TWEE TON: DE KUNST OM BEELDEN TE VERBEELDEN
De gedichten van Jolanda Kooijmans in haar debuutbundel “Twee ton” zijn opgezet en uitgetekend als surrealistisch schilderij. In 1924 definieerde André Breton dat bovenwerkelijke: "Automatische spontaneïteit in zijn meest pure vorm, waarin men probeert - verbaal, door het geschreven woord, of in welke vorm dan ook - de manier van denken te laten zien, geleid door fantasie, zonder enige gecontroleerde ratio en los van morele waarden." Dat lees ik terug in de dichtkunst van Kooijmans. Meestal uitgevoerd in een hyperrealistische stijl stellen de surrealisten beelden samen in absoluut onverwachte, verrassende, zo niet schokkende combinaties. Boven de geverfde beelden dan wel geschreven woorden hangt een waarheid die enkel zweeft in de gedachten van de kunstenaar, in dit geval dus Jolanda Kooijmans. Zij is naast dat ze woorden aaneen rijmt tot poëzie tevens beeldend kunstenaar. Dat beide kunnen is terug te vinden in de gedichten. Het is een beeldend schrijven, een schrijvend beelden. Zij beschrijft in eigen woorden wat ze ziet, of beter nog ze geeft woorden aan wat ze denkt bij mij bekende beelden.
Zo ontstaan omschrijvingen die soms onaf lijken, zoals mensen wel stoppen onderweg in een zin. Omdat hun gedachten al verder zijn, het hoofd voor de mond uitgaat. Ze bij het eind het begin kwijt schijnen. Dan lijkt het doel van de uitspraak onzinnig, blijft de bedoeling zweven in het niets. ‘Maak de zin af, ik begrijp je niet!’, roep ik. Ik heb aan een half woord niet genoeg. Maar Kooijmans weet het tussen de regels zo te plooien dat van het halve beeld een hele waarheid ontstaat. Mijn gedachten maken het af, vullen de leegte in.
Meteen bij de eerste regel in de bundel "Twee ton" wordt een beroep gedaan op mijn inleving: "olievlies op databank van modder". Mijn beleving staat op scherp. Het is de betekenis achter en boven de woorden, de creatieve omschrijving van wat is en gebeurd. Jolanda Kooijmans schrijft dit in een zwierige stijl. De woorden dansen door de bundel over het papier. Een pirouette, pas de bourrée, jeté; maar geen spagaat. Ik hinkel nergens op twee gedachten. Het is voor mij geen keuze. Het is zoals omschreven staat. En kan Kooijmans toch niet helemaal uitleggen waar ze naar toe wil in haar denkbeelden, dan omschrijft zij het op haar creatieve manier en ontdek ik nieuwe woorden.
Als het ware in fonetische stijl geeft ze handeling en activiteit weer. Dat je denkt jawel ik krijg een beeld, ik heb voor ogen wat een knipperstreep, een koudzon en een bromhout is. Soms lijken woorden niet te passen in de context waarvoor ze bedoelt zijn, maar wanneer ik dan de zinnen al lezende nog eens aan elkaar rijg blijken ze wonderwel naadloos terdege te passen. Want dat vergt de poëzie van Kooijmans wel. Niet met twee dingen tegelijk bezig zijn, volledig geconcentreerd op de gedichten gericht. Eigenlijk jezelf isoleren van de wereld en meditatief oplettend lezen en begrijpen. En vooral dan nog eens weer de woorden wegen, de zinnen doornemen, de regels overlezen. Dan krijgen de soms gebroken verzen betekenis, struikel ik niet meer over blijkbaar vroegtijdig beëindigde volzinnen. Ook de witte regels en weggelaten woorden spreken mee, hebben betekenis.
Het gaat over gewone dingen die in deze bewoordingen boven het alledaagse worden geheven. De natuur, het minnen en het moedergevoel, het hulpeloze nieuwe zijn en de normale verwondering. Het is meer mooi dan ik bedenk. Het is een fijnzinnige kijk op de wereld boven de werkelijkheid. Een werkelijkheid die ik leer lezen in lyrische woordlijnen die passen op verzonnen verszinnen. Bedacht maar niet onecht. Door de woorden klinkt emotie. De liefde voor de omgeving, de natuur daarin. De zoete passie in de ander, de verzotheid op de geborenen. Er wordt bevallen, verschoond en huiswerk gemaakt. Hulp in de groei, de moeder kust het warme kind. En er is machteloosheid, genegenheid voor de zwakte – dat wat je niet kunt sturen maar toch wilt begeleiden. Die wankele kwetsbaarheid omschrijft Kooijmans liefdevol in een aantal rake gedichten. Het beschrijven van dagelijkse arbeid, zaken die er voor de ander nauwelijks toe doen. Deze worden door de pen, het geschreven woord, van Jolanda tot onderwerpen die wel zeker van belang zijn.
Zo in de geest van “Twee ton” lees ik de inhoud achterin de bundel tevens als gedicht. De titels lezen in zinnen en onderwerp opgesplitst als coupletten in de apotheose, de climax van een hypothese, een imaginaire dichtkunst. Want dat is het, de kunst om beelden te verbeelden.
Bundel “Twee Ton”, poëzie van Jolanda Kooijmans. Uitgeverij Opwenteling, 2020.












