_ Fan art film “The Better Angels”
seen from China
seen from United Kingdom
seen from China

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Canada
seen from China
seen from United States
seen from Türkiye
seen from Denmark
seen from Russia

seen from United States

seen from T1
seen from Italy
seen from Colombia

seen from Türkiye
seen from China
seen from Morocco

seen from T1
_ Fan art film “The Better Angels”
❀ The Better Angels ❀
Brit Marling (Nancy Lincoln) nel meraviglioso film: “The Better Angels”.
The Better Angels è un film del 2014 diretto da A. J. Edwards, produttore Terrence Malick.
Celebrating #TheBetterAngels star @dianekruger’s birthday today by giving away copies of the film! (US entries only)
Filmjaar 2015
Het maken van Top 10-lijstjes aan het einde van het jaar is natuurlijk een volstrekt populistische bezigheid waarin je films met elkaar vergelijkt die helemaal niet te vergelijken zijn, maar je wel fijn wat werkjes op een rijtje kunt zetten die laten zien dat jij echt wel pretentieuze arthousecinema kunt waarderen naast je commerciële Hollywoodtroep. Dit is die van mij.
Behalve dan dat de films in alfabetische volgorde zijn gerangschikt (omdat kunst geen competitie is) en het er 20 zijn in plaats van 10. Het was immers een uitstekend jaar voor film. Zoals het oude spreekwoord luidt: ben je het daar niet mee eens, dan heb je gewoonweg de verkeerde films gekeken. Of niet voldoende van de juiste. Ik zou voorstellen om eens een beginnetje te maken met één van onderstaande films.
The Better Angels (A.J. Edwards, VS) Terwijl de nieuwste van Terrence Malick (Knight of Cups) strandde in quasi-filosofische overpeinzingen die niet echt ergens heen gingen, leverde zijn protégé A.J. een film af met wél een duidelijk centraal punt: Abraham Lincoln. The Better Angels portretteert de jeugd van de man die ooit president zou worden in dezelfde poëtische en minimalistische stijl als je van zijn leermeester zou verwachten, in krachtig zwart/wit geschoten in de bossen van het Amerikaanse Mohonk reservaat, maar wint aan zeggingskracht doordat vrijwel iedere gebeurtenis in de film, hoe subtiel ook (en geloof me, dit is een héél subtiele film) wel een steen is die bouwt aan het fundament van Abe’s latere presidentschap.
Birdman (Alejandro González Iñárritu, VS) Doordat Birdman dé grote film was van Oscarjaar 2014 zou je bijna vergeten dat wij hem in 2015 pas te zien kregen. Iñárritu’s meesterlijk geschoten observatie van onze fame-obsessed selfiecultuur vol rake dialogen en intense vertolkingen van de voltallige cast, is een masterclass in het ritme van filmmaken. Technisch briljant maar ook inhoudelijk erg rijk.
Bridge of Spies (Steven Spielberg, VS) Over technisch briljant gesproken: Spielberg laat weer eens aan de jongere garde zien hoe je dat nu eigenlijk doet, filmmaken. Met een traditionele structuur en ouderwets sentimenteel einde, maar óók prachtige belichting, een perfecte balans tussen subtiele komedie en schrijnende tragiek (de jongeren die De Muur overklimmen) en een ouderwets klassieke sfeer is dit vakmanschap van begin tot eind.
El Club (Pablo Larraín, Chili) Pablo Larraín’s portret van een groepje door de Katholieke kerk verstoten paters is een stevige aanklacht tegen de kerk en diens verlangen om al hun problemen zelf wel even op te lossen. Als er één les uit deze film te trekken valt, dan is het wel dat de mantel der liefde besmeurd is met bloed.
The Diary of a Teenage Girl (Marielle Heller, VS) Met zijn roots stevig in de hernieuwde Amerikaanse seksuele revolutie voortgebracht door Lena Dunham en Amy Schumer, waarbij taboes doorbroken worden in de sfeer van ‘blijf vooral gewoon jezelf’, toont The Diary of a Teenage Girl de seksuele ontluiking van een alledaags meisje zonder haar meteen te veroordelen als slet of sloerie, en op grappige maar vooral innemende wijze verteld.
The Duke of Burgundy (Peter Strickland, GB / Hongarije) Niet zo lang nadat Fifty Shades of Grey de wereld bekendmaakte met BDSM en seksuele rollenspelen in de grote Pathé bioscopen, kwam Peter Strickland in de arthousetheaters met deze meer psychologische benadering over een samenleving uitsluitend bestaande uit lesbische vrouwen die allemaal relaties met elkaar onderhouden als meesteres en onderdanige. En waar het grote publiek zich vooral verlustigde aan seks met Grey, stelde Strickland vragen over het voldoen aan verwachtingen in relaties en hoe ver mensen daarin bereid zijn te gaan. Typisch.
Ex_Machina (Alex Garland, GB) Er zijn al veel films gemaakt die ons waarschuwen voor artificiële intelligentie en de gevaren van de zelfdenkende computer, maar waar deze films speelden met het filosofische principe van de maker en diens creatie, schetst Garland ons een steeds reëler wordend scenario waar op dit moment Elon Musk, Stephen Hawking en Larry Page zich daadwerkelijk zorgen over maken. Maar ook wanneer je niet gelooft in de vooravond van de zelfdenkende machine zijn de gevaren van technologie een voelbare dreiging. The future is now.
A Girl Walks Home Alone At Night (Ana Lily Amirpour, VS / Iran) Toen A Girl uitkwam in het festivalcircuit filosofeerden vele critici over de feministische ondertonen van deze Iraanse vampierwestern en de allegorie die het misschien wel, misschien niet is voor de politieke situatie van Amirpour’s land van herkomst. Maar soms is een film gewoon tof en moet je er verder vooral niet al te lang over nadenken. Zo ook deze übercoole film. Gewoon kijken dus, liefst in het holst van de nacht.
Trudno byt bogom (Aleksey German, Rusland) Zo af en toe moet je iets radicaals zien, en deze drie uur durende Russische science-fictionfilm (engelse titel: Hard to be a God) over een planeet die nog leeft in de middeleeuwen valt stevig in deze categorie. Het plot is volledig ondergeschikt aan de belevenis van het rondlopen in deze smerige, gewelddadige, lompe samenleving, met lange shots en karakters die geregeld recht in de camera kijken om de indruk te geven dat jij, de kijker, daar met hen meewandelt. Gebaseerd op een cultroman van auteurs die ook Tarkovsky inspireerden voor Stalker, maar de Tarkovsky-vibe zit hier niet zozeer in het filosofische (hoewel je dat erin kunt lezen) maar meer in het volledig negeren van iedere filmconventie die je maar kunt bedenken. Als de film is afgelopen heb je echt het gevoel dat je ergens anders bent geweest. En heb je zin in een douche.
Inherent Vice (Paul Thomas Anderson, VS) Na meesterwerken There Will Be Blood en The Master was het voor Paul Thomas Anderson tijd voor een tussendoortje. Dat is Inherent Vice geworden, een film die in plot misschien net zo schimmig is als het wereldbeeld van een stoner met een alcoholverslaving, maar desalniettemin een prettig sfeertje schetst, ouderwets geschoten is op film, met fijne muziek en een kleurrijke cast van personages. En een PTA op een mindere dag blijft nog steeds PTA.
Inside Out (Pete Docter, VS) Dat deze in Top 10-lijstjes terecht zou komen, dat zagen we al wel een tijdje aankomen: de altijd fantastische Pixar (behalve met The Good Dinosaur dan, maar die film had ook wel een historisch problematische productie) gaat op de psychologische tour en toont ons het brein van een opgroeiend kind in de meest moeilijke fase van haar leven: high school. Niet alleen weet Docter een zeer herkenbare wereld van het onderbewuste te scheppen die op creatieve wijze kleur geeft aan onze emoties, hij wisselt dit ook nog eens moeiteloos af met de gevolgen van wat er in die wereld gebeurt met de échte wereld, overgoten met een fikse dosis melancholie en humor. Chapeau.
The Lobster (Yorgos Lanthimos, UK) Misschien wel een van de meest bizarre films van het jaar is tegelijkertijd ook (niet geheel toevallig) de meest unieke. Lanthimos schetst een samenleving waarin het hebben van een partner verplicht is en wie faalt om binnen 45 dagen aan deze harde eis te voldoen, zal onherroepelijk veranderd worden in een dier naar keuze. Deze gitzwarte satire is vooral een aanklacht op de maatschappelijke dwang op het ‘nemen’ van een partner, of het hokjesdenken in het algemeen. Maar, zoals Rachel Weisz nog zei bij Graham Norton kan iedereen er weer iets anders in zien. Een cinematografische rorschachtest dus, maar dan wel eentje die je tegelijkertijd zal choqueren en doen schaterlachen.
The Look of Silence (Joshua Oppenheimer, Indonesië) Na The Act of Killing dwingt Oppenheimer ons nogmaals te kijken naar de terreurdaden die zich afspeelden tijdens de Indonesische genocide van de jaren ’60. Door een opticien de beulen te laten ondervragen die (direct of indirect) verantwoordelijk waren voor de dood van zijn broer ontstaan er indringende gesprekken die pijnlijk blootleggen hoe de oorlogsmisdadigers van toen nooit gestraft zijn, nooit berouw hebben hoeven tonen en hoe dit gegeven het land nog altijd in zijn greep houdt, tot aan de huidige machthebbers toe. Een essentiële documentaire.
Lost River (Ryan Gosling, VS) Hollywoodhunk Ryan Gosling ontpopt zich als filmmaker als een kind van David Lynch, Nicolas Winding Refn en Terrence Malick, in een film die hij volledig geschoten heeft in het desolate Detroit. Iedereen die Gosling het liefst ziet als pretty boy liep het afgelopen jaar voortijdig hoofdschuddend de zaal uit, maar wie hem nu wel een beetje kent als die jongen van Drive en Only God Forgives kon zich vergapen aan deze koortsdroom die fungeert als uithangbord voor de ontluikende carrière van een interessante nieuwe regisseur met visie.
Mad Max: Fury Road (George Miller, Australië) Een jaar geleden had niemand verwacht dat deze revival van de decennia geleden gestorven Mad Max-reeks zo’n overweldigend onthaal zou krijgen van zowel publiek als critici, laat staan dat de film getipt zou worden voor de Oscars, maar deze audiovisuele achtbaanrit is lekker rauw, ongefilterd en zet een wereld neer die overtuigt door detail en creativiteit. Bedrieglijk simpel ook, want getuige de vele thinkpieces die al verschenen zijn over Fury Road kun je er van alles inlezen, van feminisme tot de oproep om vooral niet te vluchten voor je problemen.
Saul Fia (László Nemes, Polen) Of we wel nóg een tragische film over de Holocaust nodig hadden valt te bediscussieren, maar Nemes’ intense film over het Sonderkommando (engelse titel: Son of Saul) toont ons de tragiek van de vernietigingskampen van dichterbij dan we ooit hebben gezien. In ieder opzicht, want hij koos ervoor om zijn camera gedurende de hele film vast te zetten in close-up op het hoofd van protagonist Saul. Hiermee legt hij zijn focus niet zozeer op wát er gebeurt, als meer op het effect dat dit alles heeft op de betrokkenen.
Steve Jobs (Danny Boyle, VS) Twee jaar geleden liet Joshua Michael Stern met Jobs zien hoe je een film over Steve Jobs níet moet maken (lees: een biografische lofzang op het genie dat Steve zou zijn), waarop Danny Boyle nu met scenarioschrijver extraordinaire Aaron Sorkin laat zien hoe je het wél moet doen: aan de hand van drie productpresentaties waarin niet zozeer het leven van de man getoond wordt, maar juist de essentie van de man. Er valt wat te zeggen over het benadrukken van Jobs’ negatieve eigenschappen, maar uiteindelijk was het ook juist door die mentaliteit dat zijn producten ons digitale landschap voorgoed zouden veranderen. Ondertussen is Boyle’s filmmaken van cameravoering tot editing ronduit virtuoos te noemen.
Timbuktu (Abderrahmane Sissako, Mauritanië) Een film die laat zien dat de mensen die onze kant op vluchten voor IS, ook hele gewone en vredelievende mensen zijn. Dat klinkt als een open deur, maar je hoeft slechts één blik op Twitter te werpen om te realiseren dat een film als Timbuktu hoognodig is. Dit portret van het dagelijks leven in de Mauritaanse stad tijdens het binnendruppelen van de eerste onderdrukkers van IS is bovendien diep menselijk, waarbij ook de onderdrukkers worden getoond met al hun twijfels en onhandigheden.
Plemya (Miroslav Slaboshpitsky, Oekraïne) Het moet niet makkelijk zijn geweest voor Miroslav Slaboshpitsky om geld bijeen te schrapen voor Plemya (engelse titel: The Tribe). Een film geheel geschoten in gebarentaal? Geen ondertiteling? Over onderdrukking en (seksueel) geweld? Wie gaat daar nu heen? Het antwoord laat zich raden: iedereen met ook maar enige interesse in de kracht van het visueel vertellen van een verhaal (en bij voorkeur met een stevige maag). Nog zoiets radicaals van een regisseur die iets met het medium ‘film’ doet dat nog niemand eerder getracht heeft, geheel in de geest van Haneke.
Youth (Paolo Sorrentino, UK) Paolo Sorrentino’s Youth had heel makkelijk kunnen vervallen in een mijmerende, cynische film over een paar oude mannetjes die verbitterd terugkijken op hun leven en de dingen die voorbij gaan. In plaats daarvan is Youth een heerlijke film geworden die net zo goed het leven viert als melancholisch terugkijkt op het maken van fouten en het leren van die fouten, geschoten in diezelfde prachtige inventieve stijl die we ook nog kennen van Sorrentino’s eerdere La Grande Bellezza, vol goede soundtrackkeuzes en creatieve cinematografie.