Hoe is de toestand van de Twentse textielindustrie nu en in de afgelopen twintig jaar?
Als historici zijn we vooral bezig met een geordend, waarheidsgetrouw beeld van het verleden te scheppen. Een belangrijk gegeven daarbinnen is het leggen van causale verbanden binnen de geschiedenis. Oorzaak en gevolg. Het verkláren van bepaalde situaties, gebeurtenissen of omwentelingen.[1] Wáárom is iets gebeurd? Hoe kunnen we dit verklaren? Om een volledig antwoord te kunnen geven op de hierboven gestelde vraag, is het daarom ook enigszins van belang om te kijken hoe zo’n textielindustrie in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden überhaupt heeft kunnen ontstaan.
Het feit dat Twente, en daarmee Nederland, een textielindustrie op de been zette is eigenlijk aan te wijzen als een rechtstreeks gevolg van de Belgische Opstand van 1830. Deze opstand, gericht tegen koning Willem I der Nederlanden (1772 – 1843, r. 1815 – 1840), heeft tot de uiteindelijke onafhankelijkheid van België geleid.[2]
De textielindustrie bevond zich destijds vooral rond Gent, waardoor deze industrie, een belangrijke bron van inkomsten voor de staat, met de Belgische afsplitsing van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verloren zou gaan.
Vrijwel direct na de opstand gaf koning Willem I de Nederlandsche Handel-Maatschappij (vaak gezien als een poging om de Vereenigde Oostindische Compagnie nieuw leven in te blazen) secretaris Willem de Clercq (1795 – 1844) opdracht om binnen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een nieuwe locatie te zoeken voor de textielindustrie.
De enigszins geïsoleerde regio van Twente, sprong hem daarbij direct in het oog. Reden hiervoor was dat het gebied bestond uit een grote hoeveelheid boerengemeenschappen, waar sprake was van veel thuisspinners en wevers.
Een, naar verluid toevallige, ontmoeting tussen Willem de Clercq en de Engelse textieltechnicus Thomas Ainsworth (1795 – 1841) in Hengelo heeft geleid tot de oprichting van een weefschool te Goor in 1833. Het doel van deze weefschool zou zijn de arbeiders in Twente het gebruik van het nieuwe weefgetouw met de snelspoel/schietspoel (een verbetering op de smietspoel) te leren. Thomas Ainsworth was, evenals Willem de Clercq vanuit zijn christelijke opvattingen, voorstander van het in stand houden van de handnijverheid. Grote fabrieken zouden schadelijk zijn voor de geestelijke toestand van arbeiders.[3]
Een ander belangrijk persoon binnen het onstaan van het textielwezen in Twente is Charles Louis de Maere (1802 – 1885). De Maere liet zich na de Belgische Opstand van 1830 naturaliseren tot Nederlander en verplaatste zijn textielweverij van St. Niklaas naar Enschede. Een ontmoeting daar met De Clercq en Ainsworth zou van groot belang blijken voor de verdere ontwikkeling van de Twentse textielindustrie. De Maere speelde vooral een belangrijke rol in de scholing, maar ook in de verbetering van de werkomstandigheden in de textielindustrie. In 1832 stichtte hij de fabriek en villa Schuttersveld[4] en het landgoed Nieuwlust.
Thomas Ainsworth begon zich steeds meer te richten op de productie van fijnere soorten katoen, zoals cambric/batist (een fijn weefsel van linnen, wol, katoen, zijde of kunstzijde). Op verzoek van de Nederlandsche Handel-Maatschappij stichtte Ainsworth een modelweverij met kettingsterkerij en een vlasspinnerij.
5 dagen voor de eerste steenlegging van de fabriek, die plaatsvond op 14 mei 1836, werd besloten de nieuwe nederzetting de naam Nijverdal te geven.[5]
Je zou je kunnen afvragen of er zónder het uitbreken van de Belgische Opstand überhaupt in de periode van 1830 – 1850 een textielindustrie zou zijn ontstaan zoáls deze is ontstaan in Twente. Het zou evengoed zo geweest kunnen zijn dat de textielnijverheid zich, tot de daadwerkelijke explosie aan industrialisatie en fabrieken die als figuurlijke paddestoelen uit de grond schieten, enkel had beperkt tot thuisnijverheid in de vorm van thuisweverij, thuisspinners, etcetera. Dit is natuurlijk een hypothetische speculatie achteraf, maar het daarom niet minder waard om je dit af te vragen.
De Belgische Opstand heeft er in ieder geval voor gezorgd dat een persoon als Charles Louis de Maere zich met zijn textielweverij naar Nederland heeft verplaatst en zich heeft ingezet voor de scholing en betere werkomstandigheden voor arbeiders.
Bovendien is de Belgische Opstand de aanleiding geweest voor Willem I om De Clercq erop uit te sturen en een geschikte omgeving te vinden voor het opbouwen van een textielindustrie, met alle gevolgen van dien.
[1] Historisch Denken, hfdst. 1, Dick van Straaten e.a., van Gorcum 2012
[2] Algemene geschiedenis der Nederlanden H.F.J.M. van den Eerenbeemt e.a., Fibula-van Dishoeck, Haarlem
[3] Het Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830, Willem de Clercq, 1811-1830, Universiteitsbibliotheek Amsterdam
[4] http://www.industrieelerfgoedtwente.nl/pages/villas/schuttersveld/schuttersveld.htm
[5] http://www.regiocanons.nl/overijssel/salland/hellendoorn/ainsworth