Mijn kinderjaren
Ik ben in 1954 geboren, in de mooie stad Almelo. Ik werd zeven dagen te vroeg geboren. Dat vonden mijn ouders niet erg. Stel dat ik zeven dagen te laát was geboren; die eerste week is juist zo leuk en die hadden ze dan moeten missen.
Ik ontpopte me al snel als een braaf kind. Abnormaal braaf. Mijn ouders hebben me zelfs een keer gebeden en gesmeekt of ik alsjeblieft toch ook eens ondeugend wilde zijn, maar ik trok me er niets van aan.
Het enige dat op mij viel aan te merken was dat ik nogal dromerig van aard was. Wat heet dromerig: ik heb een keer een half uur aan de kapstok gehangen omdat ik vergeten was mijn jas uit te trekken. Zo dromerig was ik in die tijd.
Mijn moeder sprak bezorgd: 'Oons Herman is kats op 't rabat!' Bij ons thuis sprak men erg plat. Nu spreekt men in Twente toch al erg plat, maar bij ons thuis sprak men wel héél erg plat. Kijk: de heer en mevrouw 'Huiskes’, dat wordt in het plat heel eenvoudig: de heer en mevrouw
'Huuskes’. Maar bij ons thuis werd 'Janssen' al 'Huuskes’
Zo enorm plat spraken wij thuis.
En in 1968, u weet wel, toen Jan Huuskes de Tour de France won, stond ik weer eens te dromen in de slagerij. 'En, wat zal het wezen?' riep de slager mij wakker. 'O, meneer, mijn moeder wou graag een zelfgemaakte rookworst? 'En wat heb ik daarmee te maken?' 'O, dat weet ik niet, meneer” Ik had daar weer eens geen antwoord op en liep onverrichter zake naar huis.
Die middag schafte de pot wederom boerenkool zonder worst. Ik keek naar mijn bord en zag tussen de boerenkool een levende slak kruipen. Klinkt gek, maar nú nóg lust ik geen slakken.










