van ons Westers model op zich nemen? De linkerzijde is toch te soft, met hun gefaalde multiculturalisme als begin van de verwatering?)
Wat ik wil, is dat we durven nadenken over de meest banale clichés waar ons publieke discours rond draait (rondjes draait). Dat we weer naar onszelf durven te kijken met de ogen van de Ander, om te zie dat we Dezelfde zijn.